Gezien de huidige conjunctuur en bepaalde door de EU opgelegde hervormingen, lopen we het risico structureel dure energie te krijgen. Dit ondermijnt onze soevereiniteit en ons vermogen om (i) onze welvaart te verzekeren en (ii) te decarboniseren. De Mouvement Réformateur wil het bewustzijn wekken. Europa is geopolitiek zeer kwetsbaar op het vlak van energie. Het moet terugkeren naar het pragmatisme van zijn oprichting en zijn industriële sectoren nieuw leven inblazen.
Vaststelling.
- Europa wordt geconfronteerd met duurzaam te dure energie, als gevolg van internationale geopolitieke spanningen, een sterke externe afhankelijkheid van olie en gas, en een opeenstapeling van Europese normen, taksen en verplichtingen die de energiekost structureel doen stijgen. Deze situatie treft zowel de koopkracht van de gezinnen, de concurrentiekracht van de bedrijven, als het vermogen van de Europese Unie om haar industriële weefsel te behouden.
- Deze excessieve energiekost ondermijnt rechtstreeks de decarbonisatiedoelstellingen. De energietransitie vereist immers massale investeringen in elektrificatie, kernenergie, hernieuwbare energie, netwerken en koolstofarme industriële technologieën. Te dure energie remt echter net die investeringen af, verzwakt de strategische Europese sectoren en versnelt industriële delokalisaties. Europa dreigt zo zowel zijn economische soevereiniteit als zijn vermogen om een geloofwaardige klimaattransitie te voeren, te verliezen.
- De vaststelling is duidelijk: decarbonisatie kan niet slagen in een context van verarming, overregulering en desindustrialisatie. Ze moet steunen op overvloedige, toegankelijke en concurrerende energie.
Wat wij voorstaan.
- Wij pleiten voor een energiebeleid gebaseerd op pragmatisme, soevereiniteit en technologische neutraliteit. Dit betekent in de eerste plaats onze bevoorradingsbronnen en -routes zoveel mogelijk diversifiëren, langetermijncontracten afsluiten en energie opnieuw centraal plaatsen in het Europese buitenlandbeleid.
- Vervolgens pleiten wij voor het terugdringen van de structurele kosten die op de energiefactuur wegen, door de stijging van taksen, toeslagen, netkosten en overmatige regelgevende verplichtingen te beperken. Europese teksten zoals ETS II, RED III of PEB IV moeten worden herzien, gefaseerd en aangepast aan de economische en sociale realiteit op het terrein, zonder de uiteindelijke klimaatdoelstelling in vraag te stellen. Zonder wijziging zou de inwerkingtreding van deze Europese teksten een structurele prijs van 2 €/liter betekenen vanaf 2028. Voor de MR is dat uitgesloten.
- Ten slotte pleiten wij voor een geloofwaardige energiemix, die kernenergie, hernieuwbare energie, efficiëntiewinsten en opslagcapaciteit combineert, met duidelijke steun voor de herindustrialisering van koolstofarme sectoren in Europa.
1. Dure energie blokkeert de decarbonisatie
De uitzonderlijke persconferentie van de Mouvement Réformateur op 2 april 2026, in aanwezigheid van de voorzitter van de MR, Georges-Louis Bouchez, de federale minister van Energie Mathieu Bihet en de Waalse minister van Energie Cécile Neven, had als hoofdthema de kwestie van de hoge energiekost, die het resultaat is van (1) de economische conjunctuur en (2) bepaalde structurele maatregelen van de Europese Unie. Dit ondermijnt onze doelstellingen, waaronder de decarbonisatie.
De oorzakelijke keten is de volgende:
- 1) Dure energie verhindert het behoud en de herontwikkeling van een industrieel weefsel in strategische sectoren (geen soevereiniteit).
- 2) Het ontbreken van een industrieel weefsel maakt onze hele economische structuur kwetsbaar. De fundamenten zijn niet langer verzekerd (geen welvaart).
- 3) Dit betekent ook dat er geen sectoren van gedecarboniseerde energie zijn waarin wij relatief autonoom zijn ten opzichte van het buitenland, en evenmin een circulaire economie mogelijk is (chemie, metallische en niet-metallische grondstoffen, enz.).
2. Wij willen overvloedige energie
Wij zijn nog steeds zeer afhankelijk van olie en gas in ons finaal energieverbruik, voor meer dan 75% van onze totale energiebevoorrading. 1 Deze sectoren mogen niet zonder diversificatie of investeringen worden achtergelaten. Politiek bedrijven betekent verantwoordelijkheid nemen en, geconfronteerd met een fundamenteel veranderde situatie, aanvaarden om maatregelen te nemen die tot nu toe als taboe werden beschouwd.
- We moeten onze bevoorrading diversifiëren, langetermijncontracten afsluiten en onze economische belangen in de energiesector voorop stellen.
- Alle belastingen en taksen op deze energieën zonder onderscheid verhogen, ondermijnt de concurrentiekracht van de EU-industrie en tast de koopkracht van gezinnen aan
- Niet ontinvesteren in deze sectoren die vitaal zijn voor de economie. Investeren in decarbonisatiesectoren vereist ook pragmatisme wat betreft andere energiebronnen.
3. Wij willen betaalbare energie
We staan voor een dubbel risico, een conjunctureel en een structureel:
- 1) Conjunctureel: de blokkade van de Straat van Hormuz heeft een impact op de olie- en gasstromen en drukt op de prijzen. Ze toont vooral de Europese kwetsbaarheid, nu Europa zijn gasbevoorrading vanuit het Oosten (Rusland) heeft afgesneden en sterk afhankelijk is van overzeese bronnen voor zowel olie als gas.
- 2) We zijn structureel dure energie aan het creëren:
De vernietiging van bepaalde infrastructuur in Qatar betekent een risico op langdurige prijsspanningen.
- We moeten onze bevoorradingsroutes zoveel mogelijk diversifiëren en energie opnieuw centraal stellen in het EU-buitenlandbeleid
De Europese wetgeving legt zware lasten op de energiefacturen (belastingen, steunverplichtingen, enz.). Bovendien zijn we ook technologisch afhankelijk voor veel hernieuwbare energiebronnen.
- We moeten de wetgeving herzien die dure energie veroorzaakt
- En in tegenstelling tot bepaalde groene voorstellen moeten we de energiebelastingen beperken. Fossiele brandstoffen worden in ons land jaarlijks voor meerdere miljarden euro belast.
- We moeten elektriciteit goedkoper maken door de kostenstijgingen van alle onderdelen van de factuur (toeslagen, taksen, netwerken en commodity) te beperken.
- We moeten opnieuw voet krijgen in de decarbonisatiesectoren, anders lopen we het risico van de ene afhankelijkheid naar de andere over te gaan.
4. Wij willen gedecarboniseerde energie
We bereiken dit met de juiste keuzes
75% van onze koolstofuitstoot komt van de energie die wij verbruiken. Wij willen allemaal onze energie decarboniseren. Maar dit steunt op een ambitieuze industriële ontwikkeling. En die industriële capaciteit staat vandaag op het spel.
Zoals geïllustreerd op pagina 1, bedroeg ons finaal energieverbruik ongeveer 440 TWh/jaar in 2024.
Globaal kan men schatten dat hernieuwbare energie zowat 14% van ons finaal verbruik vertegenwoordigt (elektrische hernieuwbare bronnen en gedecarboniseerde moleculen).
Met de stopzetting van twee reactoren in 2024 is het aandeel van kernenergie in het finaal verbruik gedaald tot ongeveer 7% van het totaal.
Over het algemeen kan men schatten dat 20% van onze mix in 2024 gedecarboniseerd was, met alle hernieuwbare bronnen en kernenergie die toen operationeel waren.
Zelfs met een aanzienlijke inspanning zullen we tegen tegen 2029 nauwelijks 25% gedecarboniseerde energie bereiken, tegen een prohibitieve kost (RED III, enz.).
- Het is dringend nodig de Europese industrie in deze sectoren nieuw leven in te blazen.
- Waar blijft het Europese antwoord op grondstoffen, technologische afhankelijkheden en toegang tot goedkope energie om de concurrentiekracht te vrijwaren?
Het is niet met dure energie dat we onze doelstellingen van soevereiniteit of circulaire economie zullen bereiken (staalindustrie, chemie, batterijen, enz.).
5. Dure energie is geen fataliteit, maar een politieke keuze
De twee grote wereldmachten hebben gekozen voor een soeverein energiebeleid met goedkope energie. Dure energie is geen fataliteit!
Het Amerikaanse aardgas (HenryHub: ongeveer 10 $/MWh) is ongeveer 4 tot 5 keer goedkoper dan de Europese index (TTF: ongeveer 50 €/MWh de afgelopen maand). In normale tijden is het 3 keer goedkoper.
Elektriciteit is er structureel goedkoper dan in Europa, net als de aardolieproducten.
China is even afhankelijk van gas als de EU, maar volgt een zeer sterke diversificatiestrategie. Het elektrificeert zoveel mogelijk, steunend op waterkracht, kernenergie, hernieuwbare energie en steenkool (nog altijd 55% van de elektriciteitsmix). Voor aardolieproducten is het afhankelijk, maar legt het aanzienlijke voorraden aan. Dit stelt het in staat schokken op te vangen.
6. De klimaatdoelstellingen bereiken
> OFWEL DOOR ARM TE WORDEN
> OFWEL DOOR WELVAREND TE BLIJVEN
Wij betwisten niet de doelstelling van decarbonisatie in 2050, maar wel de verplichte en dwingende methoden die Europa oplegt om dit te bereiken.
Hierin verschilt het voorstel van de MR fundamenteel van het groene voorstel, dat vrijwel uitsluitend inzet op een aanzienlijke daling van het energieverbruik om zijn decarbonisatiedoelstellingen te bereiken.
Voor de MR zal er veel energie nodig zijn om:
- Onze welvaart te verzekeren en de energietransitie mogelijk te maken.
- Een meer circulaire economie op ons grondgebied op te zetten. Transformeren om te hergebruiken of te recycleren verbruikt ook energie.
Energie die weinig toegankelijk en duur is, verstikt echter de economische en sociale ontwikkeling, ook op het vlak van de energietransitie. Ze bemoeilijkt ook de strijd tegen bestaansonzekerheid.
Het traject dat de EU volgt is dat van verarming. Haar industrieel weefsel verdwijnt geleidelijk, samen met haar soevereiniteit. We worden klimaatgezind, deels dankzij onze energietransitie, maar vooral omdat we onze vervuiling en broeikasgassen exporteren, terwijl we onze producten, inclusief essentiële producten, importeren.
Wij weigeren deze fataliteit te aanvaarden.
7. Onszelf laten verdwijnen verandert de klimaatrealiteit niet
Onszelf ontwikkelen kan alles veranderen
Sinds de industriële revolutie blijven de broeikasgasemissies jaar na jaar stijgen.
De Europese Unie verlaagt haar emissies en vertegenwoordigt vandaag nog 6,3% van de wereldwijde broeikasgassen (cijfers 2024).
Natuurlijk moeten we onze bijdrage leveren aan de klimaatinspanning. Maar onze zelfvernietiging zal niets veranderen aan de klimaatrealiteit. Wij zijn niet langer de aanjager van de wereldwijde emissiegroei. We zijn ons echter wel bewust van de uitdaging en gemotiveerd om te handelen. We moeten innoveren om onszelf te decarboniseren, maar ook de rest van de wereld. En dat kan alleen als we over concurrerende industriële oplossingen beschikken.
- Ons verdwijnen zou een ramp betekenen, omdat wij industriële, technische en financiële oplossingen en ervaring kunnen bieden aan de rest van de wereld.
- Maar daarvoor moeten we opnieuw competitief worden op onze fundamenten, stoppen ons talent af te remmen en markten veroveren.
8. De MR stelt een geloofwaardige energiemix voor en werkt daar dagelijks aan
In juli 2023 stelde de MR haar energiemix voor. Vandaag werkt ze samen met haar ministers elke dag aan de uitvoering ervan.
De energiemix van de MR beoogde een veel ruimere en autonomere energiebevoorrading voor ons land (tot 58%), met erkenning van een deel invoer.

Men kan ons niet verwijten dat we geen mix promoten met kernenergie, hernieuwbare energie en aanzienlijke winsten in energie-efficiëntie via elektrificatie. Het elektrificatiepercentage in de mix van de MR bedraagt immers ongeveer 40%, met strategische opslagcapaciteit op het grondgebied.
De MR draagt deze oplossingen dus al lang aan. Wat we willen, is de kans krijgen om ze uit te voeren. Onze energiemix is pragmatisch, gebaseerd op sterke maar houdbare elektrificatie.
De elektriciteitsproductiecapaciteiten zijn bijvoorbeeld geconcentreerd in grote polen, wat netwerkinvesteringen verlicht. De toeslagen op de factuur die dienen als steun aan hernieuwbare energie of andere capaciteiten zijn beperkt.
We zullen nergens raken en onze burgers en bedrijven niet overtuigen met slecht gecalibreerde, en dus duurdere, investeringskliffen.
9. Het industrieel weefsel stort in
Bedrijven verlaten de EU
De industrie vertegenwoordigt nog maar 14,3% van het BBP van de EU, tegenover 20% in 1990. De energie-intensieve sectoren hebben sinds 2019 ≈20% van hun productie verloren.
Ondanks de daling na de crisis zijn de energieprijzen voor de industrie tussen 2021 en 2025 nog met 66% gestegen, en bedroeg de energie-importfactuur 427 miljard € in 2024.

Energie is de tweede belangrijkste factor die de concurrentiekracht bepaalt (na de arbeidskost) en de derde belangrijkste vector van bestaansonzekerheid voor gezinnen (na huisvesting en voeding).
Op het vlak van cleantech is de EU massaal afhankelijk van China (≈94% van de zonnepanelen, ≈50% van de batterijen), en de lokale productie blijft 20-30% duurder: zonder een geloofwaardige Clean Industrial Deal zal de transitie gebeuren met fabrieken elders.
De Europese Commissaris heeft aangekondigd te streven naar 20% industrie in het BBP van de EU in 2035. Is dat realistisch als de fundamenten er niet zijn?
Bron van de grafiek: Manufacturing, value added (% of GDP) - European Union | Data
10. Voor het overleven van de Europese industrie is het nu of nooit
We hebben de afgelopen maanden drie colloquia georganiseerd: een over industrie, een tweede over digitalisering en een derde over de grote Europese uitdagingen.
Alle signalen staan op knalrood: het blijkt dat we in 30 jaar al onze strategische sectoren aanzienlijk hebben aangetast: landbouw, defensie, digitalisering, energie, financiën, enz. Het is één minuut voor het uur U.
Er is pragmatisme nodig, met een langetermijnvisie. Wij zijn in staat om te innoveren om alle grote uitdagingen van onze tijd aan te pakken.
Maar vooruitgang komt er nooit:
- Met bureaucratie en ondoorzichtige regelgeving,
- Door de fysieke en economische realiteit te ontkennen.
=> De verplichtingen moeten drastisch vereenvoudigd worden en enkel het essentiële moet overblijven: de klimaatdoelstelling voor onze verantwoordelijkheid, welvaart voor onze medeburgers, soevereiniteit voor onze bescherming.
11. Een energienorm voor de industrie
Op voorstel van Mathieu Bihet heeft de federale Regering een energienorm goedgekeurd met een budget van 944 miljoen euro, verspreid over 3 jaar.
500 miljoen euro is al voorzien om de netwerkkosten voor bepaalde elektro-intensieve bedrijven te beperken. Het resterende budget is bedoeld om, in samenwerking met de Gewesten, een breder bereik van bedrijven te ondersteunen.
De MR-ministers ondernemen concrete actie om de kosten voor bedrijven en gezinnen te beperken.
We moeten op deze weg verder gaan.
12. Tussen 50 en 100 strategieën en bindende wetteksten. Ministers mogen geen Europese ambtenaren worden
Dat is vandaag de Europese realiteit.
- Voor elk probleem dat ze tegenkomt, maakt de Commissie een plan.
- Vandaag zijn dat tientallen plannen, elke 3 jaar herzien, gedupliceerd in nationale plannen, met sectorale subdoelstellingen. Er zijn plannen om te doen, om ongedaan te maken, om te innoveren, om net niet te innoveren, concurrentieplannen die worden toegevoegd (en niet opheffen) aan plannen die de concurrentiekracht aantasten.
- En dan zijn er nog de markten, waar alle economische actoren uiteindelijk gesubsidieerd worden door verschillende wetgevingen.
Een ondoorzichtig regelgevend systeem, waarin willekeur en onrecht ontstaan. Overheidsactoren omgetoverd tot uitvoerders van plannen, economische actoren bezorgd om de nieuwe rage die broeit in instellingen waar niemand het besluitvormingsproces begrijpt.
Er is geen economische vrijheid meer. Geen economische logica meer. Ondertussen innoveren onze concurrenten, worden ze competitiever en verstevigen ze hun economische fundamenten.
13. EGKS 1951 - Euratom 1957: terug naar de geest van de founding fathers
En toch. In een niet zo ver verleden voerde Europa expliciet hetzelfde beleid als de twee huidige grootmachten bij hun oprichting: soevereiniteit, overvloedige energie, goedkope energie.
Wij voegen daar de klimaatdoelstelling aan toe. Maar enkel als we ons daarvoor ook de nodige middelen geven!
We moeten opnieuw pragmatisch worden door alle niet-essentiële wetgeving af te schaffen, al onze middelen te concentreren op strategische sectoren en onze sterke punten, en volwaardig deel te nemen aan het concert der Naties.
Wij hebben een stem in de wereld en wij zullen onze belangen verdedigen, door onze bescherming en onze welvaart te verzekeren!
14. Stop de overregulering, ja aan een koolstofarme industrie
De decarbonisatie van de energiemix zal gebeuren met zeer grote investeringen in de best gekende technologieën, zonder de totale factuur op te blazen.
Het moet aan de lidstaten toekomen om de middelen te kiezen om een resultaatsverplichting te bereiken. Zo kunnen meerdere wegen worden uitgetest en veel meer intelligentie ingezet worden via trial-and-error. Het zijn niet de Europese ambtenaren die het meest wendbaar en bekwaam zijn om deze methoden te vinden, maar ingenieurs, CEO's en ondernemers.
=> Het is essentieel om de volledige kost van elke technologie op te nemen, en niet enkel de LCOE. Alleen de systeemkost telt, met zijn robuustheid tegenover crisissen.
=> De kost per vermeden ton CO2 moet gebruikt worden voor elke maatregel binnen het klimaatkader:
Te vaak staan maatregelen in het NEKP maar hebben ze slechts een beperkte impact op de decarbonisatie van de economie. Ter vergelijking: T1 met 10 jaar verlengen betekent 20 miljoen ton vermeden CO2 over die periode.
15. „De strategische fout”: het afschaffen van kernenergie, maar met dubbele standaarden voor koolstofarme energie in de EU
De EU wordt eindelijk wakker op het vlak van kernenergie.
In maart 2026 wees Ursula von der Leyen erop dat kernenergie in 1990 nog goed was voor 30% van het elektriciteitsverbruik, tegenover 15% vandaag. Ze sprak van „een politieke keuze”. En ze noemde de afbouw van kernenergie in Europa een „strategische fout”. Sindsdien pleit ze voor een energiemix met kernenergie en hernieuwbare energie.
Maar wanneer zal de EU van woorden naar daden overgaan?
Kernenergie wordt in de EU-taxonomie beschouwd als een overgangsenergie, net als gas.
- Wij zijn van mening dat verplichte inpassing van specifieke technologieën uit het toekomstige EU-wetgevingskader moet worden geschrapt. Dat is de toepassing van technologische neutraliteit. Of, op zijn minst, dat de EU-wetgeving alle koolstofarme energiebronnen op gelijke voet plaatst.
- Elektriciteitsbronnen moeten ook de kosten voor ons net beperken, zodat het robuust en betaalbaar blijft voor de consumenten.
16. ETS II - RED III - EPB IV: ONHOUDBAAR

Al deze wetgevingen moeten uiterlijk in 2030 in werking treden. Ze zullen alle een aanzienlijke financiële impact hebben op bedrijven en gezinnen. In elk geval moeten ze gefaseerd worden ingevoerd, rekening houdend met de realiteit op het terrein.
ETS, RED en EPB zijn evenveel methoden en secundaire doelstellingen om tot een globale doelstelling van broeikasgasreductie te komen. Het zijn geen doelen op zich. Ze kunnen herzien worden zonder de klimaatdoelstelling aan te tasten.
ETS II treedt in werking in 2028. CBAM in 2027. ETS I is al van kracht.
Koolstofprijzen zijn nuttig op lange termijn. Maar als het te snel en te hard gaat, komen economische actoren in de knel. Wij pleiten voor:
- Prijscorridors voor de ton CO2 vastleggen met plafonds per datum, om voorspelbaarheid te bieden aan economische actoren en tegelijk de flexibiliteit van een koolstofmarkt te behouden.
- Het CBAM omvormen naar iets eenvoudiger en efficiënter
- Zich de mogelijkheid geven om deze op te schorten indien nodig (dumping, …)
RED III: de meeste hernieuwbare energiebronnen zijn rendabel. Lidstaten moeten hun eigen mix kunnen kiezen op basis van hun sterke punten:
- Wij pleiten voor een gefaseerde invoering van RED III
- Pleiten voor een afschaffing binnen het nieuwe kader 2030-2040. De lidstaten kunnen zelf over hun mix beslissen.
EPB 4: Het Belgische gebouwenpark is veel ouder dan het Europese gemiddelde. Het traject is niet realistisch gezien de enorme investeringen die nodig zijn (150 miljard voor residentiële en niet-residentiële gebouwen in Wallonië, over 25 jaar).
- Moet het gebouwenpark gerenoveerd worden? UITERAARD, maar het is onhoudbaar om zich vast te pinnen op doelstellingen die niet haalbaar zijn.
- Minister Cécile Neven wees tijdens een persconferentie op het feit dat de Europese verplichting om, kost wat kost, EPB A te bereiken voor de betrokken woningen in de programmering van het Sociaal Klimaatfonds voor de meest kwetsbaren haar tot slechts 3000 renovaties beperkt. Haar boodschap luidt: „terwijl ik het bereik zou kunnen verruimen door redelijkere doelstellingen te hanteren en meer kwetsbare gezinnen een waardige woning te bieden, verhindert een EU-wetgeving mij dat te doen.”
- Wij vragen gewoon om pragmatisme: we kunnen niet alles elektrificeren. Er moet gedecarboniseerd worden waar het mogelijk en betaalbaar is voor de consumenten.
17. IN 2030 WORDT 2€/LITER DIESEL DE STANDAARD
Met de RED III-wetgeving (deel vervoer) en een ETS II van 50€ per ton CO2 zou een prijs van 2€ voor diesel de norm worden.
De uitdaging van dure energie wordt vandaag beslist.
18. REALITEIT VERSUS MAGISCH DENKEN
NU BESLISSEN VOOR DE KOMENDE 50 JAAR
We zijn naïef geweest:
- we dachten dat de wereld niet geopolitiek was, dat grondstoffen vrij toegankelijk waren via de markt.
- We dachten dat de geostrategische machtsverhoudingen van de 19e en 20e eeuw niet meer golden.
- We zijn vergeten dat ons welzijn ook voortkwam uit onze productiviteit, en dat die productiviteit steunt op onmisbare bevoorrading
- We werden misleid door hen die ons vertelden dat energieparadigma's in 30 jaar volledig kunnen veranderen.
Binnen de Mouvement Réformateur roepen we op tot twee dingen:
- Het is dringend nodig om onze belangen als Europeanen op het wereldtoneel te verdedigen.
- Wij vragen een fundamentele koerswijziging van het Europese energiebeleid, zodat het opnieuw meer pragmatisch wordt en inzet op zijn ondernemers in plaats van zijn bureaucraten.


