In de uitzending van Jeudi en Prime (RTBF) herinnerde Valérie Glatigny aan de uitdagingen rond de keuzes van de regering van de Federatie Wallonië-Brussel. Betogingen, bezorgdheden en kritiek: de hervormingen in het onderwijs zorgen voor reacties en we horen die emotie. Maar voor de minister moet het debat vertrekken van een eenvoudige vaststelling, die maar al te vaak ontweken wordt: “vandaag wordt een leraar op vijf betaald met leningen.”
Een cijfer dat de kern van de zaak samenvat: zonder budgettair herstel zal er geen ruimte meer zijn om te investeren in het onderwijs, en bestaat er een reëel risico voor de betaling van de lonen op middellange termijn.
Achter de genomen beslissingen schuilt steeds dezelfde logica: vermijden dat de situatie zo verslechtert dat de werking van het onderwijssysteem zelf in gevaar komt. Valérie Glatigny neemt een keuze op zich die politiek niet de gemakkelijkste is, maar die ze als noodzakelijk beschouwt: nu handelen om morgen het wezenlijke te vrijwaren.
“Het is niet leuk om te besparen, dat is het overigens voor niemand”, erkent ze. Maar niets doen zou neerkomen op het aanvaarden van een spiraal waarbij de rente op de schuld ontspoort. Dit jaar gaat er al 340 miljoen euro naar de banken, en niet naar onze scholen. We moeten de overheidsfinanciën vandaag onder controle houden om op termijn opnieuw te kunnen investeren in het onderwijs.
In die context benadrukt de minister een essentieel punt: de gemaakte keuzes werden gestuurd door een constante prioriteit: de kwaliteit van het onderwijs vrijwaren. Geen sprake van het verminderen van de omkadering van leerlingen, noch van het inkrimpen van de leerinhoud, integendeel investeren we 25 miljoen in de persoonlijke begeleiding van leerlingen!
De kwestie van de twee extra lesuren in het hoger secundair onderwijs staat centraal in de kritiek. Ook hier neemt de minister haar verantwoordelijkheid. Ja, het gaat om een inspanning die van leraren gevraagd wordt, maar die past binnen een breder geheel van maatregelen dat het hele systeem wil beschermen.
Tegenover de cijfers die circuleren over vermeende jobverlies roept Valérie Glatigny op om de zaken in perspectief te plaatsen. Ja, de hervorming wijzigt de organisatie, maar nee, ze betekent geen ontslagen. Zelfs met de maatregel zullen onze scholen meer leraren nodig blijven hebben in het hoger secundair, onder meer door de vele natuurlijke vertrekken (pensioen of vroegtijdig pensioen bijvoorbeeld) en door de verlengde lerarenopleiding, waardoor bijna geen enkele nieuwe afgestudeerde in 2026-2027 zal instromen.
En vooral, we blijven luisteren, want na overleg met de vakbonden zullen tijdelijke leraren beschermd worden. Zo zal een benoemde leraar niet de plaats van een tijdelijke kunnen innemen om een volledige opdracht te krijgen.
Stabiliteit terugbrengen bij de start van de loopbaan, waar het systeem ontmoedigt
Naast de budgettaire maatregelen brengt het interview ook een andere centrale uitdaging naar voren: de aantrekkelijkheid van het beroep. Vandaag verlaten te veel jonge leraren het beroep snel, bij gebrek aan stabiliteit. Men schat dat een leraar op drie het beroep verlaat binnen de eerste vijf jaar onderwijs.
Dat is precies wat het project van het CDIE (contract van onbepaalde duur voor leraren) wil verbeteren. Van meet af aan een rustig kader bieden met een stabiele lesopdracht en versnipperde uren zonder volledige opdracht vermijden, en ervoor zorgen dat leraren elke maand van het jaar betaald worden, en niet langer maar 10 van de 12 maanden. Dit om voorspelbaarheid terug te geven aan het begin van de loopbaan, bijvoorbeeld om de huurwaarborg van een appartement te kunnen betalen.
Opnieuw bevestigen wat de school moet zijn
Het interview bood ook de gelegenheid om een ruimere visie op onderwijs te herbevestigen. Met het decreet over neutraliteit wil de regering een ruimte waarborgen waar iedereen kan leren zonder identitaire, religieuze, filosofische of politieke druk.
Een belangrijk signaal, terwijl sommige leraren vandaag aarzelen om bepaalde inhoud aan te snijden die toch in het leerplan staat. Er worden ons steeds meer gevallen van betwisting van kennis gemeld, wat sommige leraren tot zelfcensuur heeft gebracht. Het is onaanvaardbaar dat onderdelen van het leerplan niet worden behandeld, zoals de Shoah, de evolutietheorie van Darwin, gelijkheid tussen man en vrouw, enz.
Leerlingen voorbereiden om de wereld van vandaag te begrijpen
De invoering van artificiële intelligentie in het onderwijs past binnen de ambitie om leerlingen voor te bereiden op een wereld waarin digitalisering al kennis, beroepen en toegang tot informatie structureert.
Zoals Valérie Glatigny herinnerde, zullen twee lesuren specifiek gewijd worden aan digitale vorming in het 1e en 2e middelbaar, met bijzondere aandacht voor artificiële intelligentie.
De uitdaging gaat ruim voorbij technische vaardigheden. Het gaat erom leerlingen de sleutels te geven om de werking van de tools te begrijpen: werking van algoritmes, betrouwbaarheid van inhoud, vooroordelen, manipulatie van informatie.
In een context waarin artificiële intelligentie het gebruik grondig verandert, heeft de school een essentiële rol te spelen: jongeren opleiden die deze technologieën kunnen gebruiken, maar ze ook kunnen bevragen en hun kritisch denken ontwikkelen.
Bekijk het volledige interview met Valérie Glatigny hier: https://www.rtbf.be/article/jeudi-en-prime-malgre-la-grogne-des-enseignants-la-ministre-glatigny-maintient-le-cap-de-ses-reformes-11707625