De Waalse Regering zet in op een nieuwe manier om de bouw en renovatie van woningen van openbaar nut te financieren. Doel? De uitvoeringstermijnen verkorten, de overheidsmiddelen beter gebruiken en sneller woningen ter beschikking stellen van de burgers.
Bijna 50.000 gezinnen staan op de wachtlijst. Ondanks de opeenvolgende investeringsplannen van de afgelopen 25 jaar blijft het woningbestand steken rond de 100.000 woningen.
De belangrijkste moeilijkheid ligt in de vertraging bij de omzetting naar effectieve opleveringen. Tussen een financieringsbeslissing en de sleuteloverdracht verstrijken gemiddeld bijna zeven jaar voor de projecten van de openbare huisvestingsmaatschappijen (SLSP). Voor sommige operatoren overschrijdt deze termijn zelfs de tien jaar.
Deze vertragingen wegen zwaar door op de overheidsfinanciën, drijven de kosten van de werven op, vertragen de toegang tot huisvesting voor duizenden gezinnen en beperken de mogelijkheden van de operatoren om hun patrimonium te vernieuwen door een gebrek aan huurinkomsten.
Om deze uitdaging aan te pakken, lanceert de Regering een pilootproject dat steunt op een publiek-private samenwerking van het type DBFM/DRFM, voor „Design, Build/Renovate, Finance, Maintain”.
Het idee is om aan een private partner, op openbare gronden, het ontwerp, de bouw of de renovatie, de financiering en het onderhoud van woningen toe te vertrouwen voor een bepaalde periode. De overheid blijft zelf verantwoordelijk voor het kader, de vooropgestelde doelstellingen en de toewijzing.
Het bijzondere aan dit model is dat de private partner niet enkel wordt vergoed om te bouwen, maar ook om de leveringstermijnen te respecteren en de kwaliteit en beschikbaarheid van het gebouw te garanderen tijdens de volledige duur van het contract. Zo worden de belangen van de verschillende actoren beter afgestemd op één en hetzelfde doel: snel kwaliteitsvolle woningen ter beschikking stellen van de burgers en deze duurzaam in goede staat houden.
Dit model werkt elders, er is geen reden waarom het niet in Wallonië zou kunnen worden toegepast.
De eerste projecten zullen bij voorrang worden ontwikkeld op gronden die eigendom zijn van de Société wallonne du Logement (SWL).
Cécile Neven, minister van Huisvesting: „Elk jaar dat wordt gewonnen bij de realisatie van een project, betekent gezinnen die sneller toegang krijgen tot een kwaliteitsvolle woning en miljoenen euro's aan vermeden meerkosten. Vandaag stagneert de woningproductie. Dat vraagt om andere manieren van werken te onderzoeken. We zullen zonder taboe onderzoeken of dit type publiek-private samenwerking, dat werkt in de andere regio's en landen om ons heen, ons in staat kan stellen om sneller te bouwen en te renoveren in Wallonië, met behoud van de publieke controle, de uiteindelijke kwaliteit en het goede gebruik van de gewestelijke middelen. Het is onze verantwoordelijkheid dat elke publieke euro zo goed mogelijk wordt beheerd en gebruikt.”