Het einde van deze legislatuur werd gekenmerkt door een aanzienlijke versterking van de middelen voor jeugdhulp. Sinds het begin van de legislatuur konden zo bijna 600 (582) extra opvangplaatsen worden gecreëerd in de Federatie Wallonië-Brussel ten voordele van kinderen in nood. Het budget is op zijn beurt met 33% gestegen. Minister van Jeugdhulp Françoise Bertieaux wil ook een reeks werven lanceren tegen het einde van de legislatuur. Zij wil in het bijzonder het gebruik van opvanggezinnen vergemakkelijken. Om dit te doen, wil de Minister zich laten inspireren door bestaande goede praktijken, zowel in België als bij onze buurlanden, en bracht op 2 februari een bezoek aan Arnhem (Nederland). Het doel is om zowel institutionele opvang met opvanggezinnen te laten samengaan, als binnen die laatste categorie, vrijwillige en professionele opvanggezinnen.
In de algemene filosofie van de jeugdhulp blijft plaatsing in een instelling steeds de meest extreme maatregel. In eerste instantie, voor zover mogelijk, proberen de diensten het kind binnen zijn gezinsstructuur te houden.
Een tussenliggend regime tussen deze twee is de plaatsing in een opvanggezin. Een studie van onderzoekster Stéphanie Chartier (ULiège) toont aan dat een traject in een opvanggezin vaker gunstig is dan een plaatsing in een instelling (wat bevestigd wordt door Franse en Nederlandse studies). Het gebruik van opvanggezinnen laat bovendien toe de uitstroom uit deze instellingen te verhogen en biedt de jongere de affectieve stabiliteit die hij nodig heeft.
Instellingen verrichten inderdaad essentieel werk, maar het is voor de begeleiders (door het aantal kinderen dat zij moeten begeleiden) natuurlijk niet mogelijk om met elk kind de exclusieve band op te bouwen die het had moeten kunnen ontwikkelen met een ouder. Concreet kan een kind een bijzondere band ontwikkelen met een zorgzame opvoeder, maar deze kan zich niet exclusief met het kind bezighouden en is niet elke dag beschikbaar.
Het doel is niet om instellingen en opvanggezinnen tegenover elkaar te plaatsen, maar om ze aan te vullen. Op dezelfde manier is het idee achter professionele opvanggezinnen dat zij zwaardere profielen kunnen opvangen dan die van vrijwillige of bereidwillige opvanggezinnen, naar het voorbeeld van Nederland. Ook Vlaanderen is bezig een gelijkaardig model uit te bouwen.
Het doel van Minister Françoise BERTIEAUX is zowel om dit gebruik te vergemakkelijken, een reeks praktische hindernissen weg te werken waarmee opvanggezinnen te maken krijgen, als om diegenen die dat willen toe te laten zich verder te professionaliseren, geïnspireerd door Belgische en buitenlandse voorbeelden. Dit project zal worden geïmplementeerd in nauwe samenwerking met de verschillende actoren van de sector, met inbegrip van de vakbonden.
De Minister van Jeugdhulp Françoise BERTIEAUX: “Het einde van de legislatuur nadert en het is zeker dat de tijd die mij nog rest, mij niet zal toelaten al deze werven volledig af te ronden. Maar het lijkt mij dat, naast de extra middelen die de laatste maanden zijn vrijgemaakt, het essentieel is om het model rond kinderen in nood en moeilijkheden gedeeltelijk te herdenken. Meer gebruik maken van opvanggezinnen en meer flexibiliteit inbouwen op een reeks vlakken lijkt mij gezond verstand. Ik wil overal waar het mogelijk is vooruitgang boeken, met name over de problematiek van de « geparkeerde kinderen ». Het lijkt mij essentieel dat we meer op maat werken in plaats van pasklare oplossingen voor jongeren in nood. Andere hervormingen, die niet overhaast kunnen gebeuren, zullen door mijn opvolger of opvolgster worden afgerond. Maar ik wil dat hij of zij over alle instrumenten beschikt om vanaf het begin van de volgende legislatuur vooruitgang te kunnen boeken in het belang van gezinnen en kinderen in nood.”
Het koste wat het kost behouden van de band « ouder-kind »: een ideaal met zijn grenzen:
Volgens een studie van Stéphanie Chartier (ULiège), keert slechts een minderheid van de geplaatste kinderen (27%) ooit terug naar hun biologische familie.
Zonder het recht van het kind om, indien dit in zijn belang is, terug te keren naar zijn biologische familie in vraag te stellen, is het essentieel om het de affectieve stabiliteit te bieden die het nodig heeft voor zijn behoeften en welzijn, en daarbij zoveel mogelijk rekening te houden met zijn specifieke kenmerken.
Nederland: een innovatief model als inspiratiebron
Afgelopen vrijdag bracht de Minister een bezoek aan Arnhem (Nederland), in samenwerking met de vereniging “SOS Kinderdorpen” (die de implementatie van het Vlaamse project begeleidt), om een professioneel opvanggezin en een Nederlandse begeleidingsstructuur te ontmoeten.
- John Goessens, van de begeleidingsstructuur « Entrea Lindenhout », wees op de voordelen van dit model, maar benadrukte dat het wettelijk kader, dat in 2015 bij onze buren werd goedgekeurd, verfijnd zou kunnen worden, met name door een aangepaste begeleiding voor professionele opvanggezinnen verplicht te maken, wat momenteel wel mogelijk maar niet verplicht is.
Vervolgens bracht de Minister een bezoek aan Hans en Annerieke, een stralend koppel dat 6 kinderen tussen 8 en 18 jaar opvangt in een mooi huis in Arnhem en de begeleiding van « Entrea Lindenhout » geniet. De uitwisseling met Françoise Bertieaux verliep zeer positief. Hans en Annerieke, die overigens drie volwassen biologische kinderen hebben die enkele jaren geleden het huis uitvlogen, hebben hun respectievelijke banen opgezegd om professioneel opvanggezin te worden.
« Het brengt ons enorm veel » zegt Annerieke in uitstekend Frans. Zeker, het is niet elke dag eenvoudig, maar het brengt veel leven in huis. Conflicten zijn uiteindelijk niet altijd zo verschillend van wat een « gewoon » gezin kan meemaken.
« Dat gezegd zijnde, was de lockdown een veel moeilijkere periode, al denk ik dat de kinderen het juist heerlijk vonden om thuis te blijven! » zegt ze met een glimlach die haar gezicht tijdens het hele gesprek niet zal verlaten.
Het koppel denkt dat de twee jongste kinderen binnenkort terug naar hun biologische familie zullen kunnen, wat aantoont dat het doel is, als de situatie gunstig evolueert, deze kinderen zo snel mogelijk naar hun thuis te laten terugkeren. « Er zijn echter kinderen waarvoor de gezinssituatie helaas complexer is ».
Om een evenwicht te vinden, is een van de gouden regels van Hans en Annerieke om zich een weekend per maand voor te behouden. Ofwel hebben de kinderen dat weekend sport- of jeugdactiviteiten, ofwel kunnen ze een weekend doorbrengen in een opvangcentrum dat door « Entrea Lindenhout » ter beschikking wordt gesteld, zodat ze even kunnen ontspannen en met hen twee kunnen zijn.
Het oudste meisje is net 18 jaar geworden. « Ze blijft bij ons tot ze haar studies heeft afgerond » voegt Hans toe. Haar droom? « In de sociale sector werken ». Dit is geen eerste keer, benadrukken de twee opvangouders. En zeker het mooiste succes.
Een Vlaams model in de afrondingsfase:
In 2017, geïnspireerd door de ontwikkelingen in Nederland, lanceerde Vlaanderen zijn eigen project van professionele gezinsopvang. 14 erkende diensten werden uitgenodigd om gezinshuizen op te richten (40 voor 123 opvangplaatsen). Het belangrijkste verschil is dat elk gezinshuis 3 kinderen voltijds opvangt (tegenover 4 tot 6 kinderen in Nederland, het is in Vlaanderen enkel mogelijk 6 kinderen op te vangen als beide ouders voltijds in dienst zijn)
In 2023, na verschillende sensibiliseringsfasen in de sector, werd een netwerk tussen diensten opgezet om per provincie een kritische massa te bereiken (op dit moment werd deze kritische massa bereikt in Oost-Vlaanderen, provincie Antwerpen en Limburg). De eerste kandidaat-gezinnen werden vervolgens gerekruteerd en de gezinnen zullen tegen het einde van het jaar operationeel kunnen zijn.
In december 2023 werd een collectieve arbeidsovereenkomst goedgekeurd om het loon, de regels voor jaarlijkse vakantie, de arbeids- en opleidingsvoorwaarden, enz. vast te leggen. De gezinnen genieten eveneens begeleiding en aangepaste pedagogische ondersteuning vanuit de erkende begeleidingsdiensten.
Elk opvanghuis kan tot 6 kinderen opvangen (inclusief de eigen kinderen van het gezin), met een maximum van 3 kinderen per betaalde opvangouder (voltijds). Afwijkingen zijn mogelijk (met name voor broers en zussen).
De ouders worden formeel in dienst genomen door de erkende diensten. Ze moeten beschikken over een bachelor in de menswetenschappen of relevante ervaring. Hun persoonlijkheid wordt natuurlijk geëvalueerd. Er worden ook opleidingsaanbiedingen opgezet.
Het Franse systeem:
Opvanggezinnen vertegenwoordigen 40% van de opvang van kinderen in nood bij onze zuiderburen. Het gaat dus om het dominante model.
Het opvangsysteem is gemengd. Het bestaat zowel uit departementale diensten als private initiatieven vanuit het verenigingsleven.
Concreet is het opvanggezin gebonden door een arbeidsovereenkomst met een erkende dienst. Een opvangovereenkomst wordt aan de arbeidsovereenkomst toegevoegd en bepaalt alle elementen die de opvang van het kind moeten faciliteren.
In tegenstelling tot Nederland en Vlaanderen is het niet nodig om over een kamer per kind te beschikken (bv. in Parijs zou dit, gezien de druk op de vastgoedmarkt, aanzienlijke moeilijkheden kunnen veroorzaken op het vlak van opvang). Er is ook een aangepast en vrij voordelig fiscaal stelsel voorzien.
Voorafgaand aan elke opvang moet de opvangouder opleidingsverplichtingen vervullen. Een hervorming die momenteel loopt, voorziet deze op te trekken tot 520 uur (theorie en praktijk), waardoor deze dichter bij de opleiding tot opvoeder komt te liggen.
Een oplossingsspoor voor geparkeerde baby's?
Op 17 oktober 2016 verklaarde Minister van Jeugdhulp Rachid Madrane: “we gaan het probleem van de geparkeerde baby's tijdens deze legislatuur definitief oplossen”. Hij verwees toen naar een probleem dat al “15 jaar” oud was.
Ter herinnering, geparkeerde baby's zijn kinderen (niet altijd zuigelingen) die voor een langere periode in het ziekenhuis blijven om niet-medische redenen, bij afwezigheid van een aangepaste opvang door de betrokken diensten (of het gaat om eerstelijnsdiensten, met name ONE, of om jeugdhulp). Er waren toen een reeks maatregelen genomen als reactie op een resolutie die enkele maanden eerder door het Parlement van de Federatie Wallonië-Brussel werd goedgekeurd.
De afgelopen maanden heeft de pers helaas laten weten dat deze problematiek nog steeds actueel is.
Voor de Minister is het essentieel om een snelle en aangepaste opvang van de kinderen te vergemakkelijken zodra de medische balans is opgemaakt, om bedden in de pediatrische diensten vrij te maken en een aangepaste begeleiding voor het kind te verzekeren. Met dit doel:
- Extra opvangplaatsen werden gecreëerd (ook voor de allerkleinsten)
- « Geparkeerde baby's »-referenten zouden kunnen worden aangesteld binnen de verschillende SAJ / SPJ
- Korte verblijven die het kind kunnen beveiligen bij vermoedens van mishandeling, zullen de situatie van het kind stabiliseren voordat het in een opvanggezin wordt geplaatst.
Het model van professionele opvanggezinnen, in staat om kinderen met een complexer traject op te vangen, zou kunnen bijdragen aan de affectieve en sociale stabiliteit (met inbegrip van school) die voor hen essentieel is.
ELAP-studie (INED, Fréchon, 2018) voor Frankrijk en statistieken verstrekt door Entrea Lindenhout (NL).
S. CHARTIER, “Hoe de relaties tussen ouders en hun geplaatste kind verbeteren?”, ULiège, 2022.