Meer dan een jaar na een officiële audit erkent de Europese Commissie eindelijk dat Braziliaans rundvlees, behandeld met oestradiol, een hormoon dat sinds 2008 strikt verboden is in de Europese Unie, daadwerkelijk op de Europese markt terechtkwam.
In januari 2025 verklaarde een vertegenwoordigster van het Directoraat-generaal Gezondheid (DG Santé) voor de milieucommissie van het Europees Parlement nochtans categoriek: « Er is geen enkel bewijs dat vlees van dieren die met oestradiol behandeld zijn, op de markt van de EU terechtkwam ». Op 25 februari 2026 heeft de Commissie echter een bocht gemaakt. Een woordvoerster heeft erkend dat bevroren rundvlees met sporen van dat hormoon in de loop van 2024 en 2025 op de markt van een tiental lidstaten terechtkwam.
« Deze onthulling bevestigt onze aanhoudende bezorgdheid over de traceerbaarheid, de betrouwbaarheid van de gezondheidscontroles en de voedselveiligheid in het kader van de import uit Brazilië. De vraag aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de naleving van het voorzorgsbeginsel in het kader van het handelsakkoord tussen de EU en Mercosur krijgt hierdoor haar volle betekenis, in het licht van deze gevaarlijke tekortkomingen voor de gezondheid van de Europese consumenten », verklaarde Benoît Cassart, initiatiefnemer van de resolutie die vraagt om het Hof in te schakelen.
DG Santé heeft ook de evaluatie gepubliceerd van de uitvoering van het actieplan dat Brazilië in 2024 presenteerde om deze situatie te verhelpen. Al worden bepaalde verbeteringen erkend, met name de versterking van het netwerk van controlelaboratoria, blijft één essentieel punt onopgelost: de garantie dat producten van runderen die met oestradiol 17β behandeld zijn, niet naar de Europese Unie worden geëxporteerd. Deze centrale aanbeveling werd niet opgevolgd; iets wat de Commissie zelf betreurt.
Om zich te verantwoorden, stelt de Europese Commissie dat de betrokken volumes op EU-schaal maar 0,1% van de rundvleesimport uit Brazilië vertegenwoordigen. Een argument dat Europarlementslid Benoît Cassart doet ontploffen: « zelfs als het om beperkte hoeveelheden gaat, stellen zich twee grote problemen. Ten eerste kunnen we onze handelspartners niet vertrouwen, terwijl vertrouwen onmisbaar is wanneer men een akkoord ondertekent. Ten tweede importeren we een landbouw die we bij ons net verboden hebben. Dat is een volledig onaanvaardbaar gebrek aan intellectuele en politieke coherentie. »
« Naast het feit dat het op korte termijn onze voedselautonomie bedreigt door onze suiker-, ethanol- en pluimveesectoren de nek om te draaien, toont het akkoord met Mercosur hier concreet de risico's voor de volksgezondheid die gepaard gaan met de toenemende openstelling van de Europese markt voor producten die niet aan onze normen voldoen. Dit bevestigt dat onze bezorgdheid over voedselveiligheid, traceerbaarheid en naleving van gezondheidsnormen geenszins ingebeeld is, maar berust op gedocumenteerde feiten », besloot Benoît Cassart, lid van de commissies landbouw en internationale handel van het Europees Parlement.