Op 26 november jongstleden besloten leraren van de Federatie Wallonië-Brussel te staken om hun onenigheid te uiten over de maatregelen die genomen werden in het kader van de begroting 2025. Een gelegenheid om de aangekondigde onderwijsmaatregelen te overlopen en waar te scheiden van onwaar.
Vorige maand oktober verlaagde het ratingbureau Moody's de vooruitzichten van de Federatie
Wallonië-Brussel (FWB) van stabiel naar negatief. Tegen het einde van het jaar zou de schuld van laatstgenoemde 14 miljard € moeten bereiken en om haar tekort van 2024 te dekken, moest de instelling bijna 2 miljard € lenen. Een chronisch tekort dat jaar na jaar bijdraagt aan het vergroten van een schuld die vandaag de jaarlijkse inkomsten van de FWB overtreft! Als wij niet zelf beslissen over besparingsmaatregelen, dreigt Europa het voor ons te doen. Is dit werkelijk de erfenis die we onze kinderen willen doorgeven?
Een focus op het kwalificerend onderwijs?
Ministeriële kabinetten, parlement, wetenschappelijk onderzoek, administratie, met inbegrip van onderwijs (dat 65% van het budget van de FWB vertegenwoordigt), alle onderdelen van de Federatie worden opgeroepen om te besparen. De voorbije dagen kondigden de vakbonden aan dat de regering deze besparingen op de kap van het kwalificerend onderwijs zou doorvoeren. Dat is niet correct. Weliswaar leveren de maatregelen voor de begroting 2025 15,5 miljoen € besparingen op in het kwalificerend onderwijs, maar deze gaan gepaard met 15,9 miljoen € aan nieuw beleid, waarvan 2 miljoen € ten voordele van het kwalificerend onderwijs, en deze besparingen zullen op termijn opnieuw geïnvesteerd worden in dit onderwijs! Deze maatregelen zijn niet het gevolg van een wil om te besparen tegen elke prijs, maar wel beslissingen die onderhandeld werden bij de uitvoering van het Pacte d'excellence in 2017, dat toen al een betere aansturing van de kleine opties in het kwalificerend onderwijs voorzag.
2 miljoen € wordt zo geïnvesteerd om onder meer de identificatie en opvolging van meerderjarige schoolverlaters te verbeteren en om jonge afgestudeerden van het kwalificerend onderwijs te begeleiden naar de arbeidsmarkt. Dit bedrag is de aanzet tot de hervorming van het kwalificerend onderwijs die Valérie Glatigny initieerde, met de bewuste wil om het toepassingsgebied van de verschillende opleidingsoperatoren te verduidelijken, en eindelijk klaarheid te scheppen in “wie doet wat voor wie?”, of meer precies: welke operator biedt welke opleiding aan voor welk publiek?
Wat met meerderjarige schoolverlaters die al meer dan een jaar zonder school zitten?
Het toelaten van de herinschrijving van een meerderjarige schoolverlater, 19 of 20 jaar oud, of ouder, in een klas met leerlingen die 4 of 5 jaar jonger zijn, heeft weinig zin. De Regering van de FWB wil meerderjarige personen die al minstens een jaar zonder school zitten, opnieuw in een opleidingstraject integreren. Deze doelgroep zal een specifieke begeleiding krijgen naar het meest geschikte onderwijs (zoals bijvoorbeeld het onderwijs voor volwassenen) om te voldoen aan hun levensproject en een diploma te behalen. Deze opleidingen in kleine groepen zijn geen “ondermaatse opleidingen”, maar zijn integendeel gespecialiseerd in schoolbinding en dus beter geschikt om deze meerderjarige personen te helpen een CESS te behalen en toegang te krijgen tot het hoger onderwijs, bijvoorbeeld.
Daarnaast werd besloten om leerlingen te begeleiden die al een diploma van het verplicht onderwijs (CESS) hebben, die al een beroepskwalificatie hebben en die een extra specialisatie willen volgen bij opleidingsinstellingen die deze al aanbieden. Zo zou een leerling met een CESS in de horeca kunnen kiezen voor een specialisatie tot sommelier in het volwassenenonderwijs, of toerisme in een hogeschool.
“Fantoomklassen” vermijden
Ten slotte heeft de regering ook besloten om de dubbels aan te pakken die naast elkaar bestaan binnen het kwalificerend onderwijs. Van de 5.400 opties die naast elkaar bestaan in dit type onderwijs, hebben 2.700 minder dan 10 leerlingen, waarvan 1.300 een gelijkaardige optie hebben binnen een straal van 10 km. Instellingen aanmoedigen om deze talrijke opties te verminderen, zal het op termijn mogelijk maken om er efficiënter in te investeren, ten voordele van de leerlingen.
Baanverlies?
Een vermindering van de financiering van het kwalificerend onderwijs met 3% moet instellingen aanmoedigen om geen nieuwe, weinig gevolgde opleidingen te openen. Dit betekent niet dat 3 op 100 leraren hun job zullen verliezen, maar dat 3 lesuren op 100 niet langer gefinancierd worden.
De huidige legislatuur zal ook gepaard gaan met nieuwe beleidsmaatregelen, om te beginnen de strijd tegen het lerarentekort, door het beroep aantrekkelijker te maken (met erkenning van vroegere ervaring tot 7 jaar en baremieke valorisatie), door leraren meer autonomie te geven, hun gezag te ondersteunen en hen aan te moedigen in het beroep te blijven. De versterking van de basisvaardigheden van de leerling staat ook op het programma, net als de administratieve vereenvoudiging voor directies.