Op voorstel van Valérie Glatigny zet de Regering van de Federatie Wallonië-Brussel haar engagement voor de aantrekkelijkheid van de onderwijsberoepen verder. Ze heeft definitief twee belangrijke hervormingen goedgekeurd die de lonen verhogen van toekomstige leerkrachten die een vierjarige opleiding volgen, en van schooldirecties, om hun engagement en verantwoordelijkheden beter te erkennen.
Vanaf het schooljaar 2027 zullen leerkrachten met een Master in het Onderwijs de nieuwe loonschaal 401 genieten, die 5% hoger ligt dan de schaal die momenteel van toepassing is op veel leerkrachten in het lager onderwijs en de eerste graad van het secundair onderwijs. Deze maatregel gaat samen met de verlenging van de initiële lerarenopleiding, die voortaan vier studiejaren omvat.
Voor een leerkracht aan het begin van zijn of haar loopbaan betekent deze opwaardering een winst van ongeveer 150 euro bruto per maand, of bijna 1.800 euro bruto per jaar. Een concrete erkenning van de inspanning die van toekomstige leerkrachten wordt gevraagd vanaf hun eerste dag in het beroep.
De Regering heeft ook beslist om de aantrekkelijkheid van directiefuncties te versterken. Voortaan wordt een minimaal loonverschil van 25% gewaarborgd tussen een leerkracht en een directie met een gelijkwaardige anciënniteit. Deze hervorming beantwoordt aan een langlopende eis van schooldirecties en federaties van inrichtende machten, en houdt rekening met de toenemende pedagogische, menselijke en administratieve verantwoordelijkheden van schoolhoofden. Dit maakt een einde aan de situatie waarin bepaalde directies evenveel of zelfs minder verdienden dan sommige leden van het onderwijsteam.
In totaal zal tegen 2029 bijna 36 miljoen euro worden geïnvesteerd om deze twee maatregelen te financieren. Deze herinvestering zorgt voor een betere erkenning van het engagement van leerkrachten en directies, en versterkt duurzaam de aantrekkelijkheid van de onderwijsloopbanen.
Met deze twee hervormingen kiezen we ervoor om te investeren in de talenten die ons onderwijs doen leven. Door toekomstige leerkrachten en directies beter te verlonen, versterken we de aantrekkelijkheid van deze loopbanen en erkennen we hun engagement voor het slagen van de leerlingen op zijn juiste waarde.