Veel leerkrachten staken vandaag. De MR betreurt de vakbondscommunicatie die erop gericht is hen bang te maken, terwijl de regering net de kwaliteit van het onderwijs wil verbeteren en het tekort in de sector wil bestrijden.
Er circuleert enorm veel onjuiste informatie over het onderwijsbudget 2025. Dit budget komt niet uit de lucht vallen. Het past in de continuïteit van het Pact voor een excellent onderwijs. Er moet eerst worden herinnerd dat dit Pact een erfenis is van vorige regeerperiodes (zonder de MR), met de wil om de resultaten van alle leerlingen te verbeteren en de onderwijsongelijkheid te verminderen. Het gaat om een systemische hervorming die sinds 2017 onderhandeld, georganiseerd en op lange termijn gepland is.
Een van de doelstellingen van het Pact was om een einde te maken aan de excessen van het “vernieuwd secundair onderwijs”, dat het aantal opties bleef vermenigvuldigen, en om het kwalificerend onderwijs beter te sturen. De hervormingen waarover vandaag gesproken wordt, maken dus deel uit van het Pact, en hebben dat altijd al gedaan. De vakbonden spreken niet de waarheid als ze beweren deze hervormingen vandaag pas te ontdekken.
Bovendien weten we dat het onderwijsbudget van de Federatie Wallonië-Brussel behoort tot de hogere middenmoot van de OESO-landen. Toch zijn onze resultaten in internationale onderzoeken niet goed. Het is dus niet alleen een kwestie van bijkomende budgettaire investeringen. Ons kwalificerend onderwijs in het bijzonder geniet een aanzienlijke financiering: er wordt jaarlijks meer dan één miljard euro aan besteed:
- Het kwalificerend onderwijs vertegenwoordigt tussen 9,5k en 10,5k per leerling/jaar, tegenover 6,5k tot 7,5k per leerling/jaar voor het algemeen secundair onderwijs.
- Wij behoren op dit vlak tot de kopgroep van de OESO-landen, en de genomen maatregelen zullen daar niets aan veranderen, aangezien ze minder dan 5% van het totale budget van het kwalificerend onderwijs raken.
- Als het budget bepalend was voor de kwaliteit van een systeem, zouden we op hetzelfde niveau staan als Zweden, en beter presteren dan Denemarken of Finland, wat verre van de realiteit is.
Onder de vermelde maatregelen bevindt zich die met betrekking tot meerderjarige leerlingen, die door hun leeftijd niet meer aan de leerplicht onderworpen zijn en zich opnieuw inschrijven in het 3de en 4de middelbaar. Het gaat om leerlingen, van wie meer dan de helft 19 jaar of ouder is, die schoolverlaters waren (dat wil zeggen minstens één jaar niet ingeschreven in het leerplichtonderwijs). Hen in klassen plaatsen bedoeld voor 15- à 16-jarigen is noch voor henzelf gunstig (verschil met veel jongere leerlingen), noch voor de leerkrachten (die al met een grote heterogeniteit in de klassen te maken hebben), noch voor de andere leerlingen in de klas. Er bestaan andere operatoren om deze leerlingen op te vangen, zoals het onderwijs voor volwassenen. Dit lijkt logischer en efficiënter om deze jongeren toe te laten zich te vormen en toegang te krijgen tot werk, samen met leeftijdsgenoten.
Een andere maatregel betreft leerlingen die zich inschrijven in het 7de technisch en beroepsonderwijs, maar reeds een diploma (CESS) bezitten. Het gaat hier om leerlingen, van wie meer dan de helft 20 jaar of ouder is (30% is zelfs 21 jaar of ouder), die hun CESS al hebben behaald en een bijkomende opleiding willen volgen om zich te specialiseren (bv. CESS in de horeca + een specialisatie sommelier). Op deze afschaffing van het 7de technisch jaar bestaan echter drie uitzonderingen, voor de opleidingen tandprothesist en opticien (omdat de certificatie pas na het 7de jaar wordt toegekend, niet na het 6de), en assistent preventieadviseur veiligheid (overeenkomst met de federale overheid). In vrijwel alle gevallen bestaat er minstens een alternatief in dezelfde “bekken”, hetzij binnen het onderwijs voor volwassenen, hetzij bij het IFAPME: het gaat dus niet om het afschaffen van opleidingstrajecten, maar om ze verder te zetten en af te ronden via opleidingsoperatoren voor wie dit hun publiek is. De betrokken scholen, leerlingen en onderwijsnetten zullen begeleid worden tijdens deze overgang.
Tot slot werd, om de vermenigvuldiging van zeer “kleine klassen” in het kwalificerend onderwijs te vermijden, besloten om instellingen aan te moedigen zich te reorganiseren: de omkadering/financiering van het kwalificerend onderwijs wordt teruggebracht tot 97% van het huidige niveau (concreet: van de 100 lesperioden die vandaag worden gegeven, worden er morgen 97 gegeven, dus 3% minder lesperioden). Dit betekent niet minder banen, maar verhoogt de verhouding aantal leerlingen/leerkracht, die vandaag in veel opties zeer laag ligt. Een van de doelstellingen van de hervorming van het kwalificerend onderwijs is om instellingen ertoe aan te zetten zich te specialiseren in plaats van het aantal opties eindeloos te vermenigvuldigen. Van de 5.400 opties in de FWB telden 2.700 gemiddeld minder dan 10 leerlingen per klas, waarvan 1.300 een gelijkaardig aanbod hadden binnen een straal van minder dan 10 km.
Volgens de PS zouden 3 op de 100 leerkrachten hun baan verliezen, maar het gaat hier om verlies van lesopdrachten, niet van banen, en er is begeleiding voorzien voor de herplaatsing van de betrokken leerkrachten. We bevinden ons in een context van tekort, en vandaag verlaten al 7 op de 100 leerkrachten jaarlijks het beroep (bijvoorbeeld door pensionering). Met andere woorden, banen zijn er wel degelijk.
Er is specifieke begeleiding voorzien voor de leerlingen die door deze maatregel getroffen worden, om hen te informeren en te oriënteren naar de meest geschikte opleidingsrichtingen en -operatoren, rekening houdend met hun behoeften en ambities. Er is ook begeleiding voorzien voor leerkrachten: dit maakt deel uit van de sociale dimensie van het Pact, beheerd binnen de administratie, met als doel de herplaatsing van leerkrachten met verlies aan opdracht te begeleiden en de mobiliteit tussen netten te bevorderen. Er is eveneens begeleiding voorzien voor de scholen die door deze maatregelen getroffen worden, en er lopen vergaderingen met de inrichtende machten om samen aan deze begeleiding op maat te werken. Volgens de huidige simulaties van de administratie dreigt slechts één school onder de leerlingennorm te vallen, wat het risico op sluiting inhoudt. Ze zal specifieke begeleiding krijgen.
De projecten van minister Glatigny omvatten ook nieuw beleid:
- Om zieke kinderen die uit school gehouden worden te ondersteunen: verbetering van hun schoolloopbaan via digitale middelen (ClassContact), zodat ze de lessen op afstand kunnen volgen en zoveel mogelijk contact met hun klasgenoten kunnen behouden
- Lancering van een digitaal platform (CEPAGE) om de loonverwerking van leerkrachten beter te beheren (fouten vermijden + de arbeidsomstandigheden van de personeelsleden verbeteren)
- Uitbreiding van de vervangingspools van 2 (Brussel en Henegouwen-Zuid) naar 4 zones (+ Namen en Luxemburg). Dit is een “pot” van leerkrachten die zich ter beschikking stellen van de inrichtende machten om afwezige leerkrachten te vervangen, per zone, wat het mogelijk maakt om voor elke klas een leerkracht aanwezig te hebben om het leren te garanderen en de arbeidsomstandigheden van de betrokken onderwijsteams te verbeteren.
- Verhoging van het salaris van professionals (erkenning tot 7 jaar ervaring) die zich willen omscholen naar knelpuntfuncties in het onderwijs (bv. taalleerkrachten). Deze maatregel kan tot 200€ extra netto-inkomen opleveren voor leerkrachten met een tweede carrière die een knelpuntfunctie opnemen
- Herbalancering van de financiering tussen de onderwijsnetten, wat een einde maakt aan een historische onrechtvaardigheid in de financiering tussen scholen van verschillende netten. Er circuleert nog andere informatie over elementen die onder desinformatie vallen met betrekking tot de maatregelen van het programmadecreet
Afschaffing van de “ziektepot” voor leerkrachten in januari 2025. ONWAAR. Er bestaat geen enkel wetsontwerp over de “ziektepot”, en die zal dus zeker niet worden afgeschaft in januari 2025. Wel klopt het dat er tijdens deze legislatuur zal worden nagedacht over regelingen bij begin en einde van de loopbaan, met een analyse van het principe, dat enkel in het onderwijs bestaat, waarbij alle niet-opgenomen ziekteverlofdagen worden opgespaard om vroeger met pensioen te kunnen gaan.
- Einde van de DPPR’s. ONWAAR. Er bestaat geen enkel wetsontwerp betreffende de DPPR’s, en dit maakt evenmin deel uit van de Gemeenschapsverklaring. Het klopt echter wel dat de administratie de post DPPR analyseert, samen met andere posten, zoals het logisch is dat een administratie de kosten van elke post binnen haar diensten in de gaten houdt. Het is ook nodig om de impact van de DPPR’s op het lerarentekort te begrijpen. Volgend jaar zullen op dezelfde manier andere posten geanalyseerd worden, in een logica van goed budgettair beheer en goed bestuur. Dit is verre van nieuw en maakt deel uit van de evaluatie van het overheidsbeleid. Een maatregel opvolgen betekent niet “om ze af te schaffen”, maar ook “om er zeker van te zijn dat ze kan worden voortgezet”.
- Einde van de benoemingen/statuten van leerkrachten vanaf januari 2025. ONWAAR. De regering heeft inderdaad het einde van de benoemingen aangekondigd vanaf januari 2025, maar voor administratief personeel, NIET voor leerkrachten. Het klopt wel dat er nagedacht zal worden in het kader van de modernisering van de leerkrachtenloopbaan, met onder meer een nieuw type contract (bv. een contract van onbepaalde duur “Leerkrachten” op maat, met onder meer een tweede pensioenpijler) voor jonge afgestudeerden na een opleiding van 4 jaar vanaf 2027, evenals een overgangsperiode voor leerkrachten die in het proces van benoeming zitten. Het doel is om het gebrek aan statuut voor jonge leerkrachten vandaag, en de professionele onzekerheid die dit met zich meebrengt, te vervangen door een contract van onbepaalde duur aangepast aan het lerarenberoep. Maar er bestaat vandaag geen enkele tekst hierover. De teksten die in de toekomst zullen komen, zullen onderhandeld worden met de sector. Er is niets voorzien in januari 2025! En benoemde leerkrachten zullen hun benoeming nooit verliezen.
- Verhoging van de werklast. ONWAAR. Deze regering werkt enerzijds aan een schokgolf van administratieve vereenvoudiging, en anderzijds aan meer autonomie voor de onderwijsteams, net om de werklast te verlichten.
- Verlies van 500 banen door de budgettaire maatregelen. ONWAAR. De budgettaire maatregelen met betrekking tot het kwalificerend onderwijs raken de periodes/uren die aan scholen worden toegekend, en niet ontslagen van leerkrachten. Er zouden dus wel bepaalde “verliezen aan uren” kunnen zijn voor leerkrachten. In een context van tekort, waarbij elk jaar leerkrachten met pensioen gaan, is het doel van de maatregel niet om leerkrachten te “ontslaan”. De regering werkt samen met de administratie aan maatregelen om ervoor te zorgen dat leerkrachten die een lesopdracht (“uren”) verliezen, deze terugvinden, hetzij in hun eigen school, hetzij in andere scholen, onder meer via mobiliteit van leerkrachten tussen de onderwijsnetten.
- Stripverhaal van het ACOD “En avant pour le passé”, dat insinueert dat er geraakt zou worden aan de arbeidsongevallenverzekering, het zwangerschapsverlof, druk + aangifte bij een contract van onbepaalde duur, urenregistratie via tv, verhoging van het aantal leerlingen per klas, en verdwijning van de vakbonden. ONWAAR. Niet alleen bestaat er geen enkele tekst over deze verschillende punten, maar dit maakt ook geen deel uit van de Gemeenschapsverklaring (DPC). Bovendien heeft de loopbaanhervorming die in de DPC is opgenomen tot doel het beroep aantrekkelijker te maken, niet minder aantrekkelijk.
- Einde van de kosteloosheid. ONWAAR. De kosteloosheid van het schoolmateriaal is niet afgeschaft en bestaat nog steeds volledig voor leerlingen tot en met het 3de leerjaar lager onderwijs, zoals voorheen. Het klopt wel dat er een evaluatie van de maatregel gepland is. Dit is niets nieuws. Deze evaluatie was voorzien in het decreet dat de vorige regering had ingevoerd, tegen eind 2024. We zijn eind 2024, en dus loopt de evaluatie, zoals dat voor elk overheidsbeleid moet gebeuren om de doeltreffendheid ervan te analyseren. Evalueren betekent, nogmaals, niet afschaffen, maar nagaan of de maatregel goed werkt en zijn doelgroep bereikt, in dit geval de meest kwetsbare gezinnen.
- Er is ook veel gesproken over barema 501. De voorstellen betreffende dit barema moeten eveneens gelezen worden binnen de globale context van de Gemeenschapsverklaring, die talrijke voorstellen bevat om het dagelijkse leven van leerkrachten te verbeteren, en meer bepaald hun loon. Voor leerkrachten die dit barema al genieten, of voor wie er aanspraak op wil maken, zal gevraagd worden om bijkomende taken uit te voeren, in het kader van specifieke functies, die bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de leerprocessen, om het extra loon te rechtvaardigen, en dit binnen een vastgelegd budget. Dit heeft ook tot doel het behaalde diploma optimaal te benutten, aangezien het de betrokken leerkrachten een expertise geeft die hun collega’s niet hebben. Er is dus geen sprake van het afschaffen van dit barema. Laten we ook verduidelijken dat de regering een tussenliggend barema zal voorstellen tussen barema 301 en 501. Ook dit is dus een loonsverhoging in het vooruitzicht voor heel wat leerkrachten.
Alle maatregelen van de Gemeenschapsverklaring zullen in overleg met de sector worden aangenomen.