Vrijhandelsakkoorden zijn een instrument om afzetmogelijkheden voor Europese exportbedrijven te vergroten, de soft power van Europa in de wereld uit te breiden, onze geografische aanduidingen te beschermen en een wederzijdse opening van overheidsmarkten mogelijk te maken. Ze kunnen groei genereren, op voorwaarde dat ze correct en op een inclusieve manier worden onderhandeld!
Het gaat er niet om alles te stoppen, maar om de onderhandelingen te heropenen met als doel het akkoord, waarvan de onderhandelingen teruggaan tot de jaren 90, aan te passen aan de uitdagingen en prioriteiten van vandaag. Voor ons is het doel het einde van een naïef Europa en de politieke wil om over te gaan van een volledig ongebreidelde vrijhandel, die onze bedrijven schaadt, naar een rechtvaardige handel.
Om echter de bittere pil van het akkoord te doen slikken - „koeien tegen auto's”, zoals het genoemd wordt - aan de Europese landbouwers en de meest weigerachtige lidstaten, heeft de Europese Commissie recent het idee geopperd van een compensatiefonds voor de verliezers, waarschijnlijk de Europese sectoren voor rundvee- en pluimveeteelt, suiker en maïs.
Wij hekelen de hypocrisie van zo'n voorstel.
De handelsbalans van de EU met Mercosur is al negatief met 15 miljard op landbouwproducten, Mercosur vertegenwoordigt meer dan 70% van de Europese invoer van rundvlees en 50% van die van pluimvee. Het is legitiem om aan te nemen dat het akkoord de situatie zal verergeren, aangezien de productiekosten veel lager zijn en de Mercosurproducten uiterst concurrentieel zijn ten opzichte van de Europese producten. Het compensatiefonds, waarvan we noch de aard noch de omvang kennen, zal het concurrentiegat niet kunnen dichten, en de Europese landbouwbedrijven zullen de deuren moeten sluiten.
Hoe kan men in de toespraak over de staat van de Unie in 2023 verklaren „een gezonde voeding waarborgen (...) en de onafhankelijkheid van onze voedselvoorziening” en, een jaar later, beslissen om het EU-Mercosurakkoord te ondertekenen zonder effectieve vrijwaringsclausules, met duidelijke criteria, die in staat zijn de invoer op te schorten bij een ontwrichting van de Europese markt?
Een concurrentie die des te oneerlijker is omdat de productieregels en milieunormen helemaal niet dezelfde zijn. De Europese onderhandelaars van het akkoord moeten weten dat Argentinië en Brazilië bijvoorbeeld beschikken over 178 fytosanitaire producten voor hun maïsproductie, waarvan drie kwart verboden is in onze Unie omdat ze schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid! Ook voor de suikerproductie wordt het gebruik van neonicotinoïden in Europa steeds meer beperkt en gereguleerd wegens hun negatieve impact op de biodiversiteit, maar ze zijn zonder enige beperking toegestaan in de Mercosurlanden, waarvan we op het punt staan de invoer van 180.000 ton tegen een nultarief toe te staan. Hoe kan men de uitfasering van pesticiden tot een topprioriteit maken van de Europese Green Deal en toch het EU-Mercosurakkoord ondertekenen zonder de invoering van robuuste spiegelclausules die het principe van wederkerigheid in de productiemethoden waarborgen, gekoppeld aan controles en sancties?
En wat met de bescherming van onze consumenten? Willen we hen blootstellen aan bewezen kankerverwekkende pesticiden of groeibevorderende antibiotica? We weten dat antimicrobiële resistentie verantwoordelijk is voor meer dan 35.000 overlijdens per jaar in de EU. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft dit trouwens geklasseerd als een van de 10 grootste mondiale bedreigingen voor de volksgezondheid. Hoe is het mogelijk dat de Europese Commissie zich als doel stelt het gebruik van antibiotica in de Europese Unie met 50% te verminderen tegen 2030 - wat werkt, want tussen 2018 en 2021 hebben de 27 EU-lidstaten een vermindering van 18% bereikt - en tegelijkertijd beslist om vlees van Mercosur, waar het gebruik van groeibevorderende antibiotica nog steeds is toegestaan, toe te laten op de Europese markt? Bij de onderhandeling van CETA (EU-Canada-akkoord) heeft de Europese Commissie er wel voor gezorgd dat invoerquota van vlees naar de EU verplicht moesten voldoen aan de Europese normen (zonder hormonen voor rundvlees, zonder ractopamine voor varkensvlees). De Commissie vervult haar rol als hoedster van de bescherming van de Europese consumenten niet, want die zullen niet in staat zijn vlees uit Mercosur te vermijden, dat al zeer aanwezig is in de fastfoodsector. Des te meer omdat het traceerbaarheidssysteem niet volledig is in de Mercosurlanden en oneerlijke praktijken frequent zijn, zoals Braziliaans vlees dat in Europese havens aankomt en vervolgens vertrekt met een „made in UE”-logo.
De kwestie van het dierenwelzijn kan niet worden ontweken. Kunnen we zonder verpinken accepteren dat dieren in Brazilië tot 48 uur kunnen reizen zonder water of voedsel, terwijl binnen de EU al 24 uur, met pauzes elke 9 uur, ter discussie staat?
Ten slotte moeten we eraan herinneren dat de planeet Één is. We moeten stoppen met het aanpakken van problemen in aparte silo's en een echte holistische aanpak hanteren. Het is niet door onze landbouwproductie te verhuizen naar de Mercosurlanden dat de planeet er beter zal worden. De Europese Unie heeft een routekaart uitgetekend om de decarbonisatie tegen 2050 te bereiken en te proberen de opwarming van de aarde te vertragen. Haar industrie en landbouwsector investeren enorm om de ecologische transitie tot een succes te maken. Het behoud van bossen en biodiversiteit zijn twee pijlers van deze strategie. Nochtans voorspelt de commissie Ambec, een onafhankelijke commissie ingesteld door de Franse president, bijvoorbeeld dat de stijging van de export naar Europa de ontbossing in Mercosur met 5 tot 25% per jaar zou doen toenemen tijdens de eerste zes jaar van toepassing. De toename van de rundvleesexport naar de Europese Unie zou daarvan de hoofdoorzaak zijn. Hoe kan men in de klimaatwet het doel van een CO2-neutrale EU tegen 2050 vastleggen en het EU-Mercosurakkoord ondertekenen zonder ons uit te rusten met een sanctie- en opschortingsbevoegdheid bij niet-naleving van het akkoord van Parijs? Dit is echter al gedaan in het kader van het akkoord met Nieuw-Zeeland.
Meer dan ooit is het nodig om te stoppen met de kwade trouw. Vrijhandelsakkoorden moeten ons helpen om ons sociaal en ecologisch model te exporteren, en niet om het te vernietigen.
Benoît Cassart, Europees parlementslid