Een sleutel voor werk, in de eerste plaats in Brussel, waar één op twee jobs Nederlands vereist. Net als in Wallonië is de kennis van het Nederlands cruciaal om een job te vinden in de overheidsadministratie, in de gezondheidszorg (ziekenhuizen, rusthuizen), in de verkoop, in de logistiek, in de horeca en in het toerisme, enz. In Vlaanderen blijven duizenden jobs onbezet, bij gebrek aan kandidaten die de taalbarrière kunnen overwinnen. Nederlands of Duits spreken, naast het Frans, is geen theorie: het zijn concrete kansen, hier en nu.
Maar het is ook een sleutel om beter samen te leven. In een meertalig land betekent de taal van de ander begrijpen ook zijn cultuur, zijn realiteit, zijn debatten begrijpen. Het versterkt de sociale cohesie en laat onze democratie volledig leven.
Daarom zetten we een beslissende stap. Vanaf het schooljaar 2027-2028 wordt het leren van een tweede landstaal (Nederlands of Duits, belangrijk in bepaalde gemeenten van het land) veralgemeend vanaf het 3e leerjaar lager onderwijs. Terwijl Nederlands al verplicht is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, is dat nog niet het geval in Wallonië. Wij veranderen dat. En vanaf het schooljaar 2030-2031 wordt Nederlands ook geïntegreerd in het CEB, een sterk signaal in de aanloop naar de 200e verjaardag van België in 2030.
Deze hervorming zal bijdragen tot het verminderen van het lerarentekort in talen in het lager onderwijs, omdat minder taallessen parallel moeten worden georganiseerd (afschaffing van het Engels in het lager onderwijs). Maar we moeten meer doen, want deze ambitie vergt menselijke middelen. Tegenover het structurele lerarentekort, vooral in Germaanse talen, treden we op. Taalleraren, erkend als knelpuntberoep, zullen kunnen genieten van een looncorrectie tot zeven jaar anciënniteit. We waarderen de lonen op van leraren die in vier jaar zijn opgeleid, en verlichten de werklast aan het begin en het einde van de loopbaan.
Onze lijn is duidelijk: een ambitieuze, verzekerde hervorming, met een leerkracht voor elke klas om het leren van onze landstalen te versterken.
Want een taal leren is niet alleen woorden leren. Het is het geheugen trainen, het redeneren verfijnen, het denken structureren. Het is de fundamenten versterken. En het is onze kinderen voorbereiden om te slagen in een land dat van meertaligheid een rijkdom moet maken.