Wallonië legt de basis voor een ambitieuze hervorming van het steunbeleid voor energetische renovatie van residentiële gebouwen. Deze basis zal de uitwerking mogelijk maken van een globaal steunregime, eenvoudiger, efficiënter en houdbaarder, dat op 1e oktober 2026 in werking moet treden.
De energetische renovatie van het Waalse gebouwenpark kan niet enkel op premies steunen, zoals de recente gebeurtenissen hebben aangetoond. De minister van Energie en Huisvesting heeft de Hoge Strategische Raad (HCS) en het Centrum voor Studies in Duurzaam Wonen (CEHD) belast met het formuleren van richtlijnen voor de invoering van een nieuw “globaal steunregime voor renovatie”. Met een centrale vraag: gelet op de beschikbare budgettaire middelen, welke instrumenten moeten worden ingezet om Wallonië op het traject te plaatsen om de Europese doelstellingen van de EPB-Richtlijn IV te halen?
Op basis van een analyse van de bestaande situatie werden de uitdagingen en belemmeringen voor de energetische renovatie van het residentiële gebouwenpark geïdentificeerd. Dit werk leidde tot een geheel van voorstellen, gebaseerd op vijf hoofdassen:
- Van paradigma veranderen: het is nodig de reflectie te verbreden naar alle mechanismen die kunnen worden ingezet, zonder zich te beperken tot een uitsluitende subsidiëringslogica.
- De begeleiding structureren en verankeren: elk kandidaat-renoverend gezin moet toegang hebben tot persoonlijke begeleiding, gaande van informatie over de te bereiken doelstellingen en bestaande steunmaatregelen, tot de volledige uitbesteding van de uitvoering van het project.
- De toegangscriteria herzien en globaliseren: de verschillende steunmaatregelen moeten worden afgestemd op drie criteria: de financieringscapaciteit van de aanvrager, het statuut van het gezin en het type gebouw.
- Grondig vereenvoudigen: de principes van administratieve vereenvoudiging moeten worden geïntegreerd via een digitale tool voor het controleren van de gerechtigdheid en een duidelijk aanbod.
- Het kader stabiliseren: de huidige en toekomstige maatregelen moeten worden gepland op basis van hun maturiteitsgraad, om voorspelbaarheid voor alle betrokken partijen te garanderen.
Zes basisinstrumenten worden voorgesteld voor een invoering in oktober 2026:
- Versterking van het Rénopack en betere afstemming van de premies: er wordt voorgesteld de financiële steun te herorganiseren rond leningen aangepast aan de draagkracht van de gezinnen, aangevuld met premies voor gezinnen met lagere inkomens, met voorrang voor de meest energieverslindende woningen;
- Betere afstemming van de verschillende advies- en begeleidingsinstrumenten: er wordt voorgesteld een geïntegreerd systeem van begeleidingsoperatoren op te zetten over heel het grondgebied, waarbij praktijken worden geharmoniseerd en instrumenten worden gedeeld om een gelijkwaardige service voor gezinnen te garanderen;
- Fiscale stimulans: er wordt voorgesteld de mogelijke fiscale hefbomen te analyseren om de bestaande maatregelen aan te vullen;
- Wijziging van het EPB-certificaat: er wordt voorgesteld dat elke door de overheid ondersteunde renovatie het voorwerp uitmaakt van een energie-expertise vóór en na de werken, om de kwaliteit te garanderen en een beter beleidsbeheer mogelijk te maken;
- Renovatieverplichtingen: er wordt voorgesteld geleidelijke verplichtingen voor energetische renovatie in te voeren, gekoppeld aan de belangrijke momenten in het leven van een gebouw (verkoop, verhuur, bewoning);
- Steun aan energetische renovatie via ander beleid: de renovatiestrategie zal steunen op ander regionaal beleid (stedenbouw, gezondheid van woningen, innovatie, opleiding, labeling) om structurele belemmeringen weg te werken en de doeltreffendheid van de hervorming te versterken.
Al deze voorstellen zullen in de komende weken worden voorgelegd aan overleg met de belanghebbenden. Andere instrumenten waarvan de maturiteit op dit moment nog ontoereikend blijkt voor toepassing in het laatste kwartaal van 2026, zullen ook worden besproken, met het oog op hun invoering tijdens deze legislatuur en daarna.
Cécile Neven, minister van Energie en Huisvesting: “Op deze objectief onderbouwde basis zal Wallonië een nieuw regime opbouwen dat de structurele belemmeringen voor renovatie wegneemt door de juiste instrumenten, op het juiste moment, voor de juiste doelgroepen in te zetten. Dit alles binnen een kader van budgettaire houdbaarheid. ”