Het nieuwe Waalse Wetboek van Dierenwelzijn is deze week goedgekeurd door de Waalse Regering. Duidelijke doelstellingen: de bescherming van dieren versterken en een einde maken aan situaties van straffeloosheid.
De Waalse minister-president belast met Dierenwelzijn, Adrien Dolimont, heeft een globale hervorming op tafel gelegd om concrete antwoorden te bieden op soms kritieke situaties.
Om ontsnappingsroutes tegen te gaan en de reële toepassing van het Wetboek te garanderen, wordt het repressieve luik versterkt. Het doel is de sancties écht afschrikkend te maken en straffeloosheid, vooral bij herhaling, doeltreffender te bestrijden. Een dier houden ondanks een schorsing of intrekking van het vertrouwenscertificaat zal voortaan een inbreuk vormen. Datzelfde geldt voor elke activiteit die wordt uitgeoefend zonder de nodige vergunningen of in strijd daarmee.
Bepaalde inbreuken zullen, wegens hun ernst, worden geherklasseerd, met sancties tot drie jaar gevangenisstraf en 1 miljoen euro boete.
Naast de sancties zet de hervorming ook in op preventie en op de verantwoordelijkheid van dierenhouders. De houderijvergunning vertoont in haar huidige vorm verschillende gebreken. Ze zal daarom worden vervangen door een vertrouwenscertificaat, dat meer preventief en moderner is.
Dit zal onder meer rekening houden met alle personen die het gezin uitmaken: het zal dus niet meer mogelijk zijn om een dier te houden onder hetzelfde dak als een reeds gesanctioneerde persoon. De beslissingen worden opgenomen in het centraal bestand, en dieren die tijdens een schorsingsperiode worden gehouden, zullen onmiddellijk in beslag worden genomen.
De hervorming moderniseert ook verschillende aspecten van het Wetboek, met name:
- de verplichting dat fokken erop gericht moet zijn dieren te laten geboren worden die vrij zijn van aandoeningen die hun welzijn kunnen schaden;
- het duidelijke onderscheid tussen fokkers en verkopers van honden en katten;
- het verbod om een in een asiel geadopteerd dier voor fokdoeleinden te gebruiken;
- de omkadering van dierencafés;
- de mogelijke oprichting van opvangcentra voor uitheemse dieren in nood;
- de oprichting van revalidatiecentra voor dieren uit landbouwbedrijven;
- het verbod op de verkoop van dieren op gemeentelijke markten;
- het verbod op thuisslachting van schapen, geiten en varkens.