Nu steeds meer diensten digitaal worden, is het essentieel dat niemand achterblijft.
Ouderen, mensen die niet over de juiste digitale hulpmiddelen beschikken of die er gewoon voor kiezen om geen gebruik te maken van onlinediensten, moeten hun geld gemakkelijk en tegen een redelijke prijs kunnen blijven beheren.
Daarom heeft de regering, op initiatief van de ministers David Clarinval, Rob Beenders en Jan Jambon, beslist om de universele bankdienst te verlengen tot 2031, in overleg met de banksector.
Concreet garandeert deze regeling toegang tot essentiële bankdiensten zonder dat men digitaal moet werken, voor een maximumtarief van 62,50 euro per jaar.
De universele bankdienst omvat onder meer:
- een debetkaart;
- 60 manuele verrichtingen per jaar;
- 24 opnames aan geldautomaten;
- de mogelijkheid om gratis domiciliëringen en doorlopende opdrachten in te stellen aan het loket;
- het verkrijgen van rekeninguittreksels aan het loket of per post.
Digitalisering biedt heel wat kansen en vergemakkelijkt het dagelijkse leven van veel burgers.
Maar ze mag niet gebeuren ten koste van de meest kwetsbare mensen.
Met deze verlenging garanderen we iedereen de mogelijkheid om zijn financiën zelfstandig te beheren, ongeacht zijn beheersing van digitale hulpmiddelen.