Overslaan naar inhoud

Druk op ENTER om te zoeken of op ESC om te sluiten

Vervanging van het Brevet van ziekenhuisverpleegkundige door de opleiding tot Zorgkundige in de verpleging

03/01/2026
In het kort
  • Het brevet van ziekenhuisverpleegkundige wordt vervangen door de opleiding tot zorgkundige in de verpleging (ASI)
  • De EU eist afstemming tegen maart 2026: het brevet voldoet niet meer aan de Europese normen
  • De ASI vult de bachelor verpleegkundige aan, autonoom voor basiszorg onder toezicht
  • Geleidelijke overgang vanaf 2026-2027, zonder verlies van rechten voor studenten die al bezig zijn

De verpleegkundige opleiding hervormen betekent studenten beschermen en de kwaliteit van de zorg garanderen.
Het brevet voldoet niet meer aan de Europese vereisten.
De zorgkundige in de verpleging is een erkend profiel dat nuttig is op het terrein.
Een noodzakelijke en verantwoorde hervorming tegen het tekort.

Als gevolg van een Europese richtlijn en een herdefiniëring van de zorgberoepen door de federale overheid, zullen er veranderingen plaatsvinden in de opleiding van zorgverleners, met als doel de kwaliteit van de opleiding te verhogen. Deze verandering past in een logica die elders in België al werd toegepast: Vlaanderen schafte het verpleegkundig brevet al in 2023 af en voerde een nieuw tussenprofiel in, de basisverpleegkundige. Deze Vlaamse hervorming vloeit voort uit dezelfde Europese verplichtingen en uit de federale hervorming van de structurering van de verpleegkundige beroepen, geleid door minister Frank Vandenbroucke.

De Federatie Wallonië-Brussel haalt dus een beweging in die al in gang was, gesteund door de zorgaanbieders en afgestemd op het federale reglementaire kader. De Europese richtlijn legt normen vast, maar het is de federale overheid die de beroepsprofielen heeft herdefinieerd en de verdeling van de bevoegdheden tussen de verantwoordelijke verpleegkundige algemene zorg en de zorgkundige in de verpleging heeft georganiseerd.

In maart 2024 heeft de Europese Commissie immers een richtlijn (EU 2024/782) aangenomen, die de minimale opleidingsvereisten voor het beroep van verantwoordelijk algemeen verpleegkundige aanscherpt. Deze richtlijn verplicht alle lidstaten om zich uiterlijk in maart 2026 af te stemmen. Niet handelen zou de erkenning van de diploma's van de studenten en dus hun mobiliteit in gevaar brengen. Zo zou een student niet langer in Frankrijk of Italië kunnen werken.

De hervorming is essentieel om studenten te beschermen en te garanderen dat geen enkele nieuwe afgestudeerde zonder Europese erkenning of zonder reële vooruitzichten achterblijft.

Het brevet (niveau 5) voldoet dus niet meer aan de vereiste competenties: klinische autonomie, coördinatie, analyse- en onderzoekscapaciteit gebaseerd op bewijsvoering, wat overeenkomt met niveau 6 (bachelor) voor de verantwoordelijk algemeen verpleegkundige (IRSG).

1. Organisatie

  • De vervanging van de brevetopleiding door de zorgkundige in de verpleging zal geleidelijk gebeuren.
  • Het schooljaar 2025-2026 is het laatste jaar waarin men zich nog kan inschrijven voor het brevet van ziekenhuisverpleegkundige.
  • Studenten die zich voor maart 2026 hebben ingeschreven, kunnen hun opleiding onder dezelfde voorwaarden als nu afronden en behouden de nationale en Europese erkenning van hun diploma.
  • Deze garantie geldt ook in geval van herexamen of het overdoen van een jaar (binnen de reglementaire grenzen).
  • Leerlingen in het voorbereidend jaar zullen nog de mogelijkheid hebben om tijdig in te stappen in het brevet; de overgang zal hen niet benadelen.

De continuïteit zal worden verzekerd via een of twee instellingen per provincie. Deze zullen leerlingen uit het voorbereidend 7de jaar, herexamenkandidaten en zij die via gelijkstelling of tijdens hun traject toekomen, opvangen. Zo blijven kwalitatieve stages, een coherent curriculum en volledige lerarenteams tot het einde van de opleiding gegarandeerd. Geen enkele student zal worden uitgesloten, en er zullen geen ontslagen zijn voor leraren, aangezien herplaatsingen zijn voorzien.

Een onderbreking van het traject van 12 maanden of meer (bijvoorbeeld een leerling die niet meer naar de lessen komt terwijl hij het laatste jaar van het brevet had aangevat) leidt tot een verplichte herorientering naar de opleiding Zorgkundige in de verpleging (ASI) of naar de Bachelor Verantwoordelijk algemeen verpleegkundige (IRSG).

2. Specifieke regeling voor het voorbereidend jaar

Studenten die momenteel in het voorbereidend jaar zitten, zullen zich in januari 2026 kunnen inschrijven voor de examens van de paramedische jury, deze afleggen in mei en augustus 2026, en bij slagen vanaf het schooljaar 2026-2027 instromen in het brevet. De inschrijving voor de jury geldt vanaf februari 2026 als voorwaardelijke inschrijving voor het brevet.

Vanaf 2026-2027 wordt de paramedische jury afgeschaft. Naargelang de uitgevoerde analyse kan een nieuw voorbereidend jaar of een nieuwe toegangsregeling tot paramedische en kleuterzorgstudies binnen het Onderwijs voor Sociale Promotie worden gecreëerd.

3. Een duidelijker systeem

  • Verantwoordelijk algemeen verpleegkundige (IRSG): bachelorniveau (6), verantwoordelijk voor de verpleegkundige diagnose, de coördinatie en de complexe handelingen.
  • Zorgkundige in de verpleging (ASI): niveau 5, autonoom voor basiszorg en handelend onder toezicht voor complexere handelingen.

Dit is geen “verpleegkundige van mindere kwaliteit”. Het is een nuttig en erkend klinisch profiel dat inspeelt op een reële behoefte op het terrein: taken verdelen naargelang de competenties om de kwaliteit van de zorg te verbeteren.

4. Een nieuwe, toegankelijke opleiding

Vanaf 2026-2027 zal de opleiding Zorgkundige in de verpleging worden georganiseerd binnen het Onderwijs voor Sociale Promotie.

  • In 3 jaar.
  • Doelgroep: volwassenen, vaak zonder CESS, die niet zouden doorstromen naar de Hogeschool.
  • Duidelijk opleidingscontinuüm: zorgkundige → zorgkundige in de verpleging → bachelor IRSG.
  • Aantrekkelijke doorstroommogelijkheden naar de bachelor.

Net zoals vandaag bij het brevet, zal het slagen voor het eerste jaar toegang geven tot het CESS en de erkenning als zorgkundige.

5. Inspelen op de behoeften van het terrein

Volgens de federale analyse is het niet meer voldoende om het aantal verpleegkundigen te verhogen: de taken moeten beter verdeeld worden en tussenprofielen moeten worden erkend.

De zorgkundige in de verpleging (ASI) zal bijdragen tot:

  • directe ondersteuning van de teams,
  • gerichte autonomie,
  • een betere klinische organisatie.

Dit model is al operationeel in Vlaanderen sinds 2023, met de eerste afgestudeerden verwacht in 2026. De Federatie Wallonië-Brussel moet garanderen dat haar structuren deze profielen ook kunnen opvangen en volgens dezelfde normen kunnen functioneren, met name in het Brusselse gewest.

6. Strijd tegen het tekort en voor de kwaliteit van de zorg

De opleiding gaat van 3,5 jaar naar 3 jaar voor de zorgkundige in de verpleging. Wie zou willen doorgaan om verantwoordelijk algemeen verpleegkundige te worden, dus op bachelorniveau, kan dit doen via een doorstroomtraject van 2 jaar. De totale opleiding duurt dus 5 jaar, korter dan voorheen (6,5 jaar). Daardoor zullen we sneller verpleegkundigen kunnen afleveren om het tekort te verhelpen. Bovendien ligt de focus op de kwaliteit van de patiëntenzorg met duidelijk omschreven functies.

7. Een noodzakelijke hervorming tegen de achtergrond van dalende inschrijvingen

De cijfers spreken voor zich:

  • In het brevet (tot nu toe 4de graad, dus na het 6de secundair): 5.295 ingeschrevenen in 2021-2022 → 4.409 in 2024-2025; 731 leerlingen in het diplomajaar, waarvan 53% Fransen zijn (die overigens na hun studies grotendeels teruggaan om in Frankrijk te werken).
  • In de bachelor verpleegkunde: daling van 30% van het aantal studenten tussen 2016 en 2023, en een daling van 53% van de nieuwe inschrijvingen.
  • Bovendien zijn alle leerlingen volwassenen. De gemiddelde leeftijd ligt immers tussen 25 en 30 jaar.
  • 8,9% van de brevethouders blijven in België werken, de anderen keren terug naar hun land, voornamelijk Fransen.

Een onduidelijk opleidingsaanbod draagt bij aan deze afhaking. De hervorming brengt duidelijkheid en leesbaarheid in het traject.

8. Voor de personeelsleden

De hervorming beperkt zich niet tot de leerlingen. We hebben een overgangsregeling voorzien voor de personeelsleden (nog in overleg met de Federaties van Inrichtende Machten en de Vakbondsorganisaties).

  • Tijdelijke neutralisering (4 jaar) van niet-lesgevende functies. Bij fusie met een instelling voor onderwijs voor sociale promotie zal het niet-lesgevend personeel geleidelijk worden overgeplaatst vanaf 2030-2031, wat 5 extra jaren bescherming garandeert.
  • Lesgevers brevet zonder Hogeschooldiploma zullen dankzij overgangsmaatregelen kunnen blijven onderwijzen in de opleiding zorgkundige in de verpleging. De aanwervingsprioriteiten zullen gericht zijn op de integratie van leraren in het onderwijs voor sociale promotie.
  • Het behoud van de meest gunstige loonschaal wordt gegarandeerd. De benoemingen binnen het verplicht onderwijs kunnen bij de overplaatsing behouden blijven.
  • Een tijdelijke afwijking van de herplaatsingsregels zal het mogelijk maken de overgang naar het Onderwijs voor Sociale Promotie te vergemakkelijken, terwijl de tewerkstelling en de pedagogische opdrachten worden beveiligd.
  • Behoud van de infrastructuur en de ziekenhuispartnerschappen.

We hebben verschillende alarmerende persartikels gezien die spraken over de “sluiting” van instellingen, maar het doel van deze hervorming is precies om de opleidingstrajecten te vrijwaren. Er is dus geen sprake van het “afschaffen” van een opleiding, aangezien deze wordt voortgezet binnen het onderwijs voor sociale promotie, zoals blijkt uit de bovenstaande overgangsmaatregelen.

9. Verloning

De vaststelling van het loon van de zorgkundige in de verpleging valt niet onder de bevoegdheid van de Federatie Wallonië-Brussel. De voorlopige loonschaal wordt momenteel besproken op het niveau van de sociale partners van de gezondheidszorgsector.

Deze voorlopige verloning zal gedurende meerdere jaren van toepassing zijn voordat het IFIC (Instituut voor de Classificatie van Functies) de IFIC-loonschaal van dit nieuwe beroep kan vaststellen, want de IFIC-loonschaal wordt altijd pas enkele jaren na de uitoefening van de functie vastgesteld, om de daadwerkelijk op het terrein toegepaste handelingen en verantwoordelijkheden in rekening te brengen.

Er zou een loonverschil kunnen zijn tussen de gebreveteerde verpleegkundige van vandaag en de zorgkundige in de verpleging van morgen, maar dat zal afhangen van de conclusies van het IFIC.

Dit minieme verschil zou echter gerechtvaardigd zijn omwille van de volgende redenen: 3 jaar studie versus 3,5 jaar, niet dezelfde handelingen om uit te voeren, niet dezelfde verantwoordelijkheden (beperkte autonomie).

De zorgkundige in de verpleging is niet dezelfde functie als de ziekenhuisverpleegkundige. Overigens stelt de federale overheid, voor de uitoefening van functies, de ziekenhuisverpleegkundige gelijk met een verantwoordelijk algemeen verpleegkundige en niet met een zorgkundige in de verpleging.

Bovendien zou een strikte gelijkstelling een sneeuwbaleffect kunnen veroorzaken op een vraag naar loonsverhoging bij andere verpleegkundige beroepen, met aanzienlijke gevolgen voor de federale overheid en de gewesten, die deze beroepen ook financieren.

10. Terminologie

Een werkgroep met de sociale partners (gezondheidszorgsectoren, werkgevers, werknemers) buigt zich over de definitieve benaming van de functie en de opleiding, om elk negatief effect op het imago van het beroep te vermijden. Bij gebrek aan consensus zal de door de federale overheid bepaalde terminologie worden toegepast.

11. Euromobiliteit

Automatische erkenning: een uitzonderlijke regeling voorbehouden voor zeven beroepen.

De automatische erkenning (“euromobiliteit”) is een uitzonderingsregime. Ze betreft enkel de 7 beroepen waarvan de minimale opleidingsvereisten op Europees niveau geharmoniseerd werden om een gemeenschappelijke basis van competenties te garanderen. Het gaat om: artsen, vroedvrouwen, tandartsen, apothekers, dierenartsen, architecten en verantwoordelijk algemeen verpleegkundigen (IRSG).

Alle andere beroepen, inclusief in de zorgsector, vallen onder de algemene regeling, die mobiliteit wel mogelijk maakt, maar via een erkenning door elke gaststaat.

Om te onthouden:

  • Euromobiliteit heeft niets te maken met de kwaliteit of de waarde van een opleiding, maar wel met de vraag of de opleiding al dan niet betrekking heeft op een van de 7 hierboven vermelde beroepen.
  • Voor de 7 beroepen die onder dit uitzonderlijke euromobiliteitsregime vallen, zijn de lidstaten verplicht de conformiteit met de Europese voorschriften te garanderen, anders verliezen de afgestudeerden hun recht om binnen de EU het beroep uit te oefenen.
  • Het BES ASI vormt geen beroep dat onder de euromobiliteit valt en behoort dus tot het algemene regime, zoals de overgrote meerderheid van de Europese diploma's, waarbij elke staat de erkenning van het diploma bepaalt en waarbij afgestudeerden onder meer in Europa kunnen werken zonder aan gemeenschappelijke vereisten voor alle lidstaten te moeten voldoen.

Automatisch vertaald uit het Frans. Lees het origineel