De PS-motie vraagt de opschorting van de sluitingen van kleine plattelandsscholen, maar gezien de budgettaire realiteit moeten we verantwoordelijk handelen. Onze dorpsscholen beschermen is een prioriteit, met respect voor het financiële evenwicht van de Federatie.
Er bestaan flexibele wettelijke instrumenten die brutale sluitingen kunnen vermijden. Toch zijn de daling van de schoolbevolking en de financiële toestand van de FWB realiteiten die zowel op lokaal als op gemeenschapsniveau moeten worden meegenomen in het beleid.
1. Context
De PS-motie, ingediend in verschillende gemeenteraden, hekelt de strengheid van de handhavingsnormen die zijn vastgelegd in het Koninklijk Besluit van 29 juni 1984 voor kleuter-, lagere en basisscholen, en vraagt de Regering:
- een onmiddellijk moratorium op sluitingen voor het schooljaar 2025-2026;
- een dringende herziening van de reglementering, omdat de demografische daling vooral de kleine plattelandsscholen in gevaar brengt.
De argumenten die door de motie worden aangehaald:
- sluitingen die als “onmenselijk” worden beschouwd voor slechts 1 of 2 ontbrekende leerlingen;
- een negatieve impact op het sociale leven en de lokale verankering;
- een overdreven concurrentie tussen kleine plattelandsscholen en grote stedelijke instellingen;
- het voorbeeld van de school van Fontaine-Valmont, die zou zijn gered dankzij een flexibele aanpak: ze stond op het punt te sluiten in 2019-2020 (10 leerlingen), maar kon dankzij een extralegale afwijking openblijven. Vandaag telt ze 24 leerlingen.
2. Argumenten tegen de motie
Al zeer gunstige normen en bestaande alternatieven
- De huidige normen zijn aangepast aan de bevolkingsdichtheid en het geïsoleerde karakter van de vestigingen.
- In plattelandsgemeenten (minder dan 75 inwoners/km²) moet een geïsoleerde school 12 leerlingen per niveau of 20 leerlingen voor het geheel van het basisonderwijs tellen, drempels die extreem laag liggen in vergelijking met andere regio's en met Vlaanderen.
- Onder 80% van de normen (dat is 10 leerlingen in een geïsoleerde kleuterschool) krijgt de school nog een uitstel van twee jaar, met de mogelijkheid tot definitief behoud als er geen nabij alternatief binnen hetzelfde net bestaat.
- De huidige regels voorzien al in uitstel en de mogelijkheid van behoud zonder tijdslimiet voor bepaalde plattelandsscholen.
- Fusies, herstructureringen, overdrachten: mechanismen die al door de wetgeving zijn voorzien, maar vandaag te weinig worden gebruikt.
In tegenstelling tot wat de motie beweert, bestaat er dus al een flexibele en legale gereedschapskist om brutale sluitingen te vermijden.
Een sterk dalende demografie door de ontgroening
- Sinds 2018-2019 daalt de schoolbevolking in het basisonderwijs voortdurend, wat een daling van het begrotingsbudget van de FWB veroorzaakt, dat wordt berekend op basis van het aantal ingeschreven leerlingen.
- De prognoses van de administratie voorspellen een terugval van 32.500 leerlingen tegen 2028-2029.
- Een moratorium vragen zou neerkomen op het kunstmatig in stand houden van lege of bijna lege structuren, terwijl de middelen moeten worden geconcentreerd op de zones met demografische druk.
- De voorgangers hebben geen enkele maatregel genomen tegenover deze zware trend. De PS-motie komt laat en biedt geen budgettair haalbare oplossing.
De budgettaire verantwoordelijkheid
- Elke niet-leefbare vestiging die onder de normen wordt behouden, brengt aanzienlijke kosten met zich mee: directiebarema's, APE-betrekkingen (kinderverzorgsters), werkingstoelagen en -subsidies, schoolgebouwen, enz.
- De Federatie Wallonië-Brussel kent een zeer gespannen budgettaire situatie (15 miljard uitgaven tegenover 13,5 miljard ontvangsten).
- De normen bevriezen, zoals de PS voorstelt, zou neerkomen op het probleem naar later verschuiven, ten koste van een verantwoord en billijk beheer van de overheidsmiddelen.
- Deze motie is niet billijk voor de andere scholen die de regels respecteren, want ze stelt extralegale afwijkingen voor bij de vleet.
3. Conclusie
- Geen moratorium: in een context van ontgroening en budgettaire beperkingen is het niet haalbaar om de normen te bevriezen. De huidige normen zijn al zeer gunstig, vooral op het platteland.
- Een werkgroep met WBE (Wallonie-Bruxelles Enseignement) en de PO-federaties (Inrichtende Machten) is aan de slag om het KB (Koninklijk Besluit) van 1984 te actualiseren en te verduidelijken, rekening houdend met de huidige realiteit.
- Gegarandeerde flexibiliteit: dankzij de bestaande mechanismen (uitstel, fusies, afwijkingen) wordt geen sluiting mechanisch of brutaal opgelegd. De werkgroep moet ideeën voorstellen om instellingen aan te moedigen zich te groeperen of een phasing-out te verzekeren waardoor ouders en leerlingen zich vooraf kunnen voorbereiden op een sluiting.
- De PS-motie mist samenhang en stelt voor om niet-leefbare scholen kunstmatig in stand te houden, wat de financiën van de FWB op termijn verder zou verzwakken.
- De PS-motie speelt dus in op emoties door de bestaande regels als “rigide” af te schilderen. De normen zijn echter al ruim gunstig voor kleine plattelandsscholen, met flexibiliteitsmechanismen zoals uitstel. In een context van massale daling van het aantal leerlingen en sterke budgettaire beperkingen is een moratorium niet verantwoord.