Overslaan naar inhoud

Druk op ENTER om te zoeken of op ESC om te sluiten

Boucle du Hainaut: de keuze voor een verantwoord tracé om ons land te herindustrialiseren

23/10/2026
In het kort

De Boucle du Hainaut is een essentieel infrastructuurproject om de industriële en energetische toekomst van ons land te waarborgen. De uitrol ervan is een krachtig signaal: dat van een Wallonië dat handelt en investeert in zijn toekomst. Na de analyse van bijna 3 miljoen combinaties heeft de Waalse Regering een tracé gekozen dat drie prioriteiten vooropstelt: de gezondheid van de omwonenden, het behoud van de leefomgeving en de economische ontwikkeling van Henegouwen. Met als doel minstens 8 km ondergrondse aanleg en compensaties voor de betrokken gebieden. Een verantwoorde keuze om levenskwaliteit en economische toekomst van onze regio te verzoenen!

1. Voorwerp van de beslissing van de Waalse Regering

De Waalse Regering heeft op 12 oktober 2026 een nieuwe reserveringszone (200 m breed) vastgelegd voor de Boucle du Hainaut, een project voor de versterking van het elektriciteitsnet tussen Avelgem en Courcelles (transportcapaciteit van 6 GW). Het project is nodig om de elektriciteitsbevoorrading te beveiligen, hernieuwbare energie uit de Noordzee op te vangen, bij te dragen aan de decarbonisatie en verzadiging van het Henegouwse net te vermijden.

De nood aan de 380 kV-verbinding van 6 GW berust niet enkel op de inschatting van de netbeheerder. Een expertise toevertrouwd aan professor Jing Dai (CentraleSupélec), gevolgd door een tegenexpertise toevertrouwd aan Menelika Bekolo Mekomba (Hydro-Québec), bevestigden de noodzaak om de as Avelgem-Courcelles te versterken, onder meer om de betrouwbaarheid van het net tegen 2030 en 2040 te verzekeren, ook in N-1-situatie (verlies van een netelement). Het aangevulde effectenrapport steunde ook op Pierre Henneaux (ULB) en Roberto Benato (Universiteit van Padua). Deze expertises bevestigen de behoefte en de technologische keuze; ze wijzen op zich echter niet het beste lokale tracé aan.

Het project beantwoordt aan vijf uitdagingen: bevoorradingszekerheid, integratie van hernieuwbare productie, bijdrage aan betaalbare elektriciteit, industriële concurrentiekracht en economische aantrekkelijkheid van Henegouwen. Het sluit aan bij Ventilus en de evolutie van de Belgische elektriciteitsstromen. De nabijheid van polen zoals Feluy geeft een territoriale logica aan de keuze om bedrijvenzones te bevoordelen; dit betekent echter niet dat elk doorkruist bedrijf rechtstreeks zal worden aangesloten, noch dat het project op zich een daling van de elektriciteitsprijs garandeert.

De minister heeft Elia gevraagd zijn project te herwerken om meer langs bestaande infrastructuur te lopen; bedrijventerreinen en economische zones te bereiken; de landschappelijke impact te verminderen; nieuwe versnippering van het grondgebied te beperken; de impact op woningen te verminderen en ondergrondse tracés te integreren.

De beslissing vormt niet de definitieve goedkeuring van het ontwerp tot herziening van het gewestplan. Ze opent de weg naar verdere procedures met een nieuw openbaar onderzoek voorzien begin 2027 en een definitieve goedkeuring voorzien eind 2027.

Ter herinnering: het milieueffectenrapport (MER) onderzocht de combinaties tussen 200 trajectdelen door hen objectieve scores toe te kennen op de belangrijkste criteria (gezondheid, landschap, milieu, …). Vijf grote trajecten met de beste eindscore werden weerhouden. Het MER liet varianten open die tracés met dezelfde impact en hetzelfde doel omvatten. De keuze werd dus gemaakt binnen de opties van het milieueffectenrapport.

2. Wat de Waalse Regering voorstelt als herziening van het gewestplan

  • een herzien corridor van 85 km;
  • een oplossing die bovengrondse en ondergrondse aanleg combineert – één enkel aaneengesloten traject
  • een tracé dat voorrang geeft aan grote bestaande infrastructuur en bedrijvenzones;
  • een doelstelling van minstens 8 km ondergrondse aanleg met de mogelijkheid om verder te gaan wanneer de technische en milieutechnische omstandigheden dit toelaten; terwijl het MER (expert) een maximum van 8 km aanbeveelt (elke ondergrondse kilometer betekent miljoenen euro's extra).
  • een geheel van 10 verplichte voorwaarden met betrekking tot omwonenden, landbouwers, bedrijven, landschap en territoriale compensaties.

3. Betrokken MR-gemeenten

Van de 14 gemeenten in de weerhouden corridor zijn er 8 MR-gemeenten:

  • Mont-de-l'Enclus;
  • Celles;
  • Leuze-en-Hainaut;
  • Chièvres 1 ;
  • Braine-le-Comte;
  • Silly;
  • Courcelles 2 ;
  • Seneffe.

4. Het door de administratie voorgestelde tracé begrijpen

De weerhouden corridor komt Wallonië binnen ter hoogte van Mont-de-l'Enclus en doorkruist vervolgens achtereenvolgens:

Mont-de-l'Enclus → Celles → Frasnes-lez-Anvaing → Leuze-en-Hainaut → Ath. → Brugelette → Chièvres → Silly (meest waarschijnlijke ondergrondse aanleg) → Soignies → Braine-le-Comte → Écaussinnes → Seneffe → Manage → Courcelles

Concreet (zie link naar de kaart):

Vanaf de gewestgrens volgt de preferentiële reserveringszone het tracé van de 150 kV-lijn “Ruien-Chièvres” (momenteel ondergronds gebracht) over 13,5 km, tot aan de plaats “Le Maillet” in Frasnes-lez-Anvaing.

De reserveringszone buigt dan af naar het oosten om langs de autosnelweg A8/E429 te lopen, en draait vervolgens naar het zuiden om de N60 te volgen over 2,5 km.

Vervolgens loopt de preferentiële reserveringszone ten zuiden van de plaats “Coquéreaumont” en ten oosten van het dorp Chapelle-à-Wattines om het tracé van de 150 kV-lijn weer op te pikken. De reserveringszone volgt het tracé van de bestaande 150 kV-lijn over ongeveer 8 km tot aan het transformatorstation van Chièvres.

De reserveringszone buigt vervolgens af naar het noordoosten om gedurende 12 kilometer langs de HST-lijn Rijsel-Brussel te lopen. Ten noorden van het dorp Gibecq buigt de reserveringszone af naar het zuidoosten en richt zich naar Soignies, waarbij ze ten zuiden van de N57 en ten noorden van de dorpen Fouleng, Thoricourt en Chaussée-Notre-Dame-Louvignies blijft.

Vanaf de rotonde N57/N524 loopt de reserveringszone verder naar het oosten, langs de N57, om vervolgens ten noorden van het industrieterrein van La Guélenne en ten zuiden van het Bois de Salmonsart te passeren.

Vervolgens loopt de reserveringszone verder naar het oosten tot ze het kanaal Brussel-Charleroi kruist, ten noorden van Écaussinnes-Lalaing.

De reserveringszone buigt af naar het zuiden om het kanaal te volgen over 6 km, vervolgens de N59 over 3,5 km. Bij het verlaten van het bedrijventerrein Seneffe-Manage buigt de reserveringszone af naar het noordoosten, kruist het kanaal en sluit aan op het tracé van een 70 kV-lijn ten noorden van de plaats “Morelmont”.

De reserveringszone volgt het tracé van de bestaande 70 kV-lijn over 2,5 km en sluit vervolgens aan op het station van Courcelles naar het zuidoosten toe.

Het doel is nieuwe versnippering van het grondgebied te beperken en de impact te concentreren in de buurt van reeds bestaande infrastructuur. Want telkens er een bocht en een wijziging van sectie is, komt er een pyloon.

Het tracé wordt weergegeven door de oranje stippellijn. Deze komt overeen met de weerhouden preferentiële corridor, en niet met het definitieve tracé van de pylonen. De precieze locatie van de lijn, de pylonen en de ondergrondse segmenten zal verfijnd worden in latere fasen (vergunningsaanvraag).

5. Methodologie voor het bepalen van dit tracé

Het weerhouden tracé is niet gewoon een overname van het oorspronkelijke voorstel van Elia.

De Regering heeft het oorspronkelijke project van Elia niet eenvoudigweg goedgekeurd. Een tegensprekelijke dialoog, georganiseerd onder voorzitterschap van de administratie, stelde Elia en Revolht in staat hun analyses tegenover elkaar te plaatsen. Dit leidde niet tot een consensus, maar het voorstel van Revolht werd onderworpen aan een technische analyse en een vergelijking van kosten en termijnen; de auteur van het MER heeft het niet weerhouden als relevant alternatief. De gelijkstroomopties, lange-afstandskabels onder de grond en het gebruik van 150 kV-infrastructuur werden eveneens onderzocht.

Het MER heeft 238 trajectdelen en bijna drie miljoen combinaties onderzocht, en vervolgens vijf grote families van tracés. Geen enkele is de beste op alle vlakken. De beslissing berust dus op een expliciete afweging: gezondheid en afstand tot woningen, bundeling met grote bestaande infrastructuur en nabijheid van bedrijvenzones. De weerhouden corridor moet verdedigd worden als het beste compromis gelet op deze prioriteiten, en niet als een oplossing zonder enige impact.

Juridische grondslag: artikel D.II.49, §3, van het CoDT staat toe om als planontwerp een andere redelijke oplossing goed te keuren die beter is afgestemd op de nagestreefde doelstellingen, op basis van het MER en de adviezen. De administratie stelt deze grondslag expliciet voor voor de preferentiële corridor. Het betreft een administratieve motivering, geen definitieve jurisdictionele bekrachtiging.

De minister van Grondgebied oordeelde in 2025 immers dat het eerste milieueffectenrapport nog geen voldoende beslissingsondersteunend instrument vormde. Er werd een gebrek aan transparantie vastgesteld met betrekking tot de tussenkomst van externe experts, evenals moeilijkheden om de wetenschappelijke robuustheid van bepaalde analyses te beoordelen. Daarom weigerde de minister het MER als volledig te beschouwen en vroeg hij een grondige herziening ervan.

Op 10 juli 2025 legde de minister zo verschillende belangrijke aanvullingen op:

  • de tussenkomst en de conclusies van de externe experts expliciet aantonen;
  • de analyse van de behoeften en technologieën actualiseren;
  • het alternatieve voorstel van Revolht onderzoeken;
  • de relevantie van het gebruik van bestaande 150 kV-tracés analyseren;
  • verschillende tracéscenario's opstellen die uiteenlopende milieugevoeligheden weerspiegelen (landschap, gezondheid, biodiversiteit, enz.);
  • de gebruikte wegingen herzien om een echte politieke en wetenschappelijke afweging mogelijk te maken;
  • de leesbaarheid en pedagogische dimensie van de studie verbeteren.

De aldus gevraagde aanvullingen werden vervolgens voorgelegd aan de polen, de CCATM's en de betrokken gemeenten, vóór de indiening van de definitieve versie van het MER op 20 maart 2026. Na afloop van deze fase beschouwden de polen “Leefmilieu” en “Ruimtelijke Ordening” het rapport als volledig.

Het MER onderzocht:

  • ongeveer 238 trajectdelen;
  • bijna 3 miljoen mogelijke tracécombinaties;
  • 40 alternatieve trajectdelen;
  • 5 grote families van finalistische tracés.

De auteur van de studie concludeert uitdrukkelijk dat geen enkele van de 5 grote opties zich opdringt op alle milieucriteria en dat geen enkel tracé het beste resultaat behaalt op alle onderzochte thema's.

Het rapport benadrukt dat verschillende tracés relatief vergelijkbare globale effecten vertonen en dat het aan de politieke overheid toekomt om de te weerhouden prioriteiten vast te leggen.

Om de preferentiële corridor op te bouwen en de keuze in de verschillende trajectdelen te sturen, heeft de minister de administratie gevraagd om:

1) Voorrang geven aan het gezondheidscriterium – drempel van 0,4 microtesla (blootstelling aan magnetische velden – WHO-normen, nb: de blootstelling is groter ondergronds dan bovengronds).

2) Twee aanvullende criteria volgen om keuzes te maken:

  • Voorrang geven aan bundeling met grote bestaande infrastructuur (spoorwegen, waterwegen, wegennet met minstens 2×2 rijstroken, andere energietransportinfrastructuur) – dit principe is in feite de loutere toepassing van het SDT;
  • Voorrang geven aan de doorgang door of nabij bedrijvenzones, wat een relevant criterium is aangezien het project voornamelijk gemotiveerd wordt door zijn economische doel.

De door de administratie voorgestelde corridor vloeit voort uit de systematische toepassing van deze drie criteria op elk van de 13 afwegingspunten die in het MER werden geïdentificeerd.

De keuze is dus niet arbitrair, maar berust op een duidelijk uiteengezette en consequent toegepaste methodologie over het hele traject, waarvan hier een samenvatting:

Punt Afgewezen variant Weerhouden variant Motivering van de administratie
A – Plaats “Le Maillet” A1: volgt voornamelijk de bestaande HS-lijn 150 kV A2: volgt de autosnelweg A8/E429 en vervolgens de N60 De administratie meent dat bundeling met twee structurerende weginfrastructuren (A8 + N60) beter beantwoordt aan het weerhouden criterium dan het volgen van een 150 kV-lijn. Dit is verdedigbaar aangezien het voorzien is door het SDT – het tracé is bovendien compatibel met het windmolenproject Virya (toekomstige aanvraag).
B (Grandmetz -> Chapelle-à-Wattines) – B1: wijkt verder af van het centrum van Grandmetz en van de woningen B2: loopt tussen de sectoren Émile Albot en Rhosnes Het MER stelt dat B1 de impact op bewoning sterker beperkt, maar de landschappelijke impact vergroot. B2 vormt een beter compromis tussen bewoning en landschap. Geen van beide tracés biedt een infrastructureel of economisch voordeel (geen bundeling met infrastructuur of bedrijvenzone). De administratie volgt dus de aanbeveling van het MER.
C (Chapelle-à-Wattines -> Ormeignies) C1: komt dichter bij het dorp Ath C2: tracé verder van Ath verwijderd De globale effecten liggen dicht bij elkaar, maar C1 brengt de corridor dichter bij de bebouwde kom van Ath. Geen van beide tracés biedt een infrastructureel of economisch voordeel (geen bundeling met infrastructuur of bedrijvenzone). De administratie kiest dus voor de door het MER aanbevolen oplossing.
Ormeignies -> Brugelette / / slechts 1 mogelijk alternatief in het MER – gedeeltelijk volgen van de HST-lijn Brussel-Rijsel-Parijs
D (Brugelette – Soignies noordwest) D2: alternatief tracé zonder de HST te volgen, daalt af naar het zuiden van Brugelette en Lens. D1: loopt langs de HST-lijn Brussel-Rijsel-Parijs Directe winst qua bundeling van infrastructuur dankzij de HST-corridor. Dit is een van de belangrijkste afwegingen die het tracé definitief naar het noorden van Soignies stuurt.
Als voor D2 wordt gekozen – vervolgens verplicht gebruik van varianten E, F en L3 minder verenigbaar met de nagestreefde doelstellingen van bundeling met bestaande grote infrastructuur en nabijheid van bedrijventerreinen
G (Soignies noordwest -> Soignies noordoost) G1: verder van de economische polen G2: loopt langs het bedrijventerrein La Guélenne Expliciet economisch criterium. G2 maakt een onmiddellijke doorgang mogelijk nabij het bedrijventerrein La Guélenne.
H (Soignies noordoost -> Edingen (kanaal Charleroi-Brussel) H2: opent de mogelijkheid van varianten M1-M2 in het zuiden H1: corridor richting het kanaal Brussel-Charleroi H1 is de enige variant die het daarna mogelijk maakt de keuzes I1 en J2 te combineren, die de twee vastgelegde criteria tegelijk maximaliseren.
Als voor H2 wordt gekozen, moet men daarna verdergaan met de varianten van punt M4, die minder goed voldoen aan de vastgelegde criteria en het onmogelijk maken om efficiënt aan te sluiten bij scenario J2, dat de administratie als het meest coherent beschouwt;
I (Edingen kanaal Charleroi-Brussel -> Seneffe A7/E19) I2: volgt vooral de E19-corridor en een hoogspanningslijn I1: volgt het kanaal Charleroi-Brussel I1 loopt rechtstreeks langs het kanaal en het bedrijventerrein Feluy. Het rapport benadrukt dat dit een echte kans biedt voor de bundeling van infrastructuur.
J (Seneffe A7/E19 -> Morelmont) J1: ± 2 km langs de E19 en ± 4 km langs een 380 kV-lijn J2: kanaal + N59 + bedrijventerreinen J2 maakt het mogelijk langs het kanaal Charleroi-Brussel, de N59 en de bedrijventerreinen van Seneffe-Tyberchamps, Seneffe-Stauffer, Manage Nord en Seneffe-Manage te lopen. De administratie meent dat het economische en territoriale voordeel aanzienlijk groter is.
De keuze voor variant J2 beperkt bepaalde latere routemogelijkheden (M) die uit J1 zouden zijn voortgevloeid, maar de administratie is van mening dat deze alternatieve varianten, hoewel ze deels profiteren van een bundeling met de A7/E19 of een bestaande 380 kV-lijn, minder goed beantwoorden aan de algemene criteria die aan de basis lagen van de constructie van de voorkeurscorridor. De keuze voor J2 wordt daarom weerhouden wegens zijn betere algemene coherentie op schaal van het project.
K (Morelmont -> Courcelles) K2/K3: varianten met meer lokale impact K1: milieuvriendelijkste tracé K1 vermijdt meer woningen, bossen en PIP's. Een lichte verschuiving maakt het ook mogelijk de woonzone van Gouy-lez-Piéton te vermijden.
M (tussen Le Roeulx, Manage en Seneffe) M1 (doorkruist een deel van het domein van het kasteel van Buisseret, enkele PIP's en het SGIB van Bernimont) en M2 (industrieterrein van Manage en de sectoren Godarville / Bête Refaite) Volledige afwijzing M2 loopt in de buurt van bedrijventerreinen maar zonder structurerende infrastructuur. M1 voldoet aan geen van beide selectiecriteria. Het rapport geeft expliciet aan dat deze varianten minder presteren. De M-varianten bieden niet hetzelfde niveau van bundeling van infrastructuur en territoriale coherentie als de combinatie die in de voorkeurscorridor is weerhouden.

De gekozen corridor is niet het resultaat van een reeks opportunistische keuzes maar van een consequente toepassing van de vastgelegde criteria op het volledige netwerk van alternatieven. Een controle werd uitgevoerd door deze keuzelogica op basis van de criteria in omgekeerde richting te doorlopen (vanaf Courcelles). Dit bevestigde de robuustheid van het tracé. De administratie had de keuzes immers gepresenteerd van Avelgem naar Courcelles (van west naar oost). Maar wanneer men exact dezelfde oefening in de andere richting uitvoert, dus van Courcelles naar Avelgem, komt men tot dezelfde conclusies en dezelfde voorkeurscorridor.

Het MER redeneert hoofdzakelijk in termen van milieueffecten. Binnen de door het MER opengelaten varianten heeft de administratie de prioritaire criteria toegepast om optie A, B of C te kiezen en zo het optimale tracé verder uit te werken.

6. Waar zouden de 8 km ondergrondse aanleg moeten komen?

In dit stadium legt de Regering de definitieve ondergrondse tracés nog niet vast.

Toch komt er uit het dossier een duidelijke prioriteit naar voren:

Silly (Thoricourt)

De Regering identificeert expliciet:

  • de kastelen van Thoricourt en Aulnoy;
  • een gebied van landschappelijk belang;
  • belangrijke erfgoedkwesties;
  • nabijgelegen woningen.

Deze zone zou deel moeten uitmaken van het ondergrondse tracé. Het gaat echter niet om een oplossing zonder impact.

Het rapport van de SPW vergelijkt de twee resterende zones met hoge inzet op de voorkeurscorridor. In Thoricourt (sectie 8) cumuleert een zone van ongeveer 2,2 km erfgoedbelangen (kastelen van Thoricourt en Aulnoy), landschappelijke belangen (perimeter van landschappelijk belang) en woonbelangen (rue de Silly), zonder dat in dit stadium een bijzondere technische beperking werd vastgesteld. In sectie 14, richting de Sennette, vertoont de zone van ongeveer 1,2 km vooral een gelokaliseerd landschappelijk belang en een technisch complexere ondergrondse kruising.

Deze vaststelling rechtvaardigt dat de studie van een doorlopend tracé in Thoricourt wordt bevoorrecht, eventueel verlengd om een coherente lengte te bereiken. Dit is geen definitieve beslissing over de inplanting: er is nog geen specifieke haalbaarheidsstudie voor de ondergrondse aanleg uitgevoerd. Het vermenigvuldigen van ondergrondse secties zou leiden tot meer overgangsposten en kosten; het doel van 8 km en elke eventuele overschrijding blijven onderworpen aan technische verificaties.

Het effectenrapport herinnert eraan dat een ondergrondse 380 kV-wisselstroomverbinding het volgende vereist:

  • een aanzienlijke werfzone (tot ± 70 meter breed tijdens de werken);
  • permanente beperkingen op het gebruik van terreinen boven de kabels (bouwwerken, diepe beplantingen, reliëfwijzigingen, enz.);
  • de aanleg van overgangsposten tussen de bovengrondse en ondergrondse delen;
  • bijkomende elektrische compensatie-uitrusting (shuntreactoren, filters, enz.).

Daarnaast kunnen de infrastructuren voor de overgangen tussen bovengrondse en ondergrondse verbinding een aanzienlijk ruimtebeslag inhouden. Afhankelijk van de technische configuraties kunnen de overgangsposten en bijhorende uitrusting meerdere hectaren grond vereisen, in de orde van 1 tot 4 ha per in- en uittredepost. Dit is een van de redenen waarom de administratie de voorkeur geeft aan één doorlopend tracé boven meerdere verspreide ondergrondse secties.

Het is ook belangrijk te benadrukken dat ondergrondse aanleg niet neutraal is op gezondheidsvlak. Het effectenrapport neemt onder de analysecriteria de mogelijkheid op om een gemiddelde blootstellingsdrempel aan magnetische velden van 0,4 μT (microtesla) ter hoogte van woningen te respecteren. In tegenstelling tot een wijdverspreid idee leidt ondergrondse aanleg echter niet tot een vermindering van de blootstelling aan magnetische velden. Omdat de ondergrondse kabels zich op geringere diepte bevinden, zijn de magnetische velden die rechtstreeks aan het grondoppervlak worden gemeten zelfs hoger dan die van een bovengrondse lijn die zich tientallen meters boven woningen bevindt.

Het belangrijkste voordeel van ondergrondse aanleg ligt dus vooral in de vermindering van landschappelijke, erfgoed- en visuele impact, eerder dan in een systematische verbetering van de blootstelling aan magnetische velden.

7. Welke compensaties zijn voorzien (onderhandeling met Elia)

Voor de omwonenden

  • vrijwillige aankoop van woningen binnen een straal van 100 meter aan weerszijden van de lijn;
  • onafhankelijke expertise bij onenigheid over de prijs;
  • bijkomende kosten toegevoegd aan de verkoopprijs
  • automatische vergoeding van woningen binnen een straal van 200 meter volgens een afnemende schaal.

Voor de landbouwers

  • versterking van het begeleidingsprotocol met de landbouworganisaties;
  • specifieke begeleiding van landbouwbedrijven en -installaties (betreffende aardingen).

Voor de ondernemingen

  • compensatiemechanisme voor economische activiteiten in de nabijheid van de lijn.

Voor de gemeenten

  • territoriaal gemeenschapsfonds gefinancierd door Elia (geïnspireerd op het Ventilus-model);
  • territoriale compensaties;
  • pylonen van hoge landschappelijke kwaliteit, afhankelijk van de haalbaarheid –
  • financiering gericht op het verminderen van de visuele impact (landschappelijke integratie met een scherm van hoogstammige bomen);
  • compensatie van effecten op de biodiversiteit.

8. Details

1. Mont-de-l'Enclus

Situatie

  • Toegangspoort van het project tot Wallonië vanuit Avelgem.
  • Gemeente betrokken vanaf het begin van de corridor.
  • Overwegend landelijk en agrarisch gebied.

Wat te onthouden

  • Momenteel is er geen ondergronds tracé in de documenten geïdentificeerd.
  • De aandachtspunten betreffen vooral de landschappelijke en agrarische integratie.

2. Celles

In het MER geïdentificeerd aandachtspunt

  • ongeveer 2 km;
  • aanwezigheid van woningen;
  • straten Haute Wimbreucq, Capon, d'Anseroeul, de la Cheminière en du Becquereau;
  • als laag beoordeeld aandachtspunt.

3. Leuze-en-Hainaut

Situatie

Gemeente rechtstreeks betrokken in het westelijke deel van de corridor.

Geïdentificeerd aandachtspunt

  • een PIP ADESA;
  • een sterke zichtbaarheid van de lijn vanuit meerdere woningen;
  • de sectoren van de rue Emile Albot en Rhosnes;
  • als gemiddeld beoordeeld aandachtspunt.

Aandachtspunt

Nauwlettend de kwestie van de visuele impact opvolgen.

4. Chièvres

Wat te onthouden

  • Geen specifiek eigen aandachtspunt voor Chièvres.
  • De gemeente behoort niet tot de prioritaire sectoren voor ondergrondse aanleg.

Aandachtspunt

Verduidelijking verkrijgen over het exacte traject van de corridor op het gemeentelijk grondgebied.

5. Braine-le-Comte

Situatie

Belangrijke gemeente van de corridor in het centrale gedeelte.

Geïdentificeerd aandachtspunt

Het MER wijst op:

  • het park en kasteel van Salmonsart;
  • meerdere boscomplexen;
  • een perimeter van landschappelijk belang;
  • als laag beoordeeld aandachtspunt.

Aandachtspunt

De impact op erfgoed- en boszones beperken.

6. Silly

Geïdentificeerd aandachtspunt

De sector Thoricourt concentreert:

  • landschappelijke aandachtspunten;
  • erfgoedaandachtspunten;
  • nabijheid van de kastelen van Thoricourt en Aulnoy;
  • nabijheid van woningen;
  • gebied van landschappelijk belang.

Silly is momenteel de enige gemeente waarvoor de Regering expliciet een sector identificeert die bestemd is om een deel van de ondergrondse aanleg te integreren. Elia geeft trouwens de voorkeur aan dit alternatief boven dat van Edingen, dat veel technischer blijkt te zijn.

7. Seneffe

Situatie

De corridor nadert het kanaal Brussel-Charleroi en de grote economische polen.

Geïdentificeerd aandachtspunt

Het MER vermeldt een gedeelde sector met:

  • Manage;
  • Courcelles;
  • de vallei van de Samme;
  • tunnel van Bête Refaite;
  • Natura 2000.

Aandachtspunt

De natuurgebieden beschermen en de impact op bestaande infrastructuur beperken.

8. Courcelles

Situatie

Eindpunt van het project in Wallonië.

Wat te onthouden

  • De definitieve aansluiting van het net is voorzien op het station van Courcelles.
  • Het grondgebied is rechtstreeks betrokken bij de voltooiing van de verbinding.

9. Volgende stappen

Het dossier moet nu opnieuw de fase van het openbaar onderzoek ingaan.

Dit onderzoek:

  • zal betrekking hebben op de reserveringsperimeter;
  • zal burgers in staat stellen opmerkingen in te dienen;
  • zal gemeenteraden in staat stellen een officieel advies uit te brengen.
  • er wordt een kalender voorzien die rekening houdt met de schoolvakanties;
  • het onderzoek zal niet tijdens de vakanties beginnen;
  • het onderzoek zal niet tijdens de vakanties eindigen.

Na het openbaar onderzoek en de raadplegingen:

  • zal de Regering de herziening van de gewestplannen definitief moeten goedkeuren.
  • in dat stadium zal de corridor juridisch worden vastgelegd.
  • definitieve goedkeuring voorzien tegen eind 2027.

Zodra de gewestplannen zijn goedgekeurd, treedt het dossier in de vergunningsfase.

Op dat moment komen aan bod:

  • het precieze tracé;
  • de exacte plaatsing van de pylonen;
  • de definitieve ondergrondse secties;
  • de gedetailleerde technische studies;
  • de uiteindelijke milieuvoorschriften

1 Voor deze 4 gemeenten is dit tracé onvermijdelijk. Alle door het MER onderzochte tracés lopen door deze gemeenten. Er zijn geen alternatieven mogelijk. ↩

2 Vanwege de aanwezigheid van het hoogspanningsstation van Gouy-lez-Piéton kan Elia de 380-lijn enkel sluiten. Bovendien beschikt Courcelles al over de 380-lijn waarmee moet worden aangesloten om de Hainaut-lus te realiseren. ↩

3 De varianten E, F en L komen overeen met de keuzesecties tussen Lens, Soignies, Braine-le-Comte, Edingen en Seneffe (stroomafwaarts van punt D). ↩

4 Route M2 loopt in de nabijheid van de bedrijventerreinen Seneffe-Tyberchamps, Seneffe-Stauffer en Manage Nord, zonder mogelijkheid tot bundeling met bestaande infrastructuur. ↩

Automatisch vertaald uit het Frans. Lees het origineel