“Dood aan België”, “Bouchez op de brandstapel”, “1 agent = 1 kogel”... Dit zijn de choquerende opschriften die nog steeds de tunnels van de Kleine Ring in Brussel versieren, bijna twee maanden na de betoging van 13 februari. Vandalendaden die noch draaglijk noch aanvaardbaar zijn, en waarvan de kostprijs kan oplopen tot… 1,2 miljoen euro volgens het antwoord van de Minister van Mobiliteit. Dit soort schade zet extra druk op de overheidsfinanciën, ten koste van andere Brusselse prioriteiten.
Aurélie Czekalski, MR-volksvertegenwoordiger in het Brussels Parlement, ondervroeg deze week minister Elke Van den Brandt (Groen) in de commissie Mobiliteit: “Het is niet aan de Brusselse belastingbetalers om dit te dragen. De vakbonden mogen niet voor onbepaalde tijd onaantastbaar blijven.”
Ondanks een klacht van de administratie werd niemand aangehouden. Erger nog: de vakbonden zullen niet aangesproken worden, bij gebrek aan burgerlijke aansprakelijkheid.
“Het gaat niet om onschuldige tags: sommige boodschappen zijn agressief, haatdragend… Deze opschriften zichtbaar laten, betekent verbaal geweld normaliseren, het overheidsoptreden ondermijnen en het imago van onze Hoofdstad schaden”, vervolgde Aurélie Czekalski.
De Brusselse volksvertegenwoordiger eist duidelijke en concrete maatregelen om herhaling van zulke uitspattingen te voorkomen, waaronder een betere verantwoordelijkheidsstelling van organisatoren en herstelling op kosten van de daders, niet van de burgers. Zij zal blijven pleiten voor een verantwoord beheer van de openbare ruimte, waar vrijheid van meningsuiting nooit gelijkstaat aan straffeloosheid of vandalisme.