De minister kondigt nieuwe maatregelen aan voor zowel instellingen als studenten
De studie van UCLouvain, die vorige week verscheen en een stand van zaken geeft over pesten en seksuele agressie bij studenten, lijkt helaas een fenomeen te bevestigen dat elders al werd aangeklaagd en dat ook een weerspiegeling is van onze samenleving.Wanneer men immers de laatste BELSPO-gegevens (federaal Wetenschapsbeleid) op Belgisch niveau analyseert: 19,9% van de vrouwen en 5,9% van de mannen in de Belgische bevolking tussen 16 en 24 jaar verklaren slachtoffer te zijn geweest van verkrachting (Belspo-project UN-MENAMAIS, 2021).
De sector van het hoger onderwijs kan het pestfenomeen van een hele samenleving niet alleen oplossen. En er moet ook stroomopwaarts educatief werk gebeuren, namelijk in het leerplichtonderwijs, in het gezin en op elke andere plaats waar jongeren leven (sportfederaties, jeugdbewegingen enz.).
Ondanks de vertraging in het onderzoekswerk van de door de Regering bestelde BEHAVES-studie, wil minister Bertieaux snel verder gaan met de uitvoering van haar beleid door nieuwe concrete maatregelen te nemen die vóór het einde van de legislatuur moeten worden ingevoerd.
In dit stadium, op basis van de reeds beschikbare informatie, komen bepaalde problemen duidelijk naar voren:
- Een gebrek aan kennis bij jongeren en instellingen voor hoger onderwijs van de bestaande wetgeving (discriminatiedecreet, welzijnswet, strafwetboek, disciplinaire rol van instellingen enz.) en een gebrek aan kennis van de bestaande mechanismen, vooral externe, zowel bij de directie als bij de „contactpunten pesten”.
- Terwijl sommige instellingen het fenomeen niet ten volle inschatten, verkeren andere in volledige verwarring over de problematiek en weten ze niet wat ze moeten/kunnen doen.
- Tekortkomingen bij de invoering van de welzijnswet binnen de instellingen
- De noodzaak van specifieke aandacht voor de relatie doctorandus-promotor
Daarom wil minister Bertieaux het volgende invoeren:
- Een (in)vorming en netwerking van de „contactpunten pesten”, via de organisatie tijdens dit semester, door de administratie, van een ontmoetingsdag voor contactpunten.
- De opzet van een werkgroep om een gemeenschappelijk minimumkader op te stellen dat moet worden opgenomen in het studiereglement / ROI van instellingen voor hoger onderwijs, over de volgende punten:
- De procedure: rechten en plichten, sancties, beschermingsmaatregelen
- De rol van elke betrokkene: directie, contactpunten…
- De opzet van een werkgroep belast met het beoordelen van de opportuniteit om een deontologische code / een kaderovereenkomst te ontwikkelen die de relaties tussen doctorandi en hun promotoren (met inbegrip van intellectuele eigendom) omkadert, alsook tussen stagemeesters en stagiairs.
- De organisatie van een informatie- en sensibiliseringsdag voor studenten, met name in samenwerking met de rechtmatig verkozen studentenraden binnen de instellingen, om hen te informeren over de bestaande mechanismen binnen de instellingen, de beschikbare externe diensten, het begrip „consent” enz.
- Het versturen naar de instellingen van een omzendbrief, met respect voor hun autonomie en eigen kenmerken, die eraan herinnert de studenten te informeren over de bestaande mechanismen bij hun inschrijving, en die de uitwisseling van goede praktijken tussen instellingen aanmoedigt.