De Regering heeft dit donderdag definitief haar nieuwe stelsel voor renovatiesteun goedgekeurd. Vanaf 1 oktober 2026 zullen de gewestelijke steunmaatregelen de vorm aannemen van leningen, waarvan de voorwaarden aangepast zullen worden aan de inkomens van de aanvragers. Deze zullen gekoppeld worden aan een te behalen resultaat op het vlak van energiebesparingen die door de werken worden gerealiseerd. De minst energie-efficiënte woningen zullen geviseerd worden. Doel? Komaf maken met energieverslindende woningen.
Vanaf 1ste oktober zullen de gewestelijke steunmaatregelen de vorm aannemen van leningen waarvan de voorwaarden aangepast zullen worden aan de inkomens van de aanvragers en gekoppeld zullen zijn aan het behalen van een resultaat op het vlak van de door de werken gerealiseerde energiebesparingen.
De steun zal gericht zijn op een „labelsprong” en zal zich richten op de woningen met de slechtste energieprestaties, namelijk de woningen:
- met een EPB-label G of F, waarvan de geplande werken het mogelijk maken minstens label D te behalen, ofwel een specifiek verbruik van ten hoogste 340 kWh/m² per jaar;
- met een EPB-label E, waarvan de geplande werken het mogelijk maken minstens label C te behalen, ofwel een specifiek verbruik van ten hoogste 255 kWh/m² per jaar.
Doel? Komaf maken met energieverslindende woningen, en tegelijk de normering op het vlak van gezondheid en veiligheid aanpakken.
Afwijkingen zullen toegekend kunnen worden wanneer het behalen van het vereiste label onmogelijk blijkt om technische, functionele of economische redenen die naar behoren gerechtvaardigd zijn.
Een verbeterd aanbod rond gesubsidieerde leningen
Het nieuwe stelsel zal steunen op twee reeds goed bekende producten in Wallonië: de Rénopack en de Rénoprêt.
- De Rénopack is een renteloze lening, gekoppeld aan, naargelang het gezinsinkomen, een vermindering van het terug te betalen bedrag. Ze zal toegankelijk zijn voor eigenaars die onder de inkomenscategorieën C1, C2 en C3 vallen. De begunstigde zal houder moeten zijn van een zakelijk recht op de woning en zich ertoe moeten verbinden deze uiterlijk binnen 24 maanden na toekenning van de lening te betrekken.
- De Rénoprêt is op zijn beurt een lening tegen nultarief of tegen een gunsttarief ten opzichte van de marktvoorwaarden (banken), bepaald op basis van de aard van de werken (aanpassing aan een handicap, overstroming…), het profiel van de aanvrager en zijn inkomenscategorie. Ze zal onder meer toegankelijk zijn voor gezinnen uit categorie C4, voor eigenaars-verhuurders en voor verenigingen van mede-eigenaars.
| Inkomenscategorie1 | Rentevoet | Vermindering van het terug te betalen bedrag2 |
| C1 Tot 28.900 € | 0 % | 50 % |
| C2 Van 28.900,01 € tot 41.100 € | 0 % | 40 % |
| C3 Van 41.100,01 € tot 67.100 € | 0 % | 15 % |
| C4 Van 67.100,01 € tot 122.800 € | Variabel | 0 % |
1 Bedragen geïndexeerd op 1 januari 2026. Een vermindering van 5.000 € per persoon ten laste zal eveneens toegepast worden op het bedrag van de belastbare inkomsten.
2 Inclusief verhoging van 5 % voor het gebruik van ecomaterialen.
De gezinssituatie en het aantal personen ten laste zullen in aanmerking genomen worden op de datum van ontvangst van het kredietaanvraagformulier.
Het te lenen bedrag zal opgetrokken worden tot 75.000 euro voor een eengezinswoning, tegenover 60.000 euro vandaag.
De financiering zal globaal berekend worden over het geheel van de in aanmerking komende werken van het renovatieproject, en niet langer afzonderlijk per post.
Eigenaars van meerdere woningen zullen geen beroep kunnen doen op de Rénopack.
Een audit voorafgaand aan de werken
Door vooraf een audit uit te voeren, kan het EPB-label van de woning bepaald worden, kunnen de uit te voeren werken op het vlak van veiligheid en gezondheid alsook energieprestatie geïdentificeerd worden, en kunnen de verschillende stappen van het project georganiseerd worden. De woningaudit zal deel uitmaken van de investeringen die gefinancierd kunnen worden.
Het auditverslag zal maximaal één jaar vóór de indiening van de aanvraag opgesteld of geactualiseerd moeten zijn.
Bij gebrek aan een recente audit zal het EPB-label geschat kunnen worden in het kader van de expertise die uitgevoerd wordt door de kredietinstelling voor aanvragers uit categorie C1. Deze mogelijkheid zal ook openstaan voor gezinnen die tegelijk een aanvraag voor een Rénopack en een aanvraag voor een Accesspack indienen.
Aangepaste voorwaarden voor appartementen en mede-eigendommen
Appartementen en mede-eigendommen komen eveneens in aanmerking. Voor werken uitgevoerd in de private delen, zal elke woning een financiering kunnen krijgen in de vorm van een Rénopack of een Rénoprêt tot maximaal 60.000 euro.
Voor werken uitgevoerd in de gemeenschappelijke delen, zullen de verenigingen van mede-eigenaars een renteloze Rénoprêt kunnen krijgen tot 60.000 euro per woning, met een globaal plafond van:
- 600.000 euro voor mede-eigendommen met minder dan 20 kavels;
- 750.000 euro voor mede-eigendommen met minstens 20 kavels.
De werken zullen moeten steunen op een audit specifiek voor het appartementsgebouw en moeten voldoen aan de daarin geformuleerde aanbevelingen.
Een gesloten jaarlijkse enveloppe
Wat de financiering betreft, zullen de kredietinstellingen werken binnen de grenzen van een gesloten jaarlijkse enveloppe. Het bedrag ervan zal elk jaar opgenomen worden in het begrotingsdecreet dat voorgelegd wordt aan het Waals Parlement.
Dit mechanisme zal de budgettaire houdbaarheid van het stelsel waarborgen.
De controlemechanismen zullen eveneens versterkt worden om misbruik te voorkomen.
Geleidelijk versterkte begeleiding
Vanaf 1 oktober 2026 zal het stelsel steunen op de bestaande diensten, waaronder de Guichets Énergie Wallonie, de Espaces Wallonie, de lokale platformen voor energierenovatie, de Société wallonne du Crédit social (SWCS) en het Fonds du Logement de Wallonie (FLW).
Het traject van de aanvrager zal geleidelijk georganiseerd worden rond drie begeleidingsniveaus:
- Niveau 1: informatie en eerste advies;
- Niveau 2: persoonlijke begeleiding bij de voorbereiding van het project, de zoektocht naar financiering en de administratieve stappen;
- Niveau 3: een grondige begeleiding die ook de opvolging van de werken kan omvatten.
Vanaf 1 januari 2028 zal het toekomstige Waals Woonagentschap het stelsel aansturen, met gemeenschappelijke instrumenten, een erkenningssysteem voor operatoren en een versterkte territoriale dekking.
Cécile Neven, Minister van Energie en Huisvesting: “Vanaf 1 oktober zullen gezinnen die een steunaanvraag indienen voor hun renovatiewerken dit doen binnen een duidelijk en voorspelbaar kader. We kiezen ervoor om de overheidsmiddelen te concentreren op de woningen die het meest verbruiken en op de renovaties die een echt resultaat opleveren op het vlak van energiewinst. We vervangen een opeenstapeling van complexe premies (meer dan 120 naast elkaar bestaande stelsels) door één enkel, globaal en duidelijker financieringstype (de lening), met een versterkte begeleiding. Deze financiering zal ook rekening houden met de concrete realiteit: een woning in renovatie kan niet altijd onmiddellijk bewoond worden, een audit hoeft niet onnodig overgedaan te worden en bepaalde beperkingen kunnen het behalen van het theoretische label verhinderen. Kortom, ons doel is om meer te helpen waar de impact het grootst is, en tegelijk een financieel houdbaar stelsel op lange termijn te garanderen.”