Context
De Gewestelijke Beleidsverklaring voorziet een ongeziene en zeer ambitieuze fiscale hervorming, een echte fiscale revolutie, om „de middenklasse weer lucht te geven door middel van administratieve vereenvoudiging en fiscale verlichting”. De Regering heeft immers voorzien om belastingen die al jaren niet meer hervormd zijn grondig te herzien, deze sterk te vereenvoudigen en de belasting werkelijk transparanter en rechtvaardiger te maken: de belasting moet „bijdragen aan de financiering van de solidariteit, maar mag in geen geval een belemmering vormen voor de emancipatie van de midden- en volksklassen”.Met de bepalingen die in eerste lezing werden voorgesteld, wil de Regering haar wil concretiseren om de burgers meer dan 700 miljoen euro cumulatief terug te geven tijdens deze legislatuur.
Verschillende maatregelen
- 3% registratierechten voor de aankoop van een eigen en enige woning
Het wordt steeds moeilijker, vooral voor jongvolwassenen die dit graag zouden willen, om een woning te verwerven. Nochtans weten we dat Belgen in het algemeen en Walen in het bijzonder van oudsher „een baksteen in de maag hebben”. Een bijzonder positieve traditie die altijd een echte waarborg is geweest tegen het ontstaan en de toename van armoederisico's tijdens het leven en met name op pensioengerechtigde leeftijd.
De Regering heeft besloten om aanzienlijke middelen te richten naar een doorgedreven beleid ter ondersteuning van de verwerving van een eigen en enige woning. Zo zal vanaf 1e januari 2025 het tarief van de registratierechten dat van toepassing is op een onroerend goed bestemd om de eigen en enige woning te worden, sterk worden verlaagd tot 3 % in plaats van het huidige gewone tarief van 12,5 %.
En om rekening te houden met de evolutie van het leven (gezin, kinderen, beroep, mobiliteit, milieu-impact, …), zal het zelfs mogelijk zijn om als huidige eigenaar van een woning van de 3% te genieten, op voorwaarde dat men binnen de drie jaar na de aankoop van het nieuwe goed het oude verkoopt.
Tegelijkertijd worden de verschillende regelingen die tot nu toe naast elkaar bestonden afgeschaft:
- De vermindering voor eerste kopers: een verlaging van de rechten tot 5.000 euro die niet voldoende impact had;
- De woonbonus (cheque-habitat): een regeling die aanzienlijke middelen inzet als steun voor eigendom, ten koste van steun die gericht is op verwerving, terwijl toegang tot eigendom vandaag net het grootste probleem is voor een zeer groot aantal gezinnen die hun woning willen kopen;
- Het verlaagd tarief voor bescheiden woningen: een verlaging gebaseerd op het kadastraal inkomen, een criterium dat een bron van grote ongelijkheden tussen belastingplichtigen is geworden (geen algemene perequatie, gebrek aan controle van de kadastrale waarde door de federale overheid bij verbetering van het goed, …)
- Sterke verlaging van de successierechten en de schenkingsrechten op onroerend goed
De andere belangrijke fiscale maatregel die de Regering tijdens deze legislatuur wil concretiseren, beoogt een radicale verlaging van de successierechten door een krachtige actie op de huidige tarieven.
Zoals de Gewestelijke Beleidsverklaring aangeeft, „zijn de successierechten gebaseerd op historische familiale begrippen die niet altijd de rijkdom en veelheid van affectieve banden weerspiegelen. Ze zijn eveneens gebaseerd op moeilijk leesbare tariefschema's en op tarieven die vandaag als confiscatoir worden ervaren”. De huidige tariefstructuur is immers onrechtvaardig, met hoge tarieven die kunnen oplopen tot 80%.
De Regering neemt een krachtige maatregel en halveert alle toepasselijke tarieven, zowel tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden en in rechte lijn (ouders, kinderen, kleinkinderen, …), in de zijlijn (broer, zus, oom, tante, neef, nicht), als tussen alle andere personen (neven, vrienden, feitelijk samenwonenden, …).
Zo zullen de maximumtarieven vanaf 1e januari 2028 bijvoorbeeld als volgt evolueren:
- van 30% naar 15% in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen wettelijk samenwonenden;
- van 65% naar 33% in de zijlijn „broers en zussen”;
- van 70% naar 35% in de zijlijn „ooms of tantes en neven of nichten”;
- van 80% naar 40% tussen alle andere personen.
Naast deze verlaging van de successierechten worden ook de tarieven van de schenkingsrechten op onroerend goed parallel verlaagd om de aantrekkelijkheid van deze vroegtijdige overdracht van vermogen te behouden, wat vaak een gedeeltelijke herinvestering in de economie mogelijk maakt.
Zo zullen de maximumtarieven vanaf 1e januari 2028 bijvoorbeeld als volgt evolueren:
- van 27% naar 14% in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen wettelijk samenwonenden;
- van 40% naar 20% tussen alle andere personen (van broers en zussen tot andere personen).
De belastbare minima inzake successierechten worden eveneens gemoderniseerd ten voordele van alle belastingplichtigen, voor meer transparantie en eenvoud.
Tot slot zal de effectieve overname van deze bevoegdheid door het Gewest, op 1e januari 2028, toelaten om de controle- en invorderingsprocedures te verbeteren, zowel voor de registratierechten als voor de successierechten. Zoals de DPR verduidelijkt, zal het nodig zijn om „de strijd tegen fiscale fraude en ontduiking te versterken, met eerbiediging van de fundamentele rechten van de burgers”. Het komt er dus op aan om binnen de SPW Finances doeltreffende verificatie- en controlestrategieën in te voeren, teneinde zowel mogelijke gevallen van fiscaal misbruik als de verschillende mechanismen van belastingontduiking te voorkomen. De Regering zal eveneens nadenken over de beste manier om de huidige en toekomstige fiscale bepalingen vorm te geven, om ongewenste en onbedoelde gevallen van fiscale optimalisatie te beperken.
- Verbetering van de fiscale rechtvaardigheid
Om rekening te houden met de evoluties in de samenstelling van het gezin (nieuw samengesteld gezin), wordt de gelijkstelling van de kinderen van de echtgenoot/wettelijk samenwonende partner van de overledene (of de schenker) uitgebreid tot alle afstammelingen, zodat kleinkinderen of achterkleinkinderen van de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner kunnen genieten van de voordelige tarieven in rechte lijn voor de successierechten (of de schenkingsrechten op onroerend goed).
In dezelfde zin, onverminderd de regels van het burgerlijk recht, zullen kinderen die opgenomen zijn in gezinnen van opvanggezinnen gelijkgesteld worden met de biologische kinderen van de overledene en de schenker. Ook al betreft het geen groot aantal kinderen, het lijkt volledig onrechtvaardig om deze kinderen als vreemden aan het gezin te beschouwen na meerdere jaren leven binnen hun opvanggezin.
Vervolgens worden verschillende andere maatregelen genomen op het vlak van de successierechten, zoals de invoering van een optionele forfaitaire regeling voor begrafeniskosten en „kleine” schulden van de overledene, om de verplichtingen van de erfgenamen te vereenvoudigen, die al te maken hebben met alle moeilijkheden die het overlijden van een naaste natuurlijk met zich meebrengt.
Ook is voorzien in de afschaffing van de voorwaarde van bewoning van de woning die als hoofdverblijfplaats diende van de overledene en zijn/haar echtgenoot tijdens de vijf jaar voorafgaand aan het overlijden, om te kunnen genieten van de fiscale voordelen voor de langstlevende echtgenoot (vrijstelling) of de rest van de rechte lijn (voordelig tarief), aangezien deze voorwaarde zware, ongepaste en ongerechtvaardigde gevolgen kan hebben.
Ten slotte is een belangrijke modernisering voorzien van de vermindering wegens improductiviteit inzake onroerende voorheffing, met name na de dramatische ervaring van de overstromingen van juli 2021 en de grote moeilijkheden die belastingplichtigen ondervonden om deze vrijstelling te verkrijgen. Enerzijds wordt de voorwaarde van 180 dagen onbewoonbaarheid in de loop van het jaar bij erkende openbare rampen herzien om aanzienlijk verlaagd te worden (deze voorwaarde kon bijvoorbeeld niet gehaald worden in juli 2021, aangezien er minder dan 180 dagen overbleven in het kalenderjaar). Anderzijds wordt de voorwaarde dat het betrokken goed verplicht niet gemeubileerd moest zijn, afgeschaft, omdat deze niet langer relevant wordt geacht.