Na een lang monoloog weigert de voorzitter van de Foyer anderlechtois de parlementsleden te antwoorden. De MR betreurt een gemiste kans en eist aanbevelingen die de omvang van de onthullingen weerspiegelen.
Het verhoor van Lotfi Mostefa werd het meest verwacht sinds het begin van de werkzaamheden van de parlementaire onderzoekscommissie over de onregelmatigheden bij de Foyer anderlechtois. Hij had zelf publiekelijk verklaard ter beschikking van de parlementsleden te staan. Deze donderdag heeft hij, na een toespraak van 30 minuten, echter zijn recht op stilzwijgen ingeroepen en geweigerd op ook maar één vraag van de volksvertegenwoordigers te antwoorden. Dat recht respecteert de MR-fractie. Maar wij betreuren het diep, gezien de omvang van de disfuncties die tijdens deze 4 weken van verhoren aan het licht zijn gebracht.
De heer Mostefa heeft zich meermaals in de pers uitgesproken. Hij verklaarde beschikbaar te zijn. Bijna 40 personen hebben vóór hem getuigd en zich zonder voorbehoud aan de vereisten van een onderzoekscommissie onderworpen. Hijzelf koos ervoor zich ervan te onttrekken. Dit terwijl hij hun persoonlijk coaching voor deze onderzoekscommissie had voorgesteld. Getuigen hebben altijd de mogelijkheid om achter gesloten deuren te spreken, zoals andere gehoorde personen hebben gedaan, om hem toe te laten deontologische vragen te beantwoorden die de lopende gerechtelijke procedures op geen enkele wijze in gevaar zouden hebben gebracht. Hij heeft die uitgestoken hand niet aangenomen.
„De heer Mostefa had de kans om de parlementsleden te verhelderen, zijn versie van de feiten te geven en zelf mee te werken aan de verbetering van de sociale huisvesting die hij verondersteld wordt te verdedigen. Hij verkoos het stilzwijgen. Wij betreuren dit gezien de omvang van de onregelmatigheden die ons zijn gemeld“, verklaart Clémentine Barzin.
De vragen die de MR hem wilde stellen waren niet onschuldig: de criteria die de „urgenties” bij afwijkingen bepalen, de methode om de chronologische volgorde van kandidaturen te wegen, en vooral de aard en werking van dat „afwijkingscomité” dat in 2021 werd opgericht, waarin de voorzitter zelf zetelt, en dat Marcela Gori als illegaal en clandestien heeft omschreven. Dit comité, waarvan het bestaan volgens Lotfi Mostefa bedoeld is om „de druk op de maatschappelijk werkers te verlichten”, blijft omgeven door een opaciteit die onverenigbaar is met de vereisten van een transparant openbaar beheer. „Ik betreur dat onze commissie als een spreekgestoelte werd beschouwd, maar nooit in een constructieve geest, noch met democratische verantwoordingsplicht”, voegt Aurélie Czekalski, ondervoorzitter van de onderzoekscommissie, eraan toe.
„Deze commissie werd nauwgezet en methodisch geleid, met respect voor alle getuigen. Iedereen kreeg de kans om vrij te spreken, ook achter gesloten deuren. De keuze van de heer Mostefa om de vragen van de parlementsleden niet te beantwoorden is zijn recht, maar laat schaduwzones achter die de burgers het recht hebben opgehelderd te zien”, verklaart Bertin Mampaka, voorzitter van de onderzoekscommissie.
Het contrast met het verhoor van Marcela Gori, voorzitter van de Foyer, is des te opvallender. Bijna 8 uur lang, achter gesloten deuren, onder ede, met respect voor haar instelling en haar verplichtingen.
Buiten de commissie, aan de microfoon van Bx1, beschreef Marcela Gori een „op slot gezette” administratie en verklaarde zij duidelijk dat de Foyer anderlechtois in de huidige omstandigheden niet kan functioneren zolang Lotfi Mostefa het voorzitterschap bekleedt. Zij gaf aan bereid te zijn haar taak verder te zetten, ook samen met de socialistische partij. Maar niet met L. Mostefa. Op dit voorstel heeft de PS tot nu toe niet gereageerd.
„Wanneer een hoge verantwoordelijke er mee instemt om 8 uur onder ede te getuigen, met nauwgezetheid en moed, en de voorzitter van de instelling daartegenover kiest voor stilzwijgen, is de boodschap aan de burgers verpletterend”, onderstreept Amin El Boujdaini, die eerder al de verdwijning van de lijsten van kandidaat-huurders 2023-2024 van de Foyer aan de kaak had gesteld. Een feit dat op zich al illustreert waarom deze commissie noodzakelijk was en waarom haar werkzaamheden tot een goed einde moeten worden gebracht.
Het personeel van de Foyer dat het aandurfde te getuigen, deed dat uit professionele ethiek, soms met risico voor hun eigen situatie. Wie zweeg, deed dat, volgens meerdere overeenstemmende getuigenissen, uit angst hun baan te verliezen. De greep van Lotfi Mostefa op de instelling blijkt een gedocumenteerde realiteit te zijn, geen loutere bewering.
„Er is een dringende noodzaak om te handelen, om concrete conclusies te formuleren en transparantie te garanderen. Wij willen geen aanbevelingen die pas na 18 maanden op papier komen. De Brusselaars die op een woning wachten, hebben die luxe niet”, benadrukt Louis de Clippele.
Voor de MR moet menselijke nood centraal blijven staan in het overheidsbeleid. Het Gewest besteedt aanzienlijke middelen aan sociaal beleid, en in het bijzonder aan toegang tot huisvesting. Precies omdat dit emancipatiebeleid essentieel is, omdat het de concrete levensomstandigheden van duizenden Brusselse gezinnen raakt, moet een onberispelijke gelijke behandeling worden gegarandeerd. Geen voorkeursbehandeling. Geen omzeilde wachtlijsten. Geen ondoorzichtige comités.
„Samen met mijn collega's hebben wij deze onderzoekscommissie afgedwongen en wij houden koers. Ons enige kompas: transparantie, gelijke behandeling, goed bestuur en het belang van de Brusselaars”, besluit Loubna Azghoud.
De MR verwacht na deze werkzaamheden krachtige conclusies. Wij moeten dit tot het einde doorzetten.