Deze maandag 7 september brachten Sophie Wilmès, ondervoorzitter van het Europees Parlement, en Bernard Quintin, federaal Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, een bezoek aan de zetel van Europol, het Europees agentschap voor politiesamenwerking, in Den Haag (Nederland). Dit werkbezoek kadert in de herziening van het mandaat van het agentschap, nadat de Europese Commissie in juni haar hervormingsvoorstel had voorgesteld. Voor Sophie Wilmès en Bernard Quintin vormt het voorstel van de Commissie een goede werkbasis die moet worden uitgebreid. Binnen het Europees Parlement zal Sophie Wilmès onderhandelen namens de Renew-fractie over dit dossier. Minister Quintin zal op zijn beurt het Belgische standpunt verdedigen in de besprekingen binnen de Raad van de Europese Unie.
De herziening van het mandaat van Europol is voor beide liberalen vanzelfsprekend. Ze pleiten voor een versterkt agentschap, met menselijke, financiële en technologische middelen die opgewassen zijn tegen de uitdagingen. De criminaliteit in Europa is de afgelopen jaren razendsnel geëvolueerd. De bestaande instrumenten en samenwerkingsvormen moeten die evolutie bijbenen. Criminele netwerken zijn meer dan ooit transnationaal, met opdrachtgevers, ronselaars en uitvoerders verspreid over verschillende landen. De criminaliteit heeft zich ook sterk verplaatst naar de digitale ruimte, die als verlengstuk van illegale activiteiten dient. Volgens Sophie Wilmès en Bernard Quintin blijft de samenwerking tegen deze achtergrond nog te aarzelend, te versnipperd, met informatie die moeilijk circuleert tussen de verschillende actoren, of het nu gaat om staten, Europese agentschappen of de privésector.
Concreet steunt de toegevoegde waarde van Europol vooral op zijn vermogen om op Europees niveau informatie van de lidstaten te verzamelen, te analyseren en te kruisen. Gemiddeld ontvangt het agentschap van de lidstaten ongeveer honderd bijdragen per uur, met pieken die vorig jaar opliepen tot 167 bijdragen per uur. Deze dynamiek getuigt van het vertrouwen dat de lidstaten in het agentschap stellen, dat een echte analytische en operationele steun vormt in hun strijd tegen de criminaliteit. In dat opzicht blijft België een van de belangrijkste bijdragers aan Europol.
Sophie Wilmès plaatst het dossier in de Belgische actualiteit: “Tegenover het geweld, de drugshandel en de schietpartijen die bepaalde wijken van Brussel treffen, moet de inspanning collectief zijn. Het Europese niveau is in dit debat soms minder zichtbaar, maar het versterken van de capaciteiten van Europol zal er bijvoorbeeld toe bijdragen om tot bij de opdrachtgevers en ronselaars te raken; de financieringscircuits te doorbreken; winsten te bevriezen en zo de hele keten die onveiligheid in onze wijken voedt, te ontmantelen. Wat op Europees niveau wordt onderhandeld, kan dus zeer concrete gevolgen hebben voor de Brusselaars. Daarom willen wij van Europol een echt Europees expertisecentrum maken ten dienste van onze ordediensten: een analytisch expertisecentrum, voor operationele steun en innovatie.”
Bernard Quintin voegt daaraan toe: “In een moeilijke veiligheidscontext heb ik de nationale noodtoestand uitgeroepen en ongeziene middelen ingezet in de strijd tegen de drugshandel. Onze politiemensen staan elke dag op het terrein, in de frontlinie tegenover criminele netwerken die internationaal opereren. In 2025 bezorgde de federale politie bijna 2.800 profielen van verdachten aan Europol: drie op tien kwamen overeen met onderzoeken in andere lidstaten. Deze cijfers vertellen een eenvoudige realiteit: de opdrachtgevers van de schietpartijen in Brussel bevinden zich niet altijd in onze hoofdstad. Europol versterken is gewoonweg onmisbaar, om tot bij de opdrachtgevers te raken, hen te laten arresteren en hun financiering aan de bron te blokkeren. De komende hervorming van Europol moet het agentschap de middelen geven om sneller, efficiënter en steeds gerichter op te treden. De Belgische belastingbetaler financiert Europol. Hij heeft het recht om steeds meer concrete resultaten te verwachten.”
Het bezoek maakte het ook mogelijk om concreet de rol van Europol als Europees knooppunt voor informatieverwerking en -analyse vast te stellen. Op basis van enorme datastromen analyseert en kruist Europol voortdurend informatie, 24 uur op 24 en 7 dagen op 7, om de criminele keten te doorgronden. Ter plaatse werken vertegenwoordigers van de lidstaten in real time samen aan dossiers.
De gesprekken gingen ook over de strijd tegen de drugshandel en brachten een snel evoluerend landschap aan het licht. De hoeveelheden cocaïne en synthetische drugs nemen sterk toe in Europa, terwijl heroïne afneemt. Hoewel de grote havens belangrijke aandachtspunten blijven, spreiden criminele netwerken hun routes meer en meer naar kleinere havens om de versterkte controles zoveel mogelijk te omzeilen. De daling van het aantal inbeslagnames die sinds 2023 wordt vastgesteld in sommige grote toegangspunten, getuigt van deze evolutie, die Europol verplicht zijn aanpak voortdurend aan te passen: elke bres wordt onmiddellijk uitgebuit, wat een preventieve aanpak noodzakelijk maakt.
Gezien de snelle evolutie van technologieën en criminele praktijken, werd ook nadruk gelegd op nieuwe technologieën, met name kunstmatige intelligentie, die, gekoppeld aan de nodige waarborgen, een betere exploitatie van gegevens en verwerkte informatie mogelijk maakt. Europol gebruikt AI al in complexe criminele onderzoeken om grote hoeveelheden gegevens te verwerken en te analyseren en de productiviteit van onderzoekers te verhogen. Concreet kan AI dienen om gelijkaardige beelden te sorteren en op te zoeken, en om automatisch informatie uit een foto te halen, zoals het nummer van een container. Sophie Wilmès en Bernard Quintin zijn er overigens van overtuigd dat AI in de toekomst een steeds grotere rol zal spelen, wat rechtvaardigt dat de expertise van Europol op dit vlak wordt versterkt. Deze uitdaging wordt des te belangrijker naarmate het volume en de complexiteit van de gegevens toenemen.
Tot slot behoren ook de modernisering van wapens, het toenemend gebruik van drones, de sabotage van kritieke infrastructuur en cybercriminaliteit tot de evoluties waarop het agentschap moet kunnen inspelen. De dreigingen worden steeds meer hybride van aard en Europol heeft ontegensprekelijk een rol te spelen in de ondersteuning van de staten die er het slachtoffer van worden.
Bernard Quintin verklaart: “Ursula von der Leyen heeft een nieuw Europees actieplan tegen drugshandel aangekondigd. Ons land zal erop toezien dat het de uitdagingen aankan, en dat het de hele keten aanpakt, van de toegangspunten tot de financiering. Onze Belgische havens zijn economische longen van ons land en van ons continent, maar ook mogelijke toegangspoorten voor verdovende middelen. De veiligheid wordt er voortdurend versterkt, en Europol zal daarbij een steeds actievere rol moeten spelen, ook om vooruit te lopen op de vastgestelde verschuiving van criminele netwerken naar kleinere havens. Maar de strijd tegen de netwerken en het beveiligen van de toegangspunten zal niet volstaan als onze onderzoekers niet over de juiste instrumenten beschikken om de beschikbare inlichtingen te benutten. Daar komt kunstmatige intelligentie om de hoek kijken. De Belgische federale politie heeft op dit vlak een eigen ecosysteem ontwikkeld, maar er moet meer gebeuren op Europees niveau. Wat we van Europol verwachten, is dat het voorbij het stadium van pilootprojecten gaat en deze capaciteiten daadwerkelijk inzet bij onderzoekers op het terrein. De uitdaging is niet langer of de politie AI zal gebruiken. Het is de inzet ervan te versnellen.”
Na dit bezoek legt Sophie Wilmès bijzondere nadruk op een belangrijk probleem in de strijd tegen de criminaliteit, en vooral tegen de drugshandel: online rekrutering, in het bijzonder van minderjarigen. De rekrutering van minderjarigen om gewelddaden te plegen behoort vandaag tot de prioriteiten van Europol. Het verschijnsel neemt toe in Europa en treft steeds jongere jongeren, soms amper 13 of 14 jaar oud. Volgens Sophie Wilmès vraagt deze evolutie om meer waakzaamheid en een Europees antwoord: de ronselaars, de benaderde jongeren en de gepleegde daden kunnen zich in verschillende landen bevinden. De Europese Commissie heeft initiatieven op dit vlak aangekondigd, maar het mandaat van Europol moet hierin zeker worden versterkt.
Ze licht toe: “De Procureur des Konings van Brussel verwees onlangs nog naar Franse minderjarigen die door criminele netwerken in de hoofdstad werden gerekruteerd. Dat toont aan dat dit verschijnsel geen grenzen meer kent. Europol coördineert al de taskforce GRIMM tegen de rekrutering van jongeren, België neemt daaraan deel. Maar deze actiecapaciteit moet worden versterkt: onderzoekers de middelen geven om veel vroeger op te sporen en in te grijpen, informatie te kruisen en de personen achter de gebruikte accounts te identificeren, waarschuwingen delen met de autoriteiten en de platformen om sneller en preventief te kunnen optreden. Europol heeft een belangrijke expertise opgebouwd tegen terroristische online-inhoud; we moeten over dezelfde, permanente capaciteiten kunnen beschikken tegen rekrutering door criminele netwerken.”