Op 26 februari jongstleden stelde de Europese Commissie haar voorstellen van richtlijnen voor in het kader van het 1ste “Omnibus”-pakket. Het doel is de Europese regels inzake duurzaamheidsrapportering en investeringen waaraan bedrijven onderworpen zijn, te vereenvoudigen.
„Op 12 maart zal ik, in mijn hoedanigheid van minister van Economie, samen met de Vlaamse minister van Industrie, de gelegenheid krijgen om het Belgische standpunt over deze initiatieven toe te lichten tijdens de Europese Raad Concurrentievermogen”.
De Europese Commissie wil de wetgeving vereenvoudigen die in het kader van de Green Deal in 2019 werd aangenomen en waarvan de uitvoering heel wat kritiek heeft opgeleverd over de impact op het concurrentievermogen van Belgische en Europese bedrijven.
Met het opstarten van dit proces wil de Commissie tegen het einde van haar mandaat een ongezien vereenvoudigingstraject realiseren, door de administratieve lasten met minstens 25% te verlagen, en met minstens 35% voor kmo's.
Minister van Economie David Clarinval: “Ik verwelkom de initiatieven van de Commissie met enthousiasme. De teksten waarvoor vereenvoudiging wordt beoogd, verhogen de administratieve en financiële lasten voor onze ondernemingen aanzienlijk. Het is noodzakelijk om ze opnieuw te evalueren en te vereenvoudigen, want ze bemoeilijken het leven van onze ondernemingen buitensporig en remmen hun investeringen en groei af.”
Door de veranderende geopolitieke context staan Belgische en Europese bedrijven momenteel voor ongeziene economische uitdagingen. Het is noodzakelijk om op verschillende niveaus te handelen zodat ze opnieuw concurrentiekrachtig worden. Een van de pijlers van onze strategie is het verlichten van overdreven regelgevende vereisten.
Het is dan ook dringend nodig dat we ons op Europees niveau uitspreken voor het uitstel van de inwerkingtreding van deze teksten, zodat Belgische bedrijven duidelijkheid hebben over de deadlines en we vervolgens de nodige tijd nemen om ze grondig te herzien.
David Clarinval: “Ik geloof er sterk in dat maatschappelijke verantwoordelijkheid en economische dynamiek verzoenbaar zijn. In plaats van nog meer lasten op de schouders van onze bedrijven te leggen, is het tijd om hen te ondersteunen in hun transitie, terwijl we hun concurrentievermogen verbeteren. Dit vereist een gezamenlijke aanpak, waarbij bedrijven, overheden en Europese instellingen samenwerken om doeltreffende en aangepaste oplossingen te creëren.”