Op voorstel van de minister van Ruimtelijke Ordening, Willy BORSUS, heeft de Waalse Regering de definitieve versie van het Ontwikkelingsschema van het Grondgebied (SDT) goedgekeurd. Dit document, dat de territoriale strategie van Wallonië voor de komende jaren bepaalt, was al 25 jaar niet meer gewijzigd. De Regering heeft vandaag dus een versie goedgekeurd die rekening houdt met de bedenkingen en opmerkingen uit het openbaar onderzoek, met name van de Steden en Gemeenten.
Het Ontwikkelingsschema van het Grondgebied (SDT) bepaalt de territoriale strategie voor Wallonië. Het stuurt de gewestelijke en gemeentelijke beslissingen op het vlak van ruimtelijke ordening en stedenbouw. Het vandaag goedgekeurde ontwerp stelt concrete maatregelen voor die het grondgebied optimaliseren door de verstening te beheersen en de verspreiding van bebouwing tegen te gaan.
Het was al 25 jaar niet meer geactualiseerd.
Het SDT omvat 20 gewestelijke doelstellingen voor territoriale ontwikkeling en ruimtelijke ordening met als finaliteit:
- ruimtelijke optimalisatie
- de sociaaleconomische ontwikkeling en de territoriale attractiviteit
- het kwalitatief beheer van de leefomgeving
- de beheersing van de mobiliteit
Het Ontwikkelingsschema van het Grondgebied is georganiseerd rond een aantal, soms vernieuwende, territoriale concepten:
- de centraliteiten
- de kernen van centraliteit
- de structurerende assen van centraliteit
- de excentrische ruimtes
- de excentrische kernen
- de polen
- de ontwikkelingszones
- de assen en netwerken van communicatie en vervoer
Het SDT wil de volgende twaalf maatschappelijke uitdagingen aanpakken:
- Ontwikkeling en welvaart garanderen voor alle gebieden
- Ongelijkheden bestrijden
- Zich aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering en de oorzaken ervan verminderen
- Voorzien in de behoeften aan woningen en nabijheidsdiensten
- Wallonië positioneren op de Europese kaart
- De gezondheid en het welzijn van iedereen verbeteren
- De mobiliteit koolstofarm maken en een evenwichtige mobiliteit ontwikkelen aangepast aan de eigenheid van elk gebied
- De toegang tot koolstofarme energie waarborgen
- Biodiversiteit ontwikkelen, herstellen en behouden
- Voorrang geven aan de circulaire economie
- Leven met onzekerheden en veranderingen
- Collectief en gecoördineerd handelen
Ter herinnering: de hervorming van het CoDT (Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling) is op 1ste april laatstleden in werking getreden. Deze hervorming legt de grote principes en de nieuwe begrippen van territoriale ontwikkeling vast, die verder uitgewerkt worden in het Ontwikkelingsschema van het Grondgebied (SDT). Kort samengevat: het CoDT legt de grote principes vast en het vandaag goedgekeurde SDT verduidelijkt hoe we die zullen bereiken.
Een nieuw concept: de centraliteit
De tekst voert het concept van centraliteiten in als hoeksteen van een nieuw ruimtelijk ordeningsbeleid dat projecten bij voorkeur richt naar de best uitgeruste plaatsen. Tegen 2050 zullen 3 op 4 nieuwe woningen zich in een centraliteit moeten bevinden.
De Steden en Gemeenten zullen zelf hun centraliteiten kunnen bepalen, niet alleen de omtrek ervan maar ook de regels die er gelden.
Deze zullen namelijk door de Steden en Gemeenten worden vastgelegd in hun gemeentelijke of intergemeentelijke ontwikkelingsschema's. De termijn om deze centraliteiten te bepalen wordt in deze nieuwe versie overigens verlengd van 5 naar 6 jaar.
Als de Steden en Gemeenten geen centraliteiten vastleggen, gelden de centraliteiten die in het SDT zijn opgenomen.
De Steden en Gemeenten zullen hierbij natuurlijk begeleid worden via verschillende vormen van ondersteuning en instrumenten.
Nieuwe versie na het openbaar onderzoek
Het ontwerp van SDT werd van 30 mei 2023 tot 14 juli 2023 aan een openbaar onderzoek onderworpen. De 1.430 opmerkingen (waarvan 245 van de Steden en Gemeenten) werden geïnventariseerd, verwerkt en samengevat in richtlijnen, gegroepeerd in 16 thema's binnen het SDT.
De tekst die vandaag door de Regering is goedgekeurd, komt dus tegemoet aan de opmerkingen en bedenkingen die naar voren kwamen uit de adviezen van de geraadpleegde instanties, de gemeenteraden en de burgers.
Het bekrachtigt een belangrijke autonomie voor de lokale overheden, met name op twee vlakken: de bepaling van de centraliteiten en het beleid inzake handelszaken.
Een nieuw evenwicht tussen Steden en dorpen
Ten opzichte van de eerste versie werden de hieronder vermelde belangrijke wijzigingen aangebracht.
Er werd een herevenwichting doorgevoerd om de landelijke gebieden beter mee te nemen in de territoriale ontwikkeling.
Daarvoor:
- wordt de ondersteunende rol van de landelijke gebieden voor Wallonië bevestigd in een nieuwe ambitie voor Wallonië. Deze nieuwe ambitie benadrukt de visie van Wallonië voor deze gebieden, onder meer op sociaaleconomisch vlak (streekproducten, lokale verwerking, …), op het vlak van woonontwikkeling (versterking van centraliteiten en verankering van excentrische kernen), en op landbouwvlak (verlaging van de druk op landbouwgronden, waardering van de voedingsfunctie);
- het polycentrische karakter van bepaalde gemeenten (= meerdere dorpen/wijken binnen dezelfde entiteit) wordt erkend in het SDT, waardoor rekening kan worden gehouden met verschillende territoriale realiteiten, met name landelijke, en zo de territoriale samenhang en de levenskwaliteit worden versterkt.
Meer ontwikkelde “excentrische kernen”
Parallel aan dit nieuwe begrip “polycentrisme” werd het concept van excentrische kernen verder uitgewerkt. Ter herinnering: dit zijn Steden en dorpen die niet als centraliteit zijn opgenomen, maar die een vorm van compacte verstedelijking vertonen, die op het niveau van de gemeente en haar vroegere deelgemeenten een groter aantal woningen concentreren en die beschikken over nabijheidsvoorzieningen en -diensten en/of handelszaken die gemakkelijk bereikbaar zijn via actieve vervoerswijzen.
De Waalse Regering wil een consolidatie van de activiteiten in de excentrische kernen mogelijk maken. Zo is er een grotere dichtheid toegelaten dan in de excentrische ruimtes, maar wel lager dan die welke in de centraliteiten wordt toegestaan.
De gemeenten kunnen in hun eigen instrumenten deze kernen identificeren en er een aangepaste en proportionele ontwikkeling voor voorzien.
Zo maakt de Waalse Regering een grotere verfijning mogelijk bij de erkenning van de verschillende territoriale realiteiten, en geeft ze de lokale overheden de mogelijkheid om bepaalde dorpen/wijken met een bijzondere rol op het grondgebied te erkennen en er een aangepaste en proportionele ontwikkeling te voorzien. Deze kernen kunnen de centraliteiten aanvullen en bijdragen aan de herconcentratie van activiteiten, de beperking van lintbebouwing, van de verstening van de bodem en, meer algemeen, aan een optimalere organisatie van het grondgebied.
Deze amendementen bevestigen duidelijk het belang van de landelijkheid in de territoriale ontwikkeling en maken het mogelijk om expliciet te herhalen dat het traject van verminderde verstening een belangrijke rol zal spelen in de vrijwaring van landbouwgronden en van hun voedingsfunctie.
„Als het doel van het SDT is om de stadsuitbreiding te beperken en de verstening van de bodem tegen te gaan, kunnen we het polycentrische karakter van onze landelijke gebieden niet ontkennen, en ook niet de grotere inspanning die zij moeten leveren om tegen 2050 het resultaat te bereiken dat de meeste grote Waalse steden al hebben behaald. Daarom moeten we hen begeleiden en meer flexibiliteit geven”, voegt Willy BORSUS toe.
Meerdere centraliteiten binnen één Stad/Gemeente
Er werd beslist om Steden en Gemeenten meer flexibiliteit te geven wat betreft de creatie van bijkomende centraliteiten naast diegene die al werden geïdentificeerd in de oorspronkelijke versie van het SDT, en dit vooral wanneer ze niet over openbaar vervoer beschikken. Dit is het geval voor sommige meer geïsoleerde dorpen, ook al beschikken ze over voorzieningen zoals een school, een feestzaal, een buurtwinkel, sportinfrastructuur, een openbare groene ruimte, enz.
De Waalse Regering heeft ook voorgesteld om meer toekomstgerichte elementen op te nemen, zodat gemeenten de centraliteitsregels kunnen toepassen op een centrum dat binnenkort nieuwe diensten, voorzieningen, handelszaken of openbare groene ruimtes zal krijgen.
En voor de grote Steden?
Een aantal grote steden behalen al de doelstellingen van de twee trajecten inzake het beheersen van verstening en het tegengaan van stadsuitbreiding.
De Regering wil echter deze polen en (grote) Steden aanmoedigen om hun attractiviteit te vergroten of te herstellen dankzij hun troeven op het vlak van handel, dienstverlening, toerisme, actieve en openbare mobiliteit en openbare ruimtes die sociale samenhang bevorderen.
Als we onze doelstellingen inzake beperking van stadsuitbreiding en beheersing van verstening willen halen, zullen deze Steden noodzakelijkerwijs een aantrekkelijke leefomgeving en kwalitatieve woningen moeten aanbieden.
Ten slotte werd de rol van de gewestelijke polen en de gewestelijke hoofdstad herbevestigd in de ambitie rond metropolitane ontwikkeling. De tekst preciseert hun rol, hun voornaamste troeven, alsook de positieve gevolgen van grensoverschrijdende dynamieken binnen de metropolitane ontwikkelingszones (Rijsel, Brussel, Aken, Luxemburg-Stad).
Handelsvestigingen voortaan onderworpen aan een stedenbouwkundige vergunning
De hervorming schaft het decreet van 5 februari 2015 betreffende handelsvestigingen af. Ter herinnering: deze bevoegdheid werd in 2014 geregionaliseerd.
De overdracht van deze bevoegdheid naar de Gewesten en haar concrete uitwerking verschilden per Gewest. Het Waalse Gewest koos er destijds voor om de regelgeving inzake handelsvestigingen los te houden van die inzake stedenbouw en milieuvergunning, door een eigen planning- en vergunningsregime in te voeren.
Tussen juni 2015 en februari 2022 werden 1.032 aanvragen voor een handelsvestigingsvergunning of geïntegreerde vergunning ingediend, wat leidde tot 805 eindbeslissingen.
Voortaan zal de gemeentelijke bevoegdheid onderscheiden worden naargelang het project volledig binnen een door een gemeentelijk schema bepaalde centraliteit valt of niet. In het eerste geval blijft de bovengrens van de gemeentelijke bevoegdheid op 2.500 m2. In de andere gevallen wordt deze verlaagd tot 1.500 m2, om een globale aanpak van het grondgebied te bevorderen voor projecten die door hun aard meer kans hebben op bovengemeentelijke gevolgen. Gemeenten zullen ook kunnen bepalen dat een nieuwe handelszaak vanaf 200 m² vergunningsplichtig is.
Tussen 2014 en 2017 zag het Waals Gewest de netto handelsoppervlakte van meer dan 400 m² met 183.388 m2 toenemen, oftewel +2,9% op drie jaar tijd.
Tussen 2019 en 2022 nam het netto handelsoppervlak nog verder toe:
- formaat 200 tot 400 m²: 7.815 m² extra binnen de handelsknooppunten (handelszaken van minder dan 400 m² worden buiten de knooppunten niet geregistreerd);
- formaat meer dan 400 m²: 125.900 m² extra binnen en buiten de handelsknooppunten (uitputtende telling), of +2,6% in drie jaar;
- formaat meer dan 200 m²: 7.815 + 125.900 = 133.715 m² extra.
We stellen bovendien vast dat netto handelsoppervlakken van meer dan 200 m² zich steeds vaker in de rand vestigen.
Deze cijfers wijzen op een overaanbod van handelsoppervlakte in Wallonië.
Het SDT treedt in werking op 1 augustus 2024.
„De concrete uitvoering van deze hervormingen is essentieel en vooral historisch. Ze vormen een mooi evenwicht tussen landelijke en stedelijke gebieden. Samen met het CoDT, dat afgelopen december werd goedgekeurd, gaat het om een belangrijke keuze voor de toekomst van ons Gewest en van de leefomgeving. We hebben onze verantwoordelijkheid genomen, en dat werd van ons verwacht”, voegt Willy BORSUS toe