Geweld tegen politici is niet langer marginaal: beledigingen, bedreigingen en intimidatie zijn bijna dagelijkse kost geworden, zoals talrijke getuigenissen en recente studies aantonen. Het treft alle machtsniveaus, van ministers tot lokale verkozenen, met zware gevolgen voor de politieke betrokkenheid, de psychologische gezondheid en de vrijheid van meningsuiting.
De MR wordt in het bijzonder geviseerd, in een klimaat waarin bepaalde vormen van geweld worden gerelativeerd of zelfs gerechtvaardigd in naam van het “verzet”. Deze banalisering van het taalgebruik en de haat vormt een reëel gevaar voor de democratie.