Tijdens een recente persuitspraak kondigde het Federaal Planbureau aan dat een eventuele vermogensbelasting tussen 2,9 en 4,7 miljard euro zou kunnen opbrengen.
Nochtans, volgens het Planbureau zelf, steunt deze studie op een “experimentele” methodologie waarvan de criteria betwistbaar blijven, aangezien er in ons land geen kadaster van vermogens bestaat.
Voor MR-fractieleider in de Kamer Benoit Piedboeuf mag de aankomende verkiezingsperiode geen ruimte laten voor onzekerheid. « Wij verwachten van het Federaal Planbureau alle nauwkeurigheid die vereist is bij de toekomstige berekening van de verkiezingsprogramma’s van de partijen. Volgens de criteria van deze laatste studie kan men zich voorstellen dat landbouwers geviseerd zouden worden, gezien zij belangrijke grondeigenaars zijn, wat werkelijk absurd zou zijn! Of de langdurige eigenaar van zijn woning in Brussel of Antwerpen, die door de prijsinflatie een nieuwe vermogensbelasting zou moeten betalen. Terwijl hij al alle andere belastingen op vastgoed moet voldoen. »
Het Federaal Planbureau erkende risico’s verbonden aan de invoering van een belasting op het netto vermogen (IPN), namelijk aanzienlijke administratieve kosten en het risico op een dubbele, of zelfs driedubbele belasting van het vermogen van de gezinnen. Deze belasting zou een deel van de middenklasse kunnen raken, die niet noodzakelijk het doelwit is van de voorstellen tot invoering van zo’n belasting.
« Dat is voor ons uiteraard onaanvaardbaar. Ik begrijp dat de PTB en een deel van links zich verheugen over de creatie van een nieuwe belasting. Ik stel me echter vragen bij de opportuniteit om deze informatie in de pers naar buiten te brengen om ze enkele uren later te nuanceren, door te verduidelijken dat de studie geen rekening houdt met de negatieve macro-economische effecten op investeringen, ondernemerschap en groei. »
« Minister Dermagne, die medebevoegd is voor het Federaal Planbureau, zou zich zorgen moeten maken over de gebruikte methodologie en over de timing van zo’n uitspraak. Wij zullen de vraag binnenkort stellen in de commissie, » besluit Benoit Piedboeuf.