De afgelopen twee dagen in Parijs heeft de vicepremier en minister van Economie, Werk en Landbouw, David Clarinval, België vertegenwoordigd tijdens de Vergadering van de OESO-Raad op ministerieel niveau, voorgezeten door Finland.
De verschillende ministers spraken over de wereldwijde economische vooruitzichten in een context die sterk getekend wordt door het conflict in het Midden-Oosten. De OESO presenteerde twee scenario's: een kort conflict met normalisering vanaf medio 2026, en een aanslepend conflict tot 2027. In beide gevallen zouden de economische gevolgen zich uiten in minder groei en hogere inflatie.
In het meest gunstige scenario zou de wereldwijde groei terugvallen van 3,4 % in 2025 naar 2,8 % in 2026, voordat ze weer stijgt naar 3,1 % in 2027. De inflatie in de G20-landen zou versnellen naar 4 % in 2026. In het scenario van aanslepend conflict zou de wereldwijde groei kunnen terugvallen tot slechts 2,1 % in 2026, wat sommige economieën in een recessie zou kunnen doen belanden.
De ministers bespraken ook de risico's voor de mondiale voedselzekerheid: de stijging van 47 % van de kunstmestprijzen zou moeten leiden tot een stijging van 8 % van de prijzen van basislandbouwproducten, en zelfs 13 % voor tarwe, wat de meest fragiele landen rechtstreeks bedreigt. De gesprekken benadrukten de noodzaak van gerichte, tijdelijke en goed afgebakende maatregelen, in plaats van veralgemeende prijsplafonds, die door de OESO als contraproductief worden beschouwd.
Drie aanbevelingen voor België
Voor de Belgische economie voorspelt de OESO een groei van 0,7 % in 2026, licht lager dan de eurozone (0,8 %), en een herstel naar 1,1 % in 2027. De inflatie zou 3,5 % moeten bereiken in 2026 voordat ze terugvalt naar 2,6 % in 2027. De OESO formuleert drie belangrijke aanbevelingen voor België: de sanering van de overheidsfinanciën voortzetten, de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen via een globale strategie voor de energietransitie, en de administratieve procedures vereenvoudigen om investeringen te bevorderen.
Bilaterale ontmoetingen ten dienste van de samenwerking
Naast de plenaire vergadering kreeg minister Clarinval ook de kans om zijn ambtsgenoten uit Egypte (Ahmed Rostom) en IJsland (Daði Már Kristófersson) te ontmoeten. Hij kon ook van gedachten wisselen met hooggeplaatste vertegenwoordigers van de OESO over industriebeleid, onder andere Mathias Cormann, Secretaris-generaal van de OESO, Stefano Scarpetta, Chief Economist van de OESO, Rupert Schlegelmilch, Voorzitter van het Investeringscomité van de OESO en Mark Pearson, Directie Werkgelegenheid, Arbeid en Sociale Zaken van de OESO.
„Multilateralisme en eerlijke concurrentie moeten de kernwaarden van de internationale handel blijven. In een wereld die door crisissen geschokt wordt, is de verleiding om zich af te sluiten groot. Maar het is precies in die momenten dat samenwerking tussen naties haar volle betekenis krijgt. België blijft een aanpak verdedigen die gebaseerd is op dialoog, solidariteit en gemeenschappelijke regels ten dienste van de welvaart van iedereen.
Maar de Europeanen mogen zich niet langer laten misleiden! Ze moeten dus kunnen reageren op de invoerrechten die door de Amerikanen worden opgelegd of op de massale dumping door de Chinezen, die het concurrentievermogen van onze bedrijven en ons industrieel weefsel ondermijnen.
Europa is te lang naïef geweest. Wij willen een eerlijke markt met gezonde concurrentie en vergelijkbare regels. Zonder dat hebben we een vervalste markt waarin Europa marktaandeel verliest en industrieën sluiten of verhuizen.”