De Waalse Regering heeft besloten de gemeentebelasting die de Stad Charleroi had aangenomen voor de luchthaven Brussels South Charleroi Airport (BSCA) niet goed te keuren.
Een beslissing gebaseerd op economische analyse
De gemeentebelasting richtte zich rechtstreeks op de luchthaven van Charleroi, ten belope van 3 euro per passagier. Dit bedrag moest worden betaald door BSCA, de concessiehouder van de infrastructuur die grotendeels eigendom is van het Waals Gewest, en niet door de luchtvaartmaatschappijen. Na een grondig onderzoek oordeelde de Waalse Regering dat deze belasting het algemeen belang van het Gewest, in het algemeen, en de financiële leefbaarheid van de luchthaven van Charleroi, in het bijzonder, in het gedrang bracht. Indien toegepast, zou de luchthaven volgens de voorspellingen in een verlies terechtkomen dat haar vermogen om haar activiteiten voort te zetten in gevaar zou brengen.
Meer algemeen dient deze beslissing een duidelijk doel: de economische en strategische belangen van het Waals Gewest krachtig verdedigen. Al meer dan twintig jaar, en via aanzienlijke publieke investeringen, zijn de opeenvolgende Waalse regeringen het overigens eens geweest over het belang van dit belangrijke economische instrument dat de luchthaven van Charleroi vertegenwoordigt.
Uitzonderlijke resultaten voor 2024
De Stad Charleroi rechtvaardigde haar belasting voornamelijk op basis van de financiële resultaten van 2024 van de luchthaven, die vooral steunen op een nog sterk aanwezig herstelmoment na de crisis.
Deze cijfers kunnen dus niet worden beschouwd als representatief voor een normale situatie. Er werd geen enkele analyse gemaakt van de toekomstige impact van de belasting voor de periode 2026-2030, terwijl Charleroi wel op de hoogte was van de talrijke geplande investeringen, van de gewestelijke beleidsverklaring en van die van de federale regering via de verhoging van de vliegtuigticketbelasting.
Een onevenredige en ongegronde belasting
De ingevoerde belasting was gebaseerd op de omzet, en niet op de nettowinst. Dit betekende dus dat ze moest worden betaald zelfs als de luchthaven verlies leed. In tegenstelling tot een vennootschapsbelasting, kwam ze dus neer op een belasting op het brutoinkomen, wat fiscaal betwistbaar was.
Bovendien had de maatregel de hele lokale luchtvaartsector kunnen schaden. De belangrijkste maatschappij van BSCA, Ryanair, had al aangekondigd dat een kostenstijging door de federale en gemeentelijke belasting haar ertoe kon brengen 5 vliegtuigen uit haar basis in Charleroi terug te trekken. Een terugtrekking die directe gevolgen zou hebben gehad voor de werkgelegenheid, de lokale economische activiteit en de toegankelijkheid van goedkope vluchten voor de burgers.
Een verantwoordelijke en coherente beslissing
Voor de Waalse Regering: „Het Gewest had gewaarschuwd: het opstapelen van belastingen op een strategisch instrument betekende het risico nemen om de werkgelegenheid en de economische activiteit in Charleroi en Wallonië te verzwakken. De luchthaven van Charleroi moet zich kunnen projecteren in de toekomst. Gezien de belangrijke investeringen die gepaard gaan met de groei van haar activiteit en de verbetering van haar infrastructuur, zijn stabiliteit en voorspelbaarheid meer dan ooit onmisbaar.
Deze beslissing past in een coherente strategie die aansluit bij het initiatief van de Waalse Regering bij de federale Regering om de instapbelasting te herzien, met het oog op het beschermen van de werkgelegenheid, het behoud van de economische activiteit en het waarborgen van de toekomst van ons Waals luchthavennetwerk. Ze past ook in de context van het regeerakkoord, dat beoogt de autonomie van de beheersmaatschappijen te versterken en hun afhankelijkheid van subsidies te verminderen.“