In tegenstelling tot wat wordt beweerd, zullen de OCMW’s niet aan hun lot worden overgelaten bij de bijkomende aanvragen die voortvloeien uit de beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen. De federale overheid voorziet ongeziene compensaties: 26 miljoen euro vanaf 2025 om de hervorming voor te bereiden, en vervolgens meer dan 300 tot 700 miljoen euro per jaar tussen 2026 en 2030. De middelen voor personeel, begeleiding en activering stijgen sterk. De OCMW’s zullen volledig ondersteund worden om een efficiënte opvolging en een duurzame re-integratie op lange termijn te garanderen.
1. Context
Programmawet van 18 juli 2025 (MR 29 juli 2025)
Het federaal parlement heeft een programmawet goedgekeurd die de toegang tot werkloosheidsuitkeringen in de tijd beperkt (maximaal 24 maanden) en die de inschakelingsuitkeringen beperkt tot maximaal één jaar. Hier volgt een situering van deze hervorming:
Duizenden openstaande vacatures in Wallonië en Brussel
In het derde kwartaal van 2024 boden Belgische bedrijven 171.946 openstaande vacatures aan.
Met 65,92% van alle openstaande vacatures in België blijft het Vlaams Gewest de regio met het grootste aantal openstaande vacatures. Het wordt gevolgd door het Waals Gewest met 21,70% en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest met 12,37%.
Deze hervorming wordt in dat opzicht gesteund door het bedrijfsleven, waarvan de ontwikkeling vaak beperkt wordt door een gebrek aan voldoende kandidaten om de beschikbare functies in te vullen.
Lage werkzaamheidsgraden, vooral in Wallonië en Brussel
België behoort tot de 5 Europese landen met de laagste werkzaamheidsgraad. De cijfers verschillen echter sterk tussen de gewesten: in Vlaanderen heeft 76% van de personen op arbeidsleeftijd een job, tegenover 67% in Wallonië en 64% in het Brussels Gewest. Tegelijk zijn er in ons land 171.000 vacatures beschikbaar.
Terwijl de nationale werkloosheidsgraad 6,2% bedraagt, ligt die veel hoger in Wallonië (15,1%) en Brussel (10,8%) dan in Vlaanderen (5%).
Het aantal langdurig werklozen (meer dan 2 jaar) ligt eveneens hoger in Wallonië (49% van de werkzoekenden) en Brussel (45,5%) dan in Vlaanderen (30%).
Een noodzakelijke hervorming, maar die begeleid moet worden
De hervorming van de werkloosheidsuitkeringen zal geleidelijk de begunstigden van werkloosheidsuitkeringen treffen.
Deze hervorming heeft gevolgen voor de OCMW’s. Een deel van de personen die worden uitgesloten van de werkloosheid zal namelijk een aanvraag indienen bij het OCMW, waardoor het noodzakelijk is om deze te ondersteunen.
Belangrijkste uitdagingen:
- Vertragingen in de behandeling van hulpaanvragen voorkomen;
- De begeleiding naar werk versterken;
- De OCMW’s aanmoedigen om een snelle en duurzame professionele re-integratie te bevorderen.
2. De werkloosheidshervorming
Beperking van het recht op werkloosheid in verschillende golven
- Golf 1: Einde van het recht op 1 januari 2026
De betrokken personen ontvingen een waarschuwingsbrief op 15 september.
Deze golf betreft werklozen die al meer dan 20 jaar volledige werkloosheidsuitkeringen ontvangen, en houders van een inschakelingsuitkering gedurende meer dan één jaar. - Golf 2: Einde van het recht op 1 maart 2026
De betrokken personen ontvingen een waarschuwingsbrief midden oktober.
Deze golf betreft werklozen die al 8 tot 20 jaar volledige werkloosheidsuitkeringen ontvangen - Golf 3: Einde van het recht op 1 april 2026
De betrokken personen ontvingen een waarschuwingsbrief midden november.
Deze golf betreft werklozen die minder dan 8 jaar volledige werkloosheidsuitkeringen ontvangen. - Golf 4: Einde van het recht op 1 juli 2026
De betrokken personen zullen in januari 2026 een waarschuwingsbrief ontvangen.
Deze golf betreft werklozen die zich in de 2e vergoedingsperiode bevinden. - Golf 5: Einde van het recht tussen 1 juli 2026 en 1 juli 2027
De betrokken personen zullen in februari 2026 een waarschuwingsbrief ontvangen.
Deze golf betreft werklozen in de 1e vergoedingsperiode met een beroepsverleden van minder dan 5 jaar. - Golf 6: Einde van het recht op 1 juli 2027
De betrokken personen zullen in de loop van 2026 een waarschuwingsbrief ontvangen.
Deze golf betreft werklozen in de 1e vergoedingsperiode met een beroepsverleden van meer dan 5 jaar.
Uitzonderingen
- Kunstenaars (werkloosheidsuitkering voor de kunsten);
- Werklozen van meer dan 55 jaar met een beroepsverleden van meer dan 30 jaar (+1 jaar per jaar → 35 jaar in 2030);
- Werknemers met een handicap die sinds 1 juli 2004 tewerkgesteld zijn in een beschutte werkplaats, met behoud van het recht op uitkeringen;
- Deeltijdse werknemers met een IGU op het moment van de beëindiging van het recht, voor de duur van de ononderbroken deeltijdse tewerkstelling (minstens halftijds);
- Werklozen die vóór 1 januari 2026 een opleiding zijn gestart in een knelpuntberoep en die een vrijstelling van beschikbaarheid genieten. Behoud van het recht voor de duur van de opleiding.
3. De gevolgen voor de OCMW’s en de compensaties
Een deel van de begunstigden die uitgesloten worden van de werkloosheidsuitkeringen zal waarschijnlijk aankloppen bij de OCMW’s. Om de extra kosten die de maatregel bij de OCMW’s kan veroorzaken te compenseren, heeft de federale regering verschillende compensatiemechanismen voorzien, zodat de lokale besturen de hervorming niet moeten bekostigen.
Ontwerp van koninklijk besluit tot toekenning van een subsidie aan de OCMW’s om de uitvoering van de werkloosheidshervorming voor te bereiden
De eerste compensatie die door het federale niveau wordt toegekend, is een subsidie aan de OCMW’s in 2025 om hen te helpen de gevolgen van de hervorming voor te bereiden. De kosten die door deze compensatie worden gedekt, zijn de bijkomende personeels- en werkingskosten.
Over het geheel genomen bedraagt dit extra budget 26 miljoen € en wordt het toegekend aan de OCMW’s naargelang het aantal personen dat wordt uitgesloten van de werkloosheid (dit aantal komt rechtstreeks uit de statistieken van de RVA).
Het bedrag dat aan elk OCMW zal worden toegekend, werd op 10 oktober meegedeeld aan de Federaties van OCMW’s.
Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie wat de compensatie van de OCMW’s betreft ingevolge de beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen
Globaal gezien heeft deze compensatie 3 doelstellingen: de stijgende kosten van de dossierbehandeling ondersteunen, de begeleiding via het GPMI ondersteunen en aanzetten tot professionele re-integratie.
Vanuit budgettair oogpunt is deze compensatie bijzonder aanzienlijk:
- 2026: 300 miljoen € + 6 miljoen € = 306 miljoen €
- 2027: 300 miljoen € + 476 miljoen € = 776 miljoen €
- 2028: 302 miljoen € + 310 miljoen € = 612 miljoen €
- 2029: 343 miljoen € + 39 miljoen € = 382 miljoen €
- 2030: 343 miljoen € + 11 miljoen € = 354 miljoen €
Ondersteuning bij het beheer van de toename van aanvragen
De regering wil de OCMW’s ondersteunen bij de administratieve last en de personeelskosten die voortvloeien uit de toestroom van begunstigden. Daarom werd besloten om de subsidie die de personeelskosten dekt te verdubbelen (van 518 € naar 1.036 €).
Deze verhoging zal van toepassing zijn op personen die tussen 1 januari 2026 en 30 juni 2028 worden uitgesloten van de werkloosheid als gevolg van de hervorming.
Ondersteuning van de begeleiding naar activering via het GPMI
Momenteel wordt, wanneer OCMW’s een GPMI afsluiten met een begunstigde, het federale terugbetalingspercentage van het leefloon met 10% verhoogd.
Met de beslissing van de regering zal vanaf 1 januari 2028 een bonus-malussysteem voor deze verhoging worden toegepast, afhankelijk van het aantal afgesloten GPMI’s ten opzichte van het aantal leefloners. Het doel van deze maatregel is om de OCMW’s te ondersteunen die actief investeren in begeleiding naar activering:
- 15% als minstens 80% van de begunstigden een GPMI heeft afgesloten;
- 12,5% als tussen 60% en 80% van de begunstigden een GPMI heeft afgesloten;
- 10% als tussen 40% en 60% van de begunstigden een GPMI heeft afgesloten;
- 7,5% als tussen 20% en 40% van de begunstigden een GPMI heeft afgesloten;
- 5% als minder dan 20% van de begunstigden een GPMI heeft afgesloten.
Daarnaast wil het federaal regeerakkoord het GPMI veralgemenen. Momenteel is dit verplicht voor jongeren onder 25 jaar, personen die arbeidsgeschikt zijn, en begunstigden in een precaire situatie die specifieke begeleiding nodig hebben. Momenteel geniet iets meer dan de helft van de leefloners een GPMI.
Maar het GPMI veralgemenen is niet voldoende. Het moet ook gericht zijn op professionele re-integratie. Daarom voeren we twee nieuwe bepalingen in binnen het GPMI. Enerzijds de mogelijkheid voor personen met een verslavingsprobleem om de opvolging van een ontwenningskuur in het GPMI op te nemen wanneer dit door een arts wordt aanbevolen. Anderzijds wordt budgetbegeleiding voor personen met schulden een verplicht onderdeel van het GPMI.
Stimulans voor professionele re-integratie
Indien een persoon gedurende minstens 1 jaar geen leefloon meer ontvangt omdat hij over een beroepsinkomen beschikt, en indien die persoon een GPMI genoot toen hij het leefloon ontving, dan zal het federale niveau financieel tussenkomen door een twaalfde van het jaarlijkse leefloon tegen gezinstarief terug te betalen (namelijk 1.776,07 €).
4. Bemerkingen gemaakt bij de goedkeuring van het wetsontwerp:
Bij de opstelling van het wetsontwerp werden een aantal bemerkingen gemaakt:
- Het probleem van de voorschotten oplossen
De regering zal onderzoeken of het mogelijk is om de betalingsinstellingen zelf voorschotten te laten toekennen. - Verruimde diplomavoorwaarden voor sociaal werkers
Bewust van bepaalde moeilijkheden om nieuwe sociaal werkers aan te werven, wordt het Koninklijk Besluit van 11 juli 2002 houdende de reglementering van het recht op maatschappelijke integratie gewijzigd om de diplomavoorwaarden voor sociaal werkers te verruimen. - Kadaster van steun en sociale prestaties
De doelstelling is om in de programmawet (initiële begroting 2026) een wettelijke basis op te nemen om het kadaster van sociale steun te creëren en een plafond te stellen op alle steun en prestaties. Dit is essentieel om ervoor te zorgen dat werken altijd meer opbrengt dan het opstapelen van sociale steun. - Socioprofessionele immunisatie
De regering wenst een nieuw mechanisme uit te werken om werken lonender te maken (progressief systeem).