
Ter gelegenheid van 1 mei maakt de Mouvement Réformateur deze week een halte in Blegny. Zijn burgemeester, Jérôme Cochart, is de eerste liberale burgemeester van de gemeente in zevenenveertig jaar. Dankzij een opmerkelijke lokale verankering beschikt hij over een absolute meerderheid in de gemeenteraad. Een echte prestatie, die deze gemeente met een rijk historisch verleden een nieuwe wind heeft bezorgd.
Jérôme, iets meer dan een jaar geleden werd je verkozen tot burgemeester van Blegny. Je bent de eerste liberaal die deze functie bekleedt na zevenenveertig jaar socialistische dominantie. Als lijsttrekker samen met Diana Nikolic voor de verkiezingen van juni en aanvoerder bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober, heb je de gemeente al een nieuw elan gegeven. Kan je terugblikken op jullie parcours, zowel op gemeentelijk niveau als binnen de liberale familie?
Ik ben altijd gepassioneerd geweest door politiek, met name door de Franse presidentsverkiezingen. Het was dus vanzelfsprekend dat ik, eenmaal aan de universiteit, me aansloot bij de Federatie van liberale studenten (zowel bij de Felu als bij de Fel). Daarna ben ik toegetreden tot de Jonge MR in Basse-Meuse voordat ik me engageerde binnen de lokale MR-afdeling van Blegny, waar ik de functies van ondervoorzitter en vervolgens voorzitter heb bekleed. 2012 was mijn eerste verkiezingscampagne, maar het was pas in 2017 dat ik de eed aflegde als gemeenteraadslid. Na de verkiezingen van 2018 werd ik fractieleider van MR Blegny, toen in de oppositie. Inderdaad, ik heb me aangesloten bij de lijst van Diana voor de regionale verkiezingen van juni 2024. Dat was mijn eerste verkiezingscampagne op een ander niveau dan de gemeente en het was een verrijkende ervaring.
Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober 2024 hebben we daarentegen besloten de kaarten opnieuw te schudden en een nieuwe burgerbeweging op te richten met verschillende politieke strekkingen. Deze nieuwe dynamiek heeft me in staat gesteld de burgemeesterssjerp aan te gorden en eindelijk mee te kunnen beslissen over zaken die het lokale leven verbeteren.
Blegny is een gemeente met een bijzonder rijk historisch erfgoed, wat mede verklaart waarom ze werd gekozen om de 1 mei-viering van de Mouvement Réformateur te verwelkomen. Als symbool van het mijnverleden van Wallonië biedt dit evenement de gelegenheid om de toekomst te bespreken, die voert langs de herindustrialisering van Europa en, waarom niet, de heropening van sommige mijnexploitaties om de nodige middelen te mobiliseren voor onze economische ontwikkeling en onze strategische autonomie te herstellen. Kan je ons meer uitleggen over deze verschillende uitdagingen die volgens jou voor de deur staan, en over jouw visie op de toekomst van je gemeente?
Ik ben bijzonder trots dat de 1 mei-viering plaatsvond op Blegny-Mine, want dat heeft de kans gegeven om een uitzonderlijke site in de kijker te zetten, zowel voor mijn gemeente als voor onze regio. Ik hoop dat iedereen die erbij was een geweldige herinnering zal bewaren aan dit erfgoed, rijk aan sociale en industriële geschiedenis voor ons land.
Blegny-Mine staat ook voor engineering en innovatie in de energiesector. Ik denk, meer dan ooit, nu we spreken over een energetisch onafhankelijk Europa, dat onze regio in die richting moet werken, zoals ze in het verleden heeft gedaan. Deze uitdagingen zijn cruciaal in een geopolitieke context die steeds gespannener wordt.
Wat de toekomst van Blegny betreft, gaat het erom orde te herstellen in de gemeentelijke financiën vooraleer we projecten van een zekere omvang kunnen overwegen. Ook al wordt de druk op de lokale besturen steeds groter, we proberen het roer om te gooien zonder de rekening voor de burger te verzwaren. Ook dat is een fundamentele uitdaging voor onze legislatuur.
Blegny is ook een bijzonder dynamische gemeente, verder dan de oude steenkoolmijn: wijnsalon, zeer actieve voetbalclubs, gestage toeristische ontwikkeling… Hoe slaagt de gemeente erin haar status als een fijne plek om te wonen te combineren met die van een belangrijk toeristisch centrum?
Het is waar dat Blegny bijzonder rijk is aan lokale festiviteiten dankzij het verenigingsleven van onze dorpen. Dat is trouwens net wat sociale banden schept tussen de dorpelingen en die dorpsziel bewaart die we zo koesteren, terwijl we vlak bij de poorten van Luik liggen.
Tegelijkertijd wordt de toeristische ontwikkeling, met name rond Blegny-Mine, doordacht met respect voor de levenskwaliteit. We zorgen ervoor dat infrastructuur, mobiliteit en projecten zowel de inwoners als de toeristen ten goede komen. En ik denk dat we het toeristische aanbod van onze gemeente kunnen verbeteren door projecten zoals bijzondere overnachtingsvormen of gastenkamers te ondersteunen, aangezien we over emblematische sites op ons grondgebied beschikken (de steenkoolmijn, het fort van Barchon of nog het middeleeuwse kasteel van Saive).
Kortom, we zoeken naar synergieën. Goed beheerd toerisme versterkt de lokale economie, steunt de handelszaken en valoriseert ons erfgoed, terwijl we behouden wat Blegny maakt tot een plek waar het dagelijks goed leven is.