Het Waals Parlement heeft deze woensdag de omzetting goedgekeurd van het Europese systeem voor de handel in emissierechten dat gericht is op de verwarming van gebouwen en vervoer (ETS 2). De inkomsten die vanaf 2027 gegenereerd worden, zullen bijdragen aan de financiering van structurele maatregelen ten gunste van de energie- en klimaattransitie, met name voor de meest kwetsbare bevolkingsgroepen.
Het systeem voor de handel in emissierechten is een essentieel instrument om de klimaatdoelstellingen van de Europese Unie te halen, namelijk een netto reductie van haar broeikasgasemissies (BKG) met ten minste 55% tegen 2030 en klimaatneutraliteit tegen 2050.
Het in 2005 ingevoerde mechanisme, „ETS 1” genoemd, dekt bijna de helft van de emissies van het Oude Continent. Het richt zich op bedrijven die actief zijn in de productie van elektriciteit en warmte, industriële processen en luchtvaart; de scheepvaart is er sinds vorig jaar ook in opgenomen. De betrokken actoren moeten over een vergunning beschikken om BKG uit te stoten, in de vorm van CO₂-emissierechten, die gekocht of verkocht kunnen worden. Een emissierecht vertegenwoordigt het recht om één ton CO₂ uit te stoten.
In het kader van het wetgevingspakket „Fit for 55” besliste de Europese Commissie in 2021 om het systeem uit te breiden naar de verwarming van gebouwen en het wegvervoer, via de brandstof- en verwarmingsbrandstofleveranciers. De richtlijn (2023/959) werd in 2023 formeel goedgekeurd. De omzetting ervan werd deze woensdag door de Waalse volksvertegenwoordigers, verenigd in plenaire zitting, bekrachtigd.
Sinds haar aantreden heeft de Minister van het Plan Lucht Klimaat Energie (PACE), Cécile Neven, ervoor gezorgd dat het omzettingsproces, dat tijdens de vorige legislatuur werd opgestart en dat voortvloeit uit Europese verplichtingen, werd verdergezet. Deze omzetting, die getrouw is aan de Europese tekst, verliep in overeenstemming met de besprekingen binnen de Nationale Klimaatcommissie (NKC), waarvan Wallonië gedurende een jaar het voorzitterschap waarneemt, en in het kader van een grondige dialoog tussen de deelentiteiten. Bijzondere aandacht werd besteed aan de verdeling van de bevoegdheden en aan de coördinatie tussen de bestuursniveaus, met name wat de concrete uitvoeringsmodaliteiten betreft.
Financiering ten gunste van de transitie
De inkomsten die vanaf 2027 door ETS 2 worden gegenereerd, zullen moeten bijdragen aan de financiering van structurele maatregelen ten gunste van de energie- en klimaattransitie. Het deel van deze inkomsten dat naar Wallonië gaat, zal onderhandeld moeten worden tussen de deelentiteiten en de federale Staat (“burden sharing”).
De Minister zal erop toezien dat deze middelen volledig ten goede komen aan de bevolking en de bedrijven van het Gewest. De middelen moeten het, in samenwerking met de bevoegde Ministers, mogelijk maken om concrete acties te ondersteunen om gezinnen en bedrijven te helpen bij de koolstofarme transitie op het vlak van energie en vervoer.
Een deel van de inkomsten van ETS2 zal vanaf 2026, op voorschot, het Sociaal Klimaatfonds voeden. Dit fonds is bestemd om kwetsbare gezinnen en microbedrijven te ondersteunen bij mogelijke stijgingen van de energie- en vervoerskosten. Om over deze inkomsten te kunnen beschikken, moet België tegen eind juni 2025 een Sociaal Klimaatplan indienen, dat de bijdragen van de vier Belgische entiteiten zal bundelen. Wallonië werkt hier actief aan, in samenwerking met de betrokken actoren.
De Minister zal er ook op toezien dat de invoering van dit nieuwe systeem gepaard gaat met een hoog niveau van informatie, transparantie en begeleiding.
Ten slotte zal de Minister bijzonder waakzaam blijven wat betreft de sociale impact van ETS 2, met name op de prijzen die consumenten betalen. Zij zal ervoor pleiten dat de Europese Commissie een sterke controle behoudt over deze aspecten, om te garanderen dat het mechanisme houdbaar blijft voor gezinnen, in het bijzonder de meest kwetsbare, en dat aanpassingen snel overwogen kunnen worden bij risico's op buitensporige effecten.
Cécile Neven, Minister van het Plan Lucht Klimaat Energie: “Deze omzetting markeert een structurerende stap in de uitvoering van onze Europese verbintenissen. Ze opent de weg naar een versterking van ons optreden ten gunste van de klimaat- en energietransitie. Daarom moet ze niet gezien worden als een beperking, maar als een kans om onze praktijken te versnellen en te moderniseren. Onze collectieve verantwoordelijkheid zal erin bestaan te waken over de invoering van een optimale begeleiding voor de burgers en de kmo's.”