In een krappe budgettaire context heeft de minister van Ambtenarenzaken, Jacqueline Galant, een gezonde-verstand-maatregel voorgesteld aan de Regering van de Federatie Wallonië-Brussel : een einde maken aan de terugbetaling van vervoerbewijzen in eerste klasse voor de personeelsleden van de gemeenschapsoverheid. Concreet voorziet een ontwerp van besluit dat deze vrijdag in eerste lezing werd goedgekeurd, dat alle professionele verplaatsingen met het openbaar vervoer voortaan zullen worden terugbetaald op basis van een ticket in tweede klasse, ongeacht de graad van het personeelslid. Deze hervorming maakt een einde aan een regel die dateert uit 1965 en die bepaalde categorieën van personeelsleden nog toeliet om op kosten van de gemeenschap in eerste klasse te reizen. « In de huidige budgettaire context is het niet langer te verantwoorden dat overheidsgeld vervoerbewijzen in eerste klasse in de administratie financiert. De voorbeeldfunctie van de Staat begint ook met concrete en coherente beslissingen », benadrukt de minister van Ambtenarenzaken.
Een maatregel voor besparing en coherentie
In 2024 bedroegen de uitgaven voor vervoerbewijzen in eerste klasse meer dan 156.000 euro. Door systematisch terug te betalen op basis van tweede klasse, kan een structurele besparing worden gerealiseerd die wordt geraamd op meer dan 60.000 euro per jaar, zonder impact op de goede werking van de diensten.
Bovendien stemt deze beslissing de administratie van de Federatie Wallonië-Brussel af op de praktijken die al op federaal niveau van kracht zijn, waar tickets in eerste klasse al bijna 10 jaar niet meer worden terugbetaald.
Een voorbeeldige ambtenarij
Deze hervorming past in een bredere aanpak van rigoureus, verantwoordelijk en modern beheer van de ambtenarij, gedragen door de minister.
« Voorbeeldig zijn in het gebruik van overheidsmiddelen is een politieke verantwoordelijkheid. Elke bespaarde euro is een euro die kan worden geherinvesteerd waar hij echt nuttig is », besluit Jacqueline Galant.
Het ontwerp van besluit zal worden voorgelegd aan de adviesorganen en aan het syndicaal overleg, voordat het naar de Raad van State wordt overgemaakt.