In zijn interview met La Libre benadrukt vicepremier en minister van Economie en Werk David Clarinval het essentiële: focussen op de verdediging van onze industrie en werkgelegenheid, voorbij de kortzichtige oplossingen en karikaturen.
Hij staat er open voor: hij is pro-milieu, maar wijst het naïeve idealisme en de radicaliteit van slogans af. Europa mag terecht trots zijn op zijn voortrekkersrol in de strijd tegen de klimaatopwarming, maar de opeenstapeling van regels en beperkingen ondermijnt uiteindelijk het concurrentievermogen van onze bedrijven. Het gaat er niet om de ecologie op te geven, maar om er pragmatisme, nuance en vooral economische coherentie in te brengen.
In een geglobaliseerde economie, waar de Verenigde Staten ongebreideld “drill, drill, drill” toepassen en China steeds meer fossiele energie gebruikt, riskeren we, door onze Europese bedrijven extra regels op te leggen, dat ze elders gaan produceren. Het resultaat zou dan een pure verplaatsing van de CO2-uitstoot zijn, zonder reëel voordeel voor het klimaat en met een sociale kost voor Europa.
Hij herinnert er overigens aan dat Europa zelf heeft ingezien dat het anders moet handelen: verschillende maatregelen van de Green Deal zijn net "op pauze gezet" of aangepast, met name de richtlijn over niet-financiële rapportering en de richtlijn over de zorgvuldigheidsplicht. Deze aanpassingen zijn er om het gezond verstand en de efficiëntie te bevorderen, en om onze bedrijven niet te belasten met overbodige kosten en formaliteiten.
Een pragmatische ecologie verdedigen, inzetten op koolstofarme en betaalbare energie zoals kernenergie, onze markten beschermen tegen oneerlijke concurrentie: dat is de weg die hij voorstelt, met respect voor de Europese klimaatambities, maar zonder dogmatisme.